Hier word ik pas echt moe van.

We zijn alweer twee weken verder sinds ik “Ik word er zo moe van.” schreef. Gelukkig heeft het bloedonderzoek niets afwijkends uitgewezen, dus ook geen te traag werkende schildklier of de ziekte van Lyme. Afgelopen maandagmiddag ben ik weer bij de huisarts op bezoek geweest, waar ik nog wat verder ben onderzocht. Al met al is er uit de testen geen aanwijzing voor lichamelijke oorzaken voor de klachten naar voren gekomen. 

Ik gaf de huisarts aan dat ik daar blij mee ben en stelde de vraag: “Wat nu?” 
“Tja, dit zijn lastige dingen voor huisartsen. Ik wil een maandje afwachten.” 
“Een maandje afwachten?” vroeg ik “En dan?” 
Ik werd een beetje wazig aangekeken, alsof ik de boodschap niet goed had begrepen. 
Er was een vraag die ik tot op dat moment bewust nog niet had gesteld, maar waar ik nu de tijd toch wel rijp toe achtte: “Kan het een burn-out zijn, of burn-out verschijnselen?” 
Er volgde een wat nonchalante reactie: “Ja, dat kan.” 
“Wat gaan we daar dan aan doen?” vroeg ik nog, maar kon het antwoord al bijna raden: “Ik wil toch een maandje afwachten.” 
Ik besloot niet in discussie te gaan, maar hier word ik pas echt moe van. 

Ik heb in goed overleg met mijn manager de afgelopen twee weken hoofdzakelijk thuis gewerkt en op een lager pitje. Ik merk dat de situatie nu in ieder geval stabiel is gebleven; wellicht zelfs licht verbeterd. Maar toen ik afgelopen zaterdag met mijn vrouw ergens op de fiets heen ging – een ritje van een kleine 9 kilometer – moest ik haar toch vragen om wat langzamer te fietsen. Dat is niet zoals dat normaal gesproken bij ons gaat. 

Na het opbeurende gesprek met de huisarts ben ik bij mezelf ten rade gegaan. Laat ik nu maar eens aannemen dat ik inderdaad last heb van burn-out verschijnselen. De symptomen doornemend komen ze deels overeen en daarbij heb ik blijkbaar geluk dat ik enkele symptomen niet heb. Ik ben in ieder geval niet enorm depressief en heb geen enorm negatief zelfbeeld. De beeldspraak van een batterij die onvoldoende oplaadt kan ik echter heel goed plaatsen. 
Ik heb getracht op een rijtje te zetten wat de mogelijke aanleiding voor een burn-out zou kunnen zijn. 

De afgelopen vijf jaar heb ik, zeker vanuit mijn werk, best veel meegemaakt. 
Vijf jaar terug kregen we het bericht dat onze business unit verkocht zou worden aan een bedrijf dat ten westen van Utrecht staat; ons bedrijf stond ten oosten van Apeldoorn. De reistijd met het openbaar vervoer is meer dan 90 minuten, wat er uiteindelijk de hoofdoorzaak van was dat zo’n 80 procent van het personeelsbestand de beslissing heeft genomen om niet mee te gaan. 
Dat klinkt wellicht makkelijk, maar dat was het toch niet. De arbeidsmarkt was toen ook al niet best, dus het was voor de mensen kiezen uit twee kwaden. 
Ikzelf heb besloten wel mee te gaan, hoofdzakelijk vanwege de mooie dienstverlening die we (nog steeds) hebben, maar daarbij ook enigszins vanwege de slechte arbeidsmarkt van dat moment. Ik heb immers wel een gezin te onderhouden. 

Ik was één van de drie teamleiders en wij hebben het jaar van de overgang heel wat voor onze kiezen gehad. Iedere maand namen we afscheid van mensen die we vaak al vele jaren kenden; hier werd veel aandacht aan besteed. We hebben vragende, radeloze, boze en verdrietige mensen aan onze bureaus gehad waarbij we onszelf – dat durf ik best te beweren – weggecijferd hebben. 

Officieel begon ik per januari 2010 in Utrecht – ik vierde daar in mijn tweede week al mijn 25 jarig jubileum – en op 1 april was het licht definitief uit in Apeldoorn. 

Ik had in Apeldoorn een drukke baan, maar over het algemeen erg leuk. De functie bij het nieuwe bedrijf is op zich goed, maar wel minder leuk. Bovendien moet je het bedrijf en de dienstverlening eerst leren kennen, hetgeen buiten de drukke baan extra inspanningen vergt. 
In plaats van een kwartier fietsen was het nu een uur en een kwartier auto rijden om op kantoor te komen; als er geen oponthoud was. Ik kreeg gelukkig wel de gelegenheid om enkele dagen per week thuis te werken. Bovendien had ik het eerste jaar een fantastische teamleider waar ik veel aan heb gehad. Bij de twee voorgaande jaren opgeteld – die achteraf gezien ook niet in de koude kleren waren gaan zitten – waren het wel inspannende jaren. 

Het jaar erop kreeg ik een nieuwe teamleider. Ik sprak hem niet zo heel vaak, maar als dat het geval was viel het me op dat hij mijn woorden heel goed wist te verdraaien. Dezelfde woorden in een andere context. Ik vertelde hem hierom dat hij wel journalist had kunnen worden, hetgeen me niet in dank werd afgenomen. De verstandhouding was niet echt goed en een blijk van waardering heb ik niet of nauwelijks gehad. 

Het jaar daarop kreeg ik weer een andere teamleider. Op zich een aardige dame, maar ik sprak haar nagenoeg nooit. Ze was veel te druk met andere werkzaamheden dan het leiden van een team; overigens met de beste bedoelingen. Ze had daardoor geen idee wat ik gedurende het jaar allemaal deed en ook van haar heb ik nooit echt een blijk van waardering gehad. 
Ze heeft sinds begin van dit jaar overigens een …. burn-out. 

Het bedrijf waar ik vandaan kwam had een platte hiërarchische structuur, we kenden iedereen binnen de business unit en de verantwoordelijkheden waren duidelijk. 
Ik kwam terecht in een bedrijf waar ze nog nooit van een platte hiërarchische structuur hebben gehoord. Het bestaat uit een groot aantal afdelinkjes met – uiteraard – bijbehorende managers. De meeste managers hebben weinig kennis van de werkzaamheden die de mensen uitvoeren. Vanwege het grote aantal afdelinkjes kent nagenoeg niemand de totale keten van de dienstverlening; verantwoordelijkheden worden afgeschoven. Ik heb zelfs al een aantal keer meegemaakt dat een taak tussen wal en schip viel; in plaats dat deze taak bij een bestaande afdeling werd ondergebracht, werd er een nieuwe afdeling opgericht. Ja, uiteraard kwam er een nieuwe manager bij en werd de dienstverlening nog inefficiënter. 
Een taak die ik vroeger makkelijk in een dag zou kon afronden, vergt nu regelmatig al snel een week of langer doorlooptijd vanwege de interne speurtocht naar informatie. 

Dit zijn allemaal zaken waar ik niet zo goed tegen kan. Ik wil op een effectieve manier goed werk afleveren, zowel richting klant als organisatie, hetgeen soms bijna onmogelijk wordt gemaakt. 
Uiteraard gaat er ook veel goed binnen deze organisatie, maar ik merk met name de gevolgen van dingen die minder goed gaan omdat ik daar bij mijn werkzaamheden last van ondervind. 

Daarbij komt ook nog dat mijn vader afgelopen jaar de diagnose beginnende ouderdomsdementie kreeg, hetgeen – alhoewel het best nog goed gaat – ook de nodige energie vergt. Ook hier reageerde de huisarts zo apathisch, waarna ik zelf verdere acties heb opgestart. 

Ik heb afgelopen dinsdag een gesprek met mijn – alweer een nieuwe – teamleider gehad en aanvullend met een dame van HR. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit bijzonder goede en fijne gesprekken waren. Ik heb aangegeven dat ik niet op het “advies” van de huisarts in wil gaan en actief wil zoeken naar de oorzaak en de oplossingsrichting, maar daar wel wat hulp bij kan gebruiken. 
Het was leuk – nou ja, in feite is het triest – om vanuit HR te vernemen dat dit bijna nooit voor komt; meestal melden mensen zich ziek en wachten lijdzaam af op wat er komen gaat. Dit werd me echt als compliment meegegeven. Misschien verkeer ik wat in een luxe positie qua symptomen, maar lijdzaam afwachten is niets voor mij. 
De dame van HR is nu de mogelijkheden aan het verkennen en zou snel van zich laten horen. Tot op heden ben ik nog niet ziek gemeld, krijg de ruimte om het wat rustiger aan te doen en naar Utrecht te komen als ik het wil en/of kan. Ik doe dat nu 1 keer per week, puur omdat ik het zelf wil. 
Wat dat betreft heb ik niets te klagen, integendeel. 

Uit de gesprekken met beide dames bleek dat er op dit moment maar één persoon is die mij pushed: ikzelf.

Over Left RedEye

De meeste RedEye blogs zijn geschreven naar aanleiding van gebeurtenissen die ik meemaak. Verder zijn er blogs geschreven als reactie op iets dat mijn zintuigen hebben waargenomen, vanuit een gedachtekronkel of gewoon om iets uit te proberen. Als ik het gevoel heb dat het creatief omgaan met de waarheid het verhaal ten goede komt, dan zal ik dat niet nalaten. Mocht je jezelf herkennen in een verhaal, maar staat het verhaal iets anders in je geheugen gegrift, dan kan dat kloppen. Om deze reden zijn de meeste verhalen volledig anoniem gelaten. Ik schrijf blogs omdat ik het leuk vind, ik pretendeer zeker niet een schrijver te zijn. Personen of groepen beledigen is beslist niet mijn intentie, hoewel ik niet altijd kan voorkomen dat er mensen zijn die zich wellicht aangesproken voelen. Het plaatsen van letters en leestekens in volgorde van deze verhalen gebeurt onder het motto: "Zo, dat ben ik ook weer kwijt."
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s