Allemaal wegwezen!

We hadden een nieuwbouwhuis gekocht in een wijk waar tot voor kort alleen weiland was. Het was een rijtjeswoning midden in een blok, met een stukje tuin voor en een aardig stukje tuin achter. Na eerst de – in onze ogen – belangrijkste werkzaamheden in het huis te hebben verricht, was nu de tuin aan de beurt. Het leuke aan een nieuwbouwproject is dat je met een heleboel buren tegelijk bezig bent en we besloten gezamenlijk met de erfafscheidingen te beginnen. Voor het hele blok werden twee schuttingen per woning aangeschaft die samen met de naaste buren werden geplaatst. De bewoners die toch al het meest hadden betaald om een hoekwoning te bemachtigen, mochten daarom ook zelf voor de buitenste afscheidingen zorgen.

In de avond, aansluitend op de dag dat de schuttingen waren geplaatst, stak een flinke storm op. De buren die de bewuste dag flink door hadden gebuffeld en de schuttingen al goed vast hadden gezet kwamen van een koude kermis thuis; nagenoeg al deze schuttingen waren bij de grond afgeknapt. Achteraf gelukkig stonden wij gedurende de dag meer te kletsen dan te werken en waren we er ’s middags achter gekomen dat een pilsje ook wel lekker was. Hierdoor stonden onze schuttingen aan het eind van de dag nog losjes in de grond. Ze stonden de volgende morgen weliswaar behoorlijk scheef, maar verder nog intact op hun plek. 
De schuttingen vormden slechts een klein deel van de erfafscheiding en eenieder besprak zelf met de buren hoe de rest ingevuld zou worden. Hoge en lage hekjes, taxus- en buxushaagjes; er kwam van alles te staan. Wij besloten samen met de rechterburen, links voor de belletjestrekker, coniferen te plaatsen. 

Het was een mooie zonnige dag toen de buurman en ik begonnen met het gelijkmaken van de grond; de conifeertjes stonden al vrolijk achterin de tuin te wachten op het moment dat ze met de kluitjes de grond in mochten. De kinderen uit het blok, ze waren nog klein, waren met z’n allen lekker in het veelvuldig aanwezige zwarte zand in de tuinen aan het spelen. Dat zou wel afkicken worden als al de erfafscheidingen op de plaats zouden staan; ze gingen van een hele grote gezamenlijke speelplaats achter het blok terug naar de eigen tuin achter het huis. Weg met het zwarte zand, hetgeen de ouders het meermaaldaags geschrob van de van top tot teen pikzwarte kinderen zou besparen. 
Het gelijkmaken van de grond was nog een hele klus, want na de oplevering zagen de tuinen er eerder uit als een slagveld dat zojuist onder mortiervuur had gelegen dan een vlak biljartlaken. Geheel toevallig bleek dat wel toepasselijk voor het vervolg van dit verhaal. 

We hadden voor de afwisseling maar eens besloten om deze dag flink door te werken, hetgeen ons tot op dat moment nog niet één keer was gelukt als we gezamenlijk iets oppakten. De buurman en ik waren flink met onze schoppen in de weer, totdat ik ineens tegen iets hards aan stootte. Ik keek wat het was, maar kon er nog geen koekje van bakken. Ik haalde nog wat zand weg en zag dat het een rond metalen ding was met een doorsnede van een centimeter of 20 en het had een legergroene kleur. Precies in het midden zat een rondje met een diameter van een centimeter of 5. 
“Wat is dat nou voor een ding?” vroeg ik me hardop af. De buurman kwam kijken, al snel gevolgd door de buurvrouw, mijn vrouw en de buurkinderen. Het buurjongetje wilde er een schop tegenaan geven, maar de buurman trok hem direct weg. 
“Het lijkt wel een landmijn!” mijmerde de buurman. 
“Ja verdomd, het lijkt er inderdaad wel wat op.” mijmerde ik gezellig met hem mee. Er stond regelmatig in de krant dat er ergens een explosief uit de tweede wereldoorlog onschadelijk was gemaakt, dus het was natuurlijk niet geheel ondenkbaar dat er nu iets dergelijks bij ons in de tuin lag. 
Voordat we het wisten leek het niet alleen meer op een landmijn, maar was het er al één geworden. “Allemaal wegwezen!” zei de buurman op serieuze toon. Het klonk niet als een verzoek maar als een bevel. De dames en de kinderen deden een bescheiden stapje achteruit, maar werden vriendelijk doch dringend gesommeerd om wat meer afstand te nemen. 

“Ik weet het niet hoor.” zei ik vertwijfeld. Alhoewel het voorwerp wel op een landmijn leek, althans afgaande op het beeld dat ik er van had, zat het me toch niet helemaal lekker. Het vervelende was dat ik er ook geen idee van had wat het anders zou kunnen zijn. 
“Wat moeten we doen?” vroeg de buurvrouw van een afstandje, “De politie bellen?“ Tja, we wisten geen van allen wat wijsheid was in deze. 

Ik ging er op mijn hurken bij zitten en keek er nog eens goed naar, haalde uiterst voorzichtig nog wat zand langs de randen weg en zag dat het voorwerp zo’n centimeter of 10 hoog moest zijn. Dat klopte dan wel weer mooi bij ons beeld van de landmijn. “Die knop in het midden niet aanraken!” werd me nog even aangeraden, maar dat had ik mezelf ook al wel bedacht. 
Omdat ik er niet zo heel veel zin in had om voor gek voor de politie te staan bewoog ik het voorwerp iets omhoog, me tegelijkertijd realiserend dat dit wellicht niet mijn meest doordachte actie ooit was. Het voelde eigenlijk behoorlijk licht, ondanks het feit dat het nog wat vast zat in het zand. Dat leek me toch wat raar voor een metalen landmijn, alhoewel beslist niet alle twijfel was weggenomen. Na het weghalen van nog wat zand kreeg ik beter grip op het ding en kon het ineens oppakken. 
Daar stond ik dan met een legergroen stuk metaal in mijn hand, dat bij nadere beschouwing toch geen landmijn bleek te zijn. Het was nou niet bepaald een voorwerp dat ik aan een legergroene kleur geassocieerd zou hebben. Zeg nou eerlijk, is dat geen ietwat eigenaardige kleur voor …… een fluitketel? 

Inzending “Aan het woord! Apeldoorn 2012

Over Left RedEye

De meeste RedEye blogs zijn geschreven naar aanleiding van gebeurtenissen die ik meemaak. Verder zijn er blogs geschreven als reactie op iets dat mijn zintuigen hebben waargenomen, vanuit een gedachtekronkel of gewoon om iets uit te proberen. Als ik het gevoel heb dat het creatief omgaan met de waarheid het verhaal ten goede komt, dan zal ik dat niet nalaten. Mocht je jezelf herkennen in een verhaal, maar staat het verhaal iets anders in je geheugen gegrift, dan kan dat kloppen. Om deze reden zijn de meeste verhalen volledig anoniem gelaten. Ik schrijf blogs omdat ik het leuk vind, ik pretendeer zeker niet een schrijver te zijn. Personen of groepen beledigen is beslist niet mijn intentie, hoewel ik niet altijd kan voorkomen dat er mensen zijn die zich wellicht aangesproken voelen. Het plaatsen van letters en leestekens in volgorde van deze verhalen gebeurt onder het motto: "Zo, dat ben ik ook weer kwijt."
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s