Visdraadje

Haar hand had het knopje van de bel nog niet bereikt, toen ik de deur al met een sierlijke zwaai opende. Eén woord uit de voorgaande zin is niet geheel waarheidsgetrouw, maar ik verklap niet welke.
In één hand hield ik mijn mobiel vast, hetgeen geen gewoonte van mij is; eigenlijk vind ik het zelfs onbeleefd als iemand dat doet bij binnenkomst of aanwezigheid van bezoek.

Toen ze de huiskamer binnenstapte kon ze muziek horen, voor ons doen op een vrij luid niveau.
‘Ik ben aan het experimenteren.’, legde ik de situatie uit, daarmee zowel doelend op de telefoon in mijn hand als de muziek.
‘Aan het experimenteren? Wat dan?’, vroeg ze.
Geduldig legde ik uit dat wij in het bezit zijn van een kleine bluetooth speaker, maar dat ik iets had bedacht waarmee het geluid een stuk beter klonk.
‘Vind je het geluid niet goed klinken voor zo’n klein speakertje?’, vroeg ik belangstellend naar haar mening, onderwijl het geluidsniveau nog enigszins verhogend.
Ze keek in de richting van het speakertje dat op de tafel stond, ondertussen keek ze mij ietwat wantrouwend aan, maar uiteindelijk sprak ze wel enigermate weifelend uit dat het inderdaad goed klonk.

Ze deed een stap in de richting van de tafel en ik bespeurde twijfel in haar ogen.
‘Ik heb een visdraadje om de speaker gespannen, waardoor het gaat resoneren en zo het geluid versterkt.’, verklaarde ik.
‘Een visdraadje?’, klonk het verbaasd.
‘Een visdraadje.’ Nogmaals zette ik de muziek wat harder. ‘Het vervormd ook niet hè!’, zei ik trots.
Ze keek me aan, knikte, stapte wederom richting de tafel en bukte om de speaker wat beter te bekijken: ‘Hoe een visdraadje?’
‘Eromheen gespannen.’
‘Je lult.’

Plots ontwaarde ze iets dat achter de tafel stond, tot op dat moment aan haar gezichtsveld onttrokken.
‘Mijn verjaardagscadeau.’, verklapte ik, alhoewel ik er pas ruim een week later weer een jaartje bij zou mogen tellen. Waarom zou ik wachten tot de grote dag, als we vanwege de coronamaatregelen toch geen visite mogen ontvangen? Alhoewel, op dit moment zou dat toch nog één persoon meer zijn dan het aantal vrienden dat ik pretendeer te hebben.
Achter de tafel stond een gloednieuwe bluetooth speaker, die enkele maatjes groter is dan het speakertje waar ik in eerste instantie naar verwees. Je kan er ook nog eens een soort discoverlichting in aanzetten, maar daar zie ik de toegevoegde waarde niet zo heel veel van in; misschien als ik flink in de olie ben.

‘Hoe kom je nou op een visdraadje!’, kreeg ik te horen, waarna ze zich wendde tot mijn vrouw: ‘Dat verzin je toch niet?’
‘Hij wel.’, luidde het in mijn ogen tamelijk korte antwoord, waarbij ik me afvroeg of het al dan niet als compliment zou zijn bedoeld. Nou ja, het antwoord weet ik diep in mijn hard wel hoor….

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wandelen

Het is corona-tijd, een periode waarin velen van ons hoofdzakelijk thuis vertoeven. Om toch maar eens buiten die vier muren te komen – die je normaal gesproken warmte en een veilig gevoel bezorgen, maar nu soms op je af lijken te komen – gaan veel mensen wandelen. Wij ook zo nu en dan, maar wij hebben nog een huisgenoot die na onlangs verhuist te zijn het wandelen onverwacht heeft ontdekt.

Onze badkamer – ik zeg meestal douche, maar dat is niet correct volgens mijn vrouw – wordt eerdaags verbouwd. Na ruim een kwart eeuw dienst te hebben gedaan werd het ook wel een beetje tijd. Daar wij nog maar af moeten wachten of we zelf nog een kwart eeuw te gaan hebben, is het ook om die reden een mooi moment om de beslissing tot de verbouwing nu te nemen. Zo kunnen wij er nog even van genieten, althans bij leven en welzijn waarvan wij hopen dat het ons nog lang gegund zal zijn.

Een vaste bewoner van onze badkamer was de wasmachine, alhoewel het niet de gehele bestaansperiode van deze ruimte hetzelfde exemplaar is geweest. De huidige wasmachine heeft er ondertussen toch een paar jaar vrolijk staan draaien, maar moest nu verhuizen naar de bovenste verdieping van ons huis; de zolder.
Zelf was ik er geen hele grote voorstander van, wetende hoe zwaar zo’n kreng is. Daarnaast zag ik al voor me hoe het water langs de muren en trappen naar beneden zou kunnen lopen. Maar goed, ik ken mijn plaats binnen de hiërarchie in huis en zo ook de nieuwe plaats van ons zwaargewicht.

De locatie waar de wasmachine moest komen te staan heb ik netjes geschikt gemaakt en gelukkig wist ik “een paar mannetjes” te regelen wiens ruggen tot op dat moment beter waren dan de mijne. Met de nodige zweetdruppels bleek het klusje zelfs vrij snel geklaard.
Voor de zekerheid had ik een lekbak voor de wasmachine aangeschaft, maar ik kwam er net voor de verhuizing achter dat het multifunctionele klepje onderaan de voorzijde dan niet meer open zou kunnen. Dat zou toch wel lastig zijn als we het pluizenfilter schoon willen maken, het water in noodgevallen af willen voeren of de noodvergrendeling nodig hebben. Dus niet lopen twijfelen, maar direct een wasmachineverhoger besteld en afgehaald.

De eerste wasbeurt op zolder leek een beetje op een real life soap. Programma gestart en een beetje dom kieken naar hetgeen gebeurde. Al met al was dat niet veel, overeenkomstig met de reeds eerder genoemde real life soap.
Aan het eind van het programma leek alles prima te zijn verlopen; er was zelfs geen druppeltje water buiten de machine te bespeuren. Alleen bleek bij nader inzien de verhoger, een soort tafeltje met vier poten, heel iets door de bak te zijn gewandeld; centimeterwerk.

Na het op de kop tikken van anti slipmatjes, deze in de bak onder de poten geplaatst; dat tafeltje zou vast niet meer schuiven. Die conclusie klopte als een bus. De verhoger stond aan het eind van de volgende wasbeurt op exact dezelfde plek binnen de bak als aan het begin van het programma, en dat was niet bij toeval na een wandeling door de hele bak. Nee, het tafeltje stond als een huis.
De bak echter, die bij de eerste wasbeurt geen millimeter van de plaats was gekomen, was nu aan de wandel gegaan; met verhoger en wasmachine. Gelukkig stond de waterslang, evenals de afvoer, nog niet strak, maar dit was toch geen prettig idee. Dus ook onder de bak anti slipmatjes geplaatst. Corona of geen corona, onze wasmachine wandelt niet meer.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Gek op hond

De alcohol van de jaarwisseling was vanmorgen ondertussen wel verdampt, dus de hoogste tijd om de hardloopschoenen aan te trekken en de eerste meters van dit jaar te lopen. De eerste kilometers had ik een beetje het gevoel dat de benzine op was, maar wellicht heeft dat een relatie tot voorgaande.

Stuk verhard, stuk bospaden, hier en daar een klimmetje; gewoon een beetje creatief kriskras wat paden kiezen. In Het Woudhuis – een bosje in de buurt – zag ik in de verte twee mensen lopen, vergezeld van een loslopende hond van respectabele hoogte. Een kenner ben ik niet, dus het merk was mij onbekend.
Ondertussen ken ik de twee gevleugelde uitspraken van hondenbezitters wel: ‘Hij doet niets hoor!’, en het meestal minder zeker klinkende: ‘Dat doet ie anders nooit!?!?’ Even overwoog ik af te slaan, maar ik ben toch maar richting het drietal gelopen. Tot mijn opluchting werd de hond geroepen en aangelijnd, zoals daar feitelijk ook verplicht is.
Kort na het groeten en passeren hoorde ik tot mijn schrik een flinke brul. Toen ik omkeek zag ik de hond in volle vaart op mij afstormen. Speels? Aanvallend? Enthousiast zag het er wel uit, maar in welke variant? Laat ik uitgaan van het eerste. Na een nogmaals ferm uitgesproken commando klom de hond ineens in de ankers en keerde om. ‘ Doe niet zo raar.’, zei de baas tegen het beest. ‘Wie doet er nou eigenlijk raar?’, vroeg ik me af. Volgens mijn bescheiden mening was dat de oelewapper die het beest weer losliet, toch?

Een eind verder liep ik over de geluidswal langs de A50. Voor me zag ik een dame met een aangelijnd hondje. Toen ik dichtbij kwam haalde ze het beestje naar zich toe; netjes, dat kan ik waarderen. Zo te zien was deze pup van hetzelfde merk als mijn hiervoor beschreven vriend. Ook nu groette ik vriendelijk bij het passeren en werd wederom vriendelijk teruggegroet.
Nogmaals tot mijn schrik hoorde ik een blaf, een hoge dit keer, en zag het snuitje van het hondje fanatiek richting mijn kuit komen. Het bazinnetje had er denk ik niet zo snel bij stilgestaan dat de lijn een uitschuifbaar exemplaar was. Met een, naar alle waarschijnlijkheid erg sierlijk, zijsprongetje ontkwam ik aan een bijna zekere amputatie.

Dat dit type hond gek op mij is, daar twijfel ik na vanmorgen niet meer aan. Zelf ben ik ook wel gek op hond, maar mijn vrouw wil ze niet klaarmaken. Ik heb nog even nagezocht van welk merk die honden waren en vermoed dat het een Labrador of Duitse Staande (tot mijn verwondering zonder r op het eind) was.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Gelukkig hebben we de foto’s nog

In de laatste week van juni 2008 ontving ik een brief van Radio 10 Gold met een felicitatie; ik had twee toegangskaartjes gewonnen voor de try-out show van Doe Maar, op 1 juli 2008 in de Heineken Music Hall. Doe Maar, nota bene de band waar ik in mijn tienerjaren niets van moest hebben, want ik luisterde naar KISS en DIO. Stiekem vond ik de muziek van Doe Maar ook best leuk, alleen zou je mij daar destijds niet in het openbaar over gehoord hebben.

De bewuste dag toog ik samen met mijn vrouw richting Amsterdam, alwaar wij ruim op tijd arriveerden. Wij hielden rekening met eventuele onvoorziene omstandigheden onderweg. Een file was het meest aannemelijk, autopech zou ook nog kunnen, maar wij hielden er zo ongeveer rekening mee dat al rijdende over de A1 plotseling heel provincie Utrecht van de aardbodem verdwenen bleek te zijn en we dus een eind om zouden moeten rijden.

Ik had de telefoon van onze dochter meegenomen; lekker handig klein en je kon er al foto’s mee nemen. Het concert beviel ons beiden bijzonder goed, niet in de laatste plaats omdat we nagenoeg ieder nummer kenden. Leuk om die mannen aan het werk te zien, erg gezellig in de zaal, maar we dachten aan het eind toch even: Is dit alles? Dit had niets te maken met het goedgevulde programma, maar omdat de tijd voorbij was gevlogen.

Wij hadden ons voorgenomen om na het concert nog even na te blijven voor een drankje, zodat we niet in de drukte richting snelweg zouden komen.
Staande in de bar keek ik naar de ingang van de ruimte en zag tot mijn verbazing René van Collem binnenlopen. ‘Kijk eens wie daar binnenkomt.’, zei ik enthousiast tegen mijn vrouw. Net toen ze vroeg: ‘Wie is dat dan?’, kwam Jan Hendriks binnen. Ook hem herkende ze niet, alhoewel ik dacht dat ze me voor de gek hield. Maar nee hoor. Nu kan ik goed gezichten onthouden, maar dat ze deze beide heren niet zou herkennen had ik toch echt niet verwacht.
‘Ken je hem wel?’, vroeg ik toen Ernst Jansz binnen kwam lopen, bijna op de voet gevolgd door Henny Vrienten. Jazeker, deze beide heren kende ze natuurlijk! Toen heb ik maar uit de doeken gedaan dat René en Jan ook op het podium stonden. Nou dat zou wel, maar zij waren lang niet zo knap! Pfff, daar hadden we het nog latent aanwezige tienermeisje ineens hoor.

Wij kwamen in de gelegenheid om een foto met Henny te maken, waar mijn vrouw graag gebruik van maakte. Hij pakte mijn vrouw lekker vast en ging er eens goed voor staan, terwijl ik liep te klooien met dat telefoontje. Ja, in die tijd was het nog niet zo normaal om een foto met een telefoon te maken en zelf had ik nog niet eens zo’n geavanceerd ding.
‘Kijk hem nou, hij wordt er zenuwachtig van.’, grapte Henny tegen mijn vrouw, die vrolijk instemde en meelachte. Even later konden we ook nog een foto met Ernst maken. Ernst pakte haar stevig om de schouder en ik maakte de foto.
Ondertussen was ik voor mijn gevoel in mijn missie geslaagd, én kon ik vanaf dat moment oprecht beweren dat Henny over mij had gesproken; geen woord aan gelogen. De volgende dag zette ik de foto’s over van de telefoon naar de pc, waarbij bleek dat van ál de elf (!) foto’s die ik had gemaakt, er géén goed gelukt was. De foto’s van mijn vrouw met Henny en Ernst waren herkenbaar, mits je wist wat erop stond. Ze waren in ieder geval niet geschikt om in te lijsten en boven het bed te hangen.
Mijn vrouw was “enigszins” teleurgesteld in het resultaat, maar niet Radeloos. Ze was nog steeds blij dat ik de kaartjes had gewonnen en dat zij mee mocht; Liever dan lief.

Maar het werd niet De Laatste X; mijn falen bleek niet voor niets.
Op 28 september 2012 zag ik op Hyves staan: Wil jij naar Doe Maar in Paradiso?
Een respect op de blog en een goede reden opgeven waarom uitgerekend ik twee kaartjes zou moeten winnen was alles wat ik er voor moest doen. Een respect geven was zo gebeurt, over de reden moest ik een fractie van een seconde nadenken. De reden die ik opgaf:
De reden is even knullig als simpel. Na het Doe Maar concert in HMH moest/mocht ik een foto van mijn vrouw met Henny Vrienten en daarna met Ernst Janz maken. Beide heren namen de tijd, ik verknoeide beide foto’s. In de herkansing dus!
Op de één of andere manier had ik nu meteen een goed gevoel dat ik weer een goede kans maakte.

De herkansing voor de foto’s kwam niet, maar het concert in Paradiso was in klein gezelschap, met groot orkest, bekende Nederlanders in de zaal en op het podium, en daardoor heel speciaal.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Mooie redenatie

Wij kunnen al sinds jaar en dag geen kerststol, of ander brood met spijs, eten zonder aan een vriendje van onze zoon te denken. Nou ja, ondertussen is het een volwassen vriend, maar in dit geval denken we specifiek aan hem in zijn kinderjaren.

Als jonge knaap had hij de gewoonte om het spijs uit zijn snee kerststol te peuteren en vervolgens over de snee uit te smeren. Zal hij dat uitsmeren nu, als jongvolwassene, nog steeds doen? Vast wel.
Vanzelfsprekend moet hij dat helemaal zelf weten, zeker als hij de kerststol dan extra lekker vindt.

Het grappige was destijds echter zijn redenatie bij deze handeling: Ik smeer het uit, want dan wordt het meer.
Vergat hij toch mooi even dat het brood dan minder wordt met zo’n gapend gat. ;-p

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Niet de goden verzoeken

Met enige regelmaat sport ik samen met een bekende; een heel goede bekende mag ik wel zeggen. Begon dat enkele jaren terug met hardlopen, dit jaar op 19 mei fietsten we voor het eerst samen op onze racefietsen. Het was haar eerste tripje op haar pas aangeschafte fiets; een mooie en leuke rit.
Op 21 november maakten we samen een ritje met onze mountainbikes. Deze fiets had ze net aangeschaft, enerzijds om in de winter lekker door te kunnen fietsen, anderzijds omdat haar man ook op het punt stond om een mountainbike aan te schaffen. Totaal onverwacht had zij al een fiets te pakken, terwijl hij steeds net naast het potje pieste en een beoogde fiets net voor zijn neus weggekaapt bleek; tot twee maal aan toe nog wel! Grappig weetje is dat de eerste eigenaresse van haar mountainbike topsportster Elisa Dul is, een Nederlandse langebaanschaatsster en skeeleraar hier uit de buurt.
Of de duvel er mee speelde, beide ritjes slaagde ze er in om met de fiets te gaan liggen. Beide keren heel rustig en sierlijk, dat wel, én niets beschadigd. De oorzaak kan (min of meer) worden gezocht in de SPD pedalen, waar je schoenen aan vast zitten, hetgeen toch wel even wennen is. Het is een handigheidje om je voet los te krijgen én je moet er ook wel even aan denken. ’Het gebeurt iedereen een keer.’, hoor je dan ook vaak zeggen en daar heb ik inderdaad al mooie anekdotes over gehoord.

Na het ritje met de mountainbike, waar ze naast een single track tussen een paar struikjes ging liggen, vertelde ik haar: ‘Ik moet het eigenlijk helemaal niet zeggen, want het is de goden verzoeken, maar ik ben tijdens het fietsen nog nooit gevallen.’ Dom natuurlijk, zeker omdat ik ook nog eens niet op hout heb afgeklopt. Gelukkig ben ik helemaal niet bijgelovig hoor!

Afgelopen zondag maakte ik voor het eerst een ritje met haar man, die alsnog tegen een fraaie fiets aanliep; in figuurlijke zin. Nu voel je al aankomen dat hij ook onderuit ging, maar dat is niet het geval. Hij fietst nu trouwens nog met gewone trappers, want SPD pedalen zijn op dit moment net zo zeldzaam als wc papier in het begin van de corona periode.

Wij fietsten Het Willemsbos in, waar alras bleek dat mijn uitspraak de goden inderdaad ter ore was gekomen, terwijl ik er zelf al helemaal niet meer aan dacht. Bij de eerste de beste scherpe bocht in het bos ging ik met een flinke klap onderuit. Gelukkig zag ik het al wel aankomen, vanwege een duimdikke tak dwars over het pad, precies in die bocht. Normaal gesproken geen enkel probleem, maar het was vochtig in het bos. Het was óf flink remmen en vanwege de gladde bladeren onderuit gaan, óf de gok nemen. Het laatste maar gedaan; op hoop van Zegers. Mijn voorwiel gleed weg en er was geen houden meer aan. Ach ja, het hoort ook wel een beetje bij mountainbiken hè.

Behalve een tikkeltje gekrenkt ego was er verder niets aan de hand en het werd een mooie rit. Alleen jammer dat ik bij Het Leesten zand in mijn oog kreeg, dat dusdanig vervelend was dat ik mijn oog met goed fatsoen niet open kon houden en wij toch maar huiswaarts zijn gekeerd, terwijl we nog een mooi vervolg in gedachten hadden.
De rest van de dag heb ik met een pijnlijk en fraai rood oog zo min mogelijk om me heen gekeken. Het was wat dat betreft niet helemaal mijn dag.
Als oppeppertje kreeg ik nog wel de opmerking dat mijn rode linkeroog nu wederom mooi bij mijn blog paste.

De route door het bosrijke gebied
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Do you feel the same

Close your eyes, give me your hand, darlin’
Do you feel my heart beating
Do you understand
Do you feel the same
Am I only dreaming
Is this burning an eternal flame

Bovenstaande tekst komt je wellicht bekend voor, maar mocht dat niet het geval zijn dan wil ik wel uit de doeken doen dat het uit Eternal Flame van The Bangles komt. Dit lied uit eind jaren tachtig is ingezongen door Susanna Hoffs – die wat mij betreft op zich al niet onaardig om te zien is – geheel gekleed in Evakostuum en dat ook nog eens zonder vijgenblad (had de echte Eva trouwens ook niet aan in de Hof van Eden). Beeldmateriaal heb ik er niet van gezien, maar dit detail wilde ik je toch niet onthouden. Op zich nog wel toepasselijk ook, omdat de oorsprong van dit verhaal in feite een bips is.
Als ik dit lied hoor moet ik niet aan de bips van Susanna denken en wonderlijk genoeg zelfs helemaal niet aan haar. Haar naam ken ik nu pas, evenals het detail tijdens de opname, vanwege enige “research” voor dit verhaaltje.

Zoals een man buitengewoon goed kan denk ik bij het horen van dit lied nergens in het bijzonder aan; althans totdat ik het volgende zinnetje hoor: ‘Do you feel the same?‘
Op dat moment denk ik direct aan een fietsbroek, al vanaf één van de eerste keren dat ik het nummer hoorde en dat moet eind jaren tachtig zijn geweest. Een fietsbroek? Ja, een fietsbroek.

Na een flinke fietstocht kwam ik thuis, waarbij mijn zitvlak vanwege het langdurige contact met het harde smalle zadeltje nogal beurs aanvoelde. Uit de radio klonk het lieftallige stemmetje van Susanna, dat zo aandoenlijk de vraag stelde: ‘Do you feel the same?‘ Mijn reactie luidde zo ongeveer: ‘De zeem? Ik voel verdorie mijn hele kont!’ Excusez le mot.

Zo kom ik dus bij de fietsbroek.
Zoals een fietser, waarmee ik met name een wielrenner of mountainbiker bedoel, weet zit er in een fietsbroek een zeem. Tegenwoordig is dat een wat dikker materiaal, maar mijn eerste broeken bevatten een zeem dat nog het meest leek op de zeem waarmee mijn moeder de ramen streeploos droog poogde te maken. Van die zemen maakte ik als kind een Tarzan broekje, die ik dan voor en achter in mijn onderbroek stopte. Ook daar heb ik geen beeldmateriaal van, en gezien de nogal iele bouw dat ik mijn hele leven al heb is dat misschien maar goed ook. Johnny Weissmuller zou zich alsnog omdraaien in zijn graf, maar ik dwaal geloof ik enigszins af van het onderwerp.
Zoals een zeem voor het drogen van een raam na het drogen hard kan worden, was dat destijds ook het geval met de zemen in de fietsbroek. De klederdracht binnenin een fietsbroek is gelijk aan de klederdracht van een Schot onder een kilt; dat zou beslist niet fijn voelen op een wat stug geworden zeem. Om te voorkomen dat de billen schraal zouden worden, was er speciaal broekenvet te koop, waarmee de zeem vet en zacht gehouden kon worden. Bij de bewuste fietstocht was er van schraal geworden billen geen sprake, maar voelen deed ik ze wel; zadelpijn.

Tegenwoordig bestaat broekenvet, enigszins tot mijn verbazing, nog steeds, maar het bevat nu bestanddelen voor de huid in plaats voor het zacht houden van de broek; meer voor de man die ook de rest van zijn lichaam verzorgt met smeerseltjes die in de tijd dat een man nog een man mocht zijn waren voorbehouden aan vrouwen en vrouwelijke mannen. Van de laatste categorie zijn er steeds meer. Niets voor mij, dan maar een zere kont; Is this burning an eternal flame?

Wie wat bewaart heeft wat…..
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Groot

Onlangs kwam mij een verhaal ter ore over een persoon die te groot was voor een MRI-scan en daarom uit moest wijken naar een dierenkliniek.
‘Te groot?’, vroeg ik uiterst verbaasd, omdat ik me er weinig bij voor kon stellen, zeker omdat ik jaren terug zelf in zo’n ding mocht liggen. Dat een potvis te groot is kan ik me heel goed voorstellen en van een koe ook nog wel, maar een mens? ‘Hoezo, te groot?’, vroeg ik dus maar om de juiste informatie boven tafel zien te krijgen.
‘Te groot voor de MRI.’, was het antwoord.
Zucht…..
‘Te groot voor de MRI? Is die persoon een meter of drie of zo?’ En dan nog, dacht ik bij mezelf.
‘Nee.’
Ineens bekroop mij een idee bij “te groot”.
‘Bedoel je soms te dik?’, probeerde ik.
‘Dat klinkt zo onvriendelijk.’, luidde de uitleg.
Men probeert tegenwoordig ook van alles te vergoelijken door er een draai aan te geven.
‘Nou, dan is die persoon ook echt véél te dik.’, deed ik er daarom nog maar een schepje bovenop. Tja, als je het beestje – nou ja …. beest – niet bij de naam durft te noemen, dan doe ik het wel.
‘Die persoon is wat fors.’, probeerde de brenger van het verhaal het leed toch nog enigszins te verzachten.
Het leek mij niet erg aardig om met het laatste woord te eindigen; niet hardop althans.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een kleine beul in schaapskleren

Als ik in gezelschap ben, wil ik nog wel eens vertellen dat het mij regelmatig overkomt dat er meerdere dames achter mijn kont aan lopen, en dat ze dat dan meestal ook nog eens geruime tijd blijven doen. Men wil mij dan nog wel eens meewarig aankijken, waarbij ze nog net niet uitspreken: ‘Achter jou aan?’, maar ik spreek toch echt de waarheid.

Deze week had ik in de vroege avonduurtjes, half zeven, een eerste afspraakje met een jongedame. Het bleek een alleraardigste jongedame, tweeëntwintig lentes jong zo vertelde ze spontaan. Al na enkele ogenblikken stelde ze mij voor om mijn broek uit te doen, waar ik gehoor aan gaf. Ze vroeg mij op mijn rug te gaan liggen en ze streelde langs mijn kuiten.
Ook dit is tot nu toe toch een alleraardigst relaas voor op een verjaardag?
Vervolgens ontplooide ze zich tot een kleine beul in schaapskleren, die mijn kuiten begon te kneden teneinde een flink vastzittende kuitspier uiteindelijk weer normaal te laten functioneren. Dit, terwijl ik het afspraakje had gemaakt vanwege een vervelend aanvoelende achillespees. De oorzaak moest dus hogerop worden gezocht. Het kneden van met name de vastzittende kuitspier voelde niet heel plezierig, maar natuurlijk piepen kerels nogal snel.

Beide ervaringen met dames hebben te maken met hardlopen, waarbij ik in de hardloopgroep regelmatig dames (ook heren) achter me weet te houden. Blijkbaar span ik me daar toch behoorlijk bij in, sloof me wellicht teveel uit, waardoor mijn kuit het niet meer kon bolwerken en vervolgens mijn achillespees begon te irriteren. Zo leerde ik de jonge fysiotherapeute kennen die, al voelt het wat hardhandig, volgens mij wel goed werk verricht.
Het zal echter, zo vrees ik met grote vreze, nog wel even duren voordat ik het hardlopen weer voorzichtig op kan pakken.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Het boompje zonder naam

De bladeren van alle boompjes in de straat beginnen uit te vallen. Alle boompjes? Nee, één boompje blijft moedig weerstand bieden aan het huidig jaargetijde.

Van de acht boompjes, die als schildknapen rondom het veld voor ons huis staan geposteerd, loopt er iedere herfst één ruim achter met verkleuren en uitvallen van de bladeren. Zijn de overige zeven al flink in herfstkleuren getooid, deze achtste blijft halsstarrig groen; het begint pas voorzichtig met verkleuren als de rest ruimschoots begonnen is met het verliezen van hun tooi.

Graag had ik dit halsstarrige boompje vernoemd naar een oud dorpje in Gallië, dat moedig weerstand bleef bieden terwijl de rest van Gallië bezet was door de Romeinen. Helaas heeft het betreffende dorpje geen naam.

Geheel links het boompje zonder naam
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen