Visje, visje.

Sinds begin vorig jaar hebben we een vijver in onze achtertuin; een rechthoekig exemplaar van 1 bij 3 meter en 80 centimeter diep, die de geheel opnieuw ingerichte tuin via een als bruggetje dienend rooster mooi in twee delen verdeelt. Toen ik het ontwerp zag was ik in eerste instantie niet erg enthousiast van het idee om een vijver aan te leggen, mede vanwege het feit dat onze tuin slechts een meter of 8 diep is. Dit bleek een verkeerde inschatting en ik ben er nu bijzonder blij mee, zeker sinds ik er een krap jaar geleden vissen in mocht uitzetten.
Meestal voer ik de vissen en vind het bijzonder koddig om te zien hoe snel ze naar me toe komen. Gedurende de winter heb ik mijn kleine vriendjes best gemist; ik keek elke dag wel even, maar ze zweven dan nagenoeg bewegingsloos in het water. Het is frappant om te zien hoe snel dat veranderd als het zonnetje weer wat in kracht toeneemt. Ik kan echt tijden naar de vissen zitten kijken en mag de vijver – tot mijn eigen verwondering – graag onderhouden.

Ik weet uit ervaring dat ik deze vijver een stuk leuker vind dan een aquarium in de kamer; ieder zijn meug hè. Jaren geleden hebben we ooit zo’n bak water van iemand overgenomen. Ook naar die vissen kon ik tijden zitten kijken, maar het onderhoud was een kriem. Dat gepriegel en gepruts in zo’n grote bak water in je huiskamer; wie bedenkt nou zoiets? Ik moet eerlijk toegeven dat mijn vrouw er over het algemeen voor opdraaide.
Het ergste van onze aquarium periode vond ik een vis die steeds schever ging zwemmen; op het laatst geheel op de kop. Het had nog gekund dat het een Australisch exemplaar was, maar dat bleek niet het geval. Langzaam maar zeker ontwikkelde het arme dier ook nog een gezwel en tegen dat tafereeltje zat ik dan steeds aan te kijken. Ik kon het op een gegeven moment niet meer aanzien en besloot het uit het lijden te verlossen. Jaha, dat is makkelijk gezegd… maar hoe doe je dat?
“Gooi hem maar hard tegen de vloer.”, “Leg hem op de grond en stamp er maar op.”, “Spoel maar door het toilet.” en nog meer van deze fraaie suggesties werden gedaan. Duidelijk was wel dat ik het vonnis uit mocht voeren, terwijl ik er al moeite mee heb om een vlieg te vermoorden.
Uiteindelijk besloot ik de vis snel in een plastic boterhamzakje te doen en hem met een ferme, welgemikte tik met een oud – voor deze gelegenheid als knuppeltje dienend – tafelpootje uit het lijden te verlossen. Het verliep snel zoals ik in gedachten al vele malen had uitgevoerd, maar er was een “klein bijkomend detail” waar ik niet bij stil had gestaan. Ik sloeg zo hard dat de vis ongetwijfeld in één keer dood was; het korte verblijf in het zakje was voor het beestje denk ik het ergst. Maar IK zag van dichtbij wat ik met de klap had aangericht. Het plastic zakje zat van binnen vol met bloedspetters als ware hij in volle vaart door een trein gevat; ik werd er bijna niet goed van. Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik dit schrikbeeld kwijt was en nu ik dit intik zie ik het zo weer voor me. Mocht ik ooit nog voor het voldongen feit staan dat een vis uit het lijden verlost moet worden, dan weet ik in ieder geval hoe ik het niet zal uitvoeren.

Ik denk dan toch liever terug aan een visje waar ik veel plezier aan heb beleefd, maar dat helemaal niet bestond.
We waren in het jaar des Heeren 2000 in Oostenrijk op vakantie; onze kinderen waren nog klein. Op een dorpspleintje stond een fonteintje met een waterbak ervoor, zoals je dat daar veel op dorpspleintjes zag. Ons zoontje kon net over de rand kijken en hij deed dat nieuwsgierig toen ik “Visje, visje.” zei, waarop ik hem met wat waterspetters nat spatte. Dat vond het mannetje wel leuk.
Enkele dagen later liepen we op een ander dorpspleintje toen ik ineens een bekend stemmetje “Visje, visje.” hoorde zeggen, direct gevolgd door een flinke klets door het water. Ons meneertje had zichzelf behoorlijk nat gespat, maar bovenal het kruis van een oude man met een lichtbeige lange broek die een kijkje bij de fontein had genomen. De kleine veroorzaker van het leed kon er smakelijk om lachen en ik eerlijk gezegd ook wel, maar ik durfde dat niet te tonen. De man – een Duitser – vond het namelijk aanmerkelijk minder amusant en keek alsof hij de jongen bij voorkeur voor het vuurpeloton zou plaatsen. Met een niet geheel gemeend “Tut mir leid.” haalde ik de kwajongen weg en barstte na enkele meters afgelegd te hebben in lachen uit. Vrouw en kinderen deden vrolijk mee en dat jolige tafereeltje is de oude man vast niet ontgaan.

De eerst beschreven “Visje, visje” waterbak.
Visje, visje.

Over Left RedEye

De meeste RedEye blogs zijn geschreven naar aanleiding van gebeurtenissen die ik meemaak. Verder zijn er blogs geschreven als reactie op iets dat mijn zintuigen hebben waargenomen, vanuit een gedachtekronkel of gewoon om iets uit te proberen. Als ik het gevoel heb dat het creatief omgaan met de waarheid het verhaal ten goede komt, dan zal ik dat niet nalaten. Mocht je jezelf herkennen in een verhaal, maar staat het verhaal iets anders in je geheugen gegrift, dan kan dat kloppen. Om deze reden zijn de meeste verhalen volledig anoniem gelaten. Ik schrijf blogs omdat ik het leuk vind, ik pretendeer zeker niet een schrijver te zijn. Personen of groepen beledigen is beslist niet mijn intentie, hoewel ik niet altijd kan voorkomen dat er mensen zijn die zich wellicht aangesproken voelen. Het plaatsen van letters en leestekens in volgorde van deze verhalen gebeurt onder het motto: "Zo, dat ben ik ook weer kwijt."
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s