Even geen bami

Er bestond een generatie die naar een Chinees restaurant ging om een “possi nasi” of een “possie bami” af te halen, en wat schaapachtig keek bij de vraag of dit alles was. Pas later kwamen ze erachter dat nasi en bami bijgerechten waren, zoals ook witte rijst.
Uit een dergelijk gezin stam ik, een gezin waar de eerste uitbreiding op een portie nasi of bami het witte bekertje met stokjes saté was; nasi speciaal met een spiegeleitje. Gerechten als babi pangang en foe yong hai vormden ruimschoots later een volgende stap, laat staan rijsttafels.

Ook nu bestaan er nog mensen die gewoon kunnen genieten van een simpel bordje nasi, bami of mihoen (da’s alweer wat nieuwer). Eigenlijk behoor ik daar ook wel toe, alhoewel wij dat al lange tijd niet meer los hebben besteld. Blijft er echter wat over, dan eet ik het de volgende dag(en) met smaak op.

Gisteravond sprak ik een dame die enkele uren ervoor haar diner vol goede moed was begonnen met een bordje bami. Vind ze lekker; zij stamt ook nog net uit de “alleen maar possie bami” generatie en bezondigd zich daar zo af en toe nog aan.
De bodem van haar bordje was al zichtbaar, ze had haar buikje bijna rond, maar die laatste hapjes zouden er nog wel bij passen. Ze nam één van haar laatste happen en voelde ineens iets zachts in haar mond; zeg maar iets drellerigs. Ze moest even met haar tong zoeken waar het precies zat, haalde het met haar vingers weer naar buiten en bekeek een stevige, gelig slijmerige sliert, die ze tussen haar vingers kon rollen en uit elkaar kon trekken.

‘Hoe smaakte het?’, vroeg ik belangstellend.
Hoe het smaakte kon ze mij niet vertellen, maar eigenlijk wilde ze het er niet meer over hebben. Ze werd wederom lichtelijk onpasselijk, alleen al bij de gedachte.
‘Was het een made?’, vroeg ik.
Ze hoopte van niet.
‘Was de kok erg verkouden.’, probeerde ik een plausibele verklaring te vinden. Ja, in deze tijd weet je maar niet hè, maar gelukkig heeft ze al een vaccinatie gehad.
 ‘Smeerzak.’
‘Vies hè.’, hielp ik haar, enig medeleven tonend.
‘Bah, goor.’
‘Ik word al misselijk als ik het er over heb.’, loog ik.
‘Gadverdarrie, houd op.’
‘Eet je binnenkort weer bami?’
‘Ik hoef nooit meer bami.’
‘Je vond het toch lekker?’
‘Ja, vond….’

Met het tevreden gevoel dat zij haar hart had kunnen luchten beëindigden wij ons gesprek; bovendien was ze niet zo heel erg spraakzaam meer.
Misschien eerdaags maar weer eens iets lekkers met nasi eten, dat is lang geleden.

Over Left RedEye

De meeste RedEye blogs zijn geschreven naar aanleiding van gebeurtenissen die ik meemaak. Verder zijn er blogs geschreven als reactie op iets dat mijn zintuigen hebben waargenomen, vanuit een gedachtekronkel of gewoon om iets uit te proberen. Als ik het gevoel heb dat het creatief omgaan met de waarheid het verhaal ten goede komt, dan zal ik dat niet nalaten. Mocht je jezelf herkennen in een verhaal, maar staat het verhaal iets anders in je geheugen gegrift, dan kan dat kloppen. Om deze reden zijn de meeste verhalen volledig anoniem gelaten. Ik schrijf blogs omdat ik het leuk vind, ik pretendeer zeker niet een schrijver te zijn. Personen of groepen beledigen is beslist niet mijn intentie, hoewel ik niet altijd kan voorkomen dat er mensen zijn die zich wellicht aangesproken voelen. Het plaatsen van letters en leestekens in volgorde van deze verhalen gebeurt onder het motto: "Zo, dat ben ik ook weer kwijt."
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s