Een ieder krijgt wat ‘m toekomt, nietwaar?

Het was Hemelvaartsdag. Wij zaten na een lange, prachtige ochtendwandeling door het duingebied ten noorden van Egmond aan Zee heerlijk in het zonnetje in de tuin bij ons vakantieverblijf.
‘Het is zeker bijna drie uur?’, zei ik na verloop van tijd tegen mijn vrouw.
‘Hoezo?’, vroeg ze.
‘Ik denk dat ze zijn aangekomen.’
De lucht begon te betrekken en het zojuist nog volop schijnende zonnetje verschool zich ineens achter de wolken. Het werd zelfs dusdanig fris dat er wel even een vestje over het shirt met korte mouwen aangetrokken mocht worden; een lange broek was nog net niet nodig.

Een dag eerder ontvingen wij van een bekend stel een berichtje dat zij de volgende nacht een hotelkamer in dezelfde badplaats hadden geboekt. Ze waren eigenlijk van plan om richting Limburg te gaan, maar daar was slecht weer voorspeld. Het lijkt er bijna op dat zij mindere weersomstandigheden aantrekken, want het zou niet de eerste keer zijn geweest dat het weer tijdens hun korte vakantie niet zo florissant zou zijn. Wij hebben tot op heden redelijk vaak geluk gehad met het weer, schrijf ik nu al afkloppend op eikenhout, zo ook dit weekje uit; dit in tegenstelling tot de afgegeven weersvoorspelling. Het lenteweer dat je normaal gesproken zou kunnen hebben was er niet, maar een hele week op het strand liggen is niets voor mij en mijn hoofd had bovendien toch alweer een kleur die richting de rijpe tomaat neigde. Van ons lekkere weer wilden zij wel een graantje meepikken, en daarnaast konden wij dan gezellig samen een leuke avond doorbrengen.

Maar goed, om even op de eerste alinea terug te komen, ze zouden rond de klok van drie in Egmond aan Zee arriveren en dat was dus direct merkbaar aan de zichzelf verstoppende zonneschijn.
Rond een uur of vier liepen wij hun kant op, knabbels en drank in de rugzak, en gezamenlijk togen wij naar het strand. De bewolking werd dunner en verdween niet veel later zelfs, dus het was bijzonder goed toeven. Die verdienste schreef ik dan maar weer aan onszelf toe.

Blikjes op het strand, maar later keurig opgeruimd

Toen we de drank al enigszins begonnen te voelen en de magen begonnen te knorren besloten we een hapje te gaan eten. Daar de terrasjes om zes uur alweer gesloten waren werd het de cafetaria, maar daar hadden wij geen enkel bezwaar tegen.
Na het bewonderen van hun op zich mooie hotelkamer, die tegen hun verwachtingen in niet op zee bleek uit te kijken, zelfs geen glimpje, maar op de doorgaande straat én een koelkastje dat te klein bleek voor een fles rosé, maar gelukkig niet voor enkele blikjes bier, liepen we weer naar het strand om de zonsondergang te gaan bewonderen. Heerlijk langs het strand kuieren, gezellig kletsen en onderwijl constateren dat de zon alsmaar dichter bij de zee kwam.

De zonsondergang was zeker fraai, maar vanwege de wat verder op zee laag hangende bewolking zagen we de son niet in de see sakken maar net erboven achter een wolkenband duiken. Ik liet daarom maar wat foto’s van de voorgaande dagen zien, om een beeld te schetsen hoe het ook had kunnen zijn.

Zonsondergang Egmond aan Zee

Langzaam liepen we terug, waarbij het plotseling in me opkwam dat ik wel wat in het zand kon tekenen: een romantisch hartje met de voorletters van mijn vrouw en mij.
‘Wat lief.’, zei mijn vrouw en beloonde mijn spontane actie met een zoentje.
‘Ik ben een beetje jaloers.’, hoorde ik achter mijn rug en zag nog net de andere dame uit ons gezelschap door het hartje sloffen. Vanzelfsprekend was ik diep geschokt, maar ik kon mijn tranen verbijten. Oké, dit is wel wat lichtelijk overdreven en enigszins bezijden de waarheid. Maar, lief vond ik het niet.

De volgende dag zouden ze vertrekken, maar toen wij een fietstocht maakten door het zuidelijk duingebied, ontvingen wij een berichtje dat zij vanwege het lekkere weer nog gauw fietsen hadden gehuurd en het noordelijk duingebied in waren getrokken.
Enige tijd later ontvingen wij een foto waarop de vrouw op de grond zat, vergezeld van de tekst: ‘Gevallen, voet verstuikt.’
Wat bleek? Bij het afstappen was ze in een kuil in de berm gestapt, waarbij haar enkel dubbel was geklapt. Pijnlijk, vervelend, maar hoogstwaarschijnlijk haar straf voor het sloffen door het hartje. Tja, zo gaat dat hè!
‘Balen zeg. Klote Duitsers ook met hun kuilen.’, reageerde ik maar.

Herken je de schoenen, broek en het jasje op beide foto’s?

Met een half uurtje verschil kwamen we weer in Egmond aan Zee terug en konden nog even lekker met z’n vieren een terrasje pakken, ook al was het aan twee tafeltjes. Zo hadden wij een gezellig intermezzo van onze vakantieweek en waren zij voorzien van lekker weer in plaats van een regenachtig Zuid-Limburg.

Over Left RedEye

De meeste RedEye blogs zijn geschreven naar aanleiding van gebeurtenissen die ik meemaak. Verder zijn er blogs geschreven als reactie op iets dat mijn zintuigen hebben waargenomen, vanuit een gedachtekronkel of gewoon om iets uit te proberen. Als ik het gevoel heb dat het creatief omgaan met de waarheid het verhaal ten goede komt, dan zal ik dat niet nalaten. Mocht je jezelf herkennen in een verhaal, maar staat het verhaal iets anders in je geheugen gegrift, dan kan dat kloppen. Om deze reden zijn de meeste verhalen volledig anoniem gelaten. Ik schrijf blogs omdat ik het leuk vind, ik pretendeer zeker niet een schrijver te zijn. Personen of groepen beledigen is beslist niet mijn intentie, hoewel ik niet altijd kan voorkomen dat er mensen zijn die zich wellicht aangesproken voelen. Het plaatsen van letters en leestekens in volgorde van deze verhalen gebeurt onder het motto: "Zo, dat ben ik ook weer kwijt."
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s