Begin maar met tellen

Daar zat ik op een klein stoeltje, hoofd schuin omhoog en een leuke jongedame met een lang stokje in de hand voor me staand. ‘Begint u maar met tellen.’, zei ze vriendelijk. Die opdracht had ik niet direct verwacht.

‘Eén, twee’, begon ik en het stokje verdween in mijn neus. ‘Vier, vijf’, het stokje bleef maar dieper gaan.
Omdat ik ooit aan mijn neusschotje ben geopereerd, waarvan ik voor de operatie dacht dat deze gewoon in je neus zit, maar die zich juist grotendeels achter de neus blijkt te bevinden tot aan de schedelbasis, wist ik hoe diep die holte is.
Het kriebelde wat, maar verder vond ik het niet vervelend. ‘Zes, zzz……’ Hè? Ik wist wel dat zeven kwam, maar ik kon het tot mijn verbazing ineens niet uitspreken.

‘Mooi!’,  zei de jongedame duidelijk wat enthousiaster dan dat ik op dat moment was. Ze draaide het stokje een beetje heen en weer, waarna ze het behoedzaam terug begon te trekken. ‘Zeven.’, zei ik.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Toevallig

Heerlijk liep ik door het bos, toen niet ver voor mij een jongedame uit een zijpad kwam. Voor de goede orde, lopen betekend hardlopen; de wat tragere variant heet wandelen. Ze liep precies hetzelfde tempo als ik, waardoor ik mij na verloop van tijd enigszins ongemakkelijk begon te voelen. Dat gevoel kreeg ik, omdat ik me juist afvroeg of zij zich wellicht ongemakkelijk of zelfs onveilig voelde omdat die oude kerel de hele tijd achter haar aan liep. Nu kan ik je garanderen dat ik op geen enkele manier kwaad in het zin had en zij dus eerder veiliger was dan onveiliger, maar dat zal een perverse oude viezerik waarschijnlijk ook gezegd hebben.

Dit droomde ik afgelopen nacht, nadat ik met het voornemen naar bed was gegaan om de volgende ochtend de witte route in het paleispark bij Het Loo te gaan lopen. Zo ben ik blijkbaar al bezig met mijn voornemen, voordat het daadwerkelijk het geval is. Alleen hardlopende dames kom ik daar echter zelden tegen.

Vanmorgen sprong ik op de fiets, voor het ritje van een kleine zeven kilometer naar de achterste parkeerplaats. Daar aangekomen had ik het zweet al op de rug staan, want het was nog warmer dan ik al had gedacht; het is weer even wennen na die koude weken.
Deze morgen heb ik voor de witte route gekozen, omdat ik twee weekeinden geleden ruim elf kilometer door de sneeuw heb gelopen, vorig weekend ruim tien kilometer over het kanaal heb geschaatst, dus ik kon dit weekend niet anders dan voor de witte route kiezen.
Was ik bij voorgaande wapenfeiten nog dik gekleed, nu droeg ik een korte broek en lang shirt, maar de mouwen heb ik al snel opgestroopt. Totaal andere omstandigheden dan de afgelopen twee weken, maar wat is ook dit wederom een cadeautje! Zo hier en daar waren de laatste winterse sporen nog zichtbaar, waar ik nog op terug kom, maar die strijd is vandaag wel gestreden.

Na enkele kilometers kreeg ik de cadans lekker te pakken. Plots kwam er vanuit een zijpad een jongedame gelopen en ze leek hetzelfde tempo te lopen als ik, precies zoals in mijn droom van afgelopen nacht.

Toch merkte ik al gauw dat ik, in tegenstelling tot in mijn droom, iets sneller liep. Langzaam maar zeker kwam ik naderbij. Toen ik haar inhaalde zei ik tijdens het passeren: ‘De Midwinter nog gemist?’ Daarmee doelde ik op het shirt van een voorgaande Midwintermarathon dat ze droeg.
‘Nee, ik heb die dag toch de acht gelopen.’, antwoordde ze spontaan. ‘Vorige week heb ik lekker geschaatst.’,  voegde ze er nog ongevraagd aan toe.
‘Lekker. Twee weken terug liep ik door de sneeuw, vorige week schaatste ik op het kanaal, en nu dit heerlijke weer.’, antwoordde ik. Odertussen was ik haar voorbij en wenste haar nog veel plezier verder.

Nu vraag je je misschien af of ik haar aansprak vanwege de droom, maar eerlijk gezegd lul ik nogal makkelijk met jan en alleman. Bijna aan het eind van mijn loop raakte ik zo ook in gesprek met een hardlopend echtpaar dat uit Zeeland gevlucht was vanwege de verwachte drukte aldaar. Ik heb ze maar welkom op de Veluwe gewenst, waar het altijd rustig is…

Een eind verderop, na de ontmoeting met de vriendelijke jongedame, kwam ik bij de Veldvijvers, alwaar de koninklijke familie en de hofhouding in een grijs verleden nog wel eens zwommen. Niet samen natuurlijk, en zeker niet in hetzelfde deel van de vijver; stel je voor!

Na het passeren van het Badpaviljoen zag ik aan de andere kant het Theepaviljoen liggen. Bekend terrein, waar we ooit onze trouwfoto’s hebben gemaakt, zoals zovele Apeldoorners. Ook al was het vandaag heerlijk zonnig en zelfs warm, op de Veldvijvers lag nog een laagje ijs; daar moest ik toch even een foto van maken voor op Strava. Toen ik stilstond, enkele foto’s nam en even genoot van de prachtige aanblik, kwam er een “oude bekende” aangerend. ‘Wow, mooi hè! Goed idee om er even een foto van te maken!’, zei ze, terwijl ze enkele coronameters van me af bleef staan. ‘Heb je hier wel eens geschaatst?’, vroeg ze belangstellend. Hier moest ik ontkennend op antwoorden, waarbij ik verried dat ik schaatsen weliswaar erg leuk vind, maar er niet zo goed in ben. ‘Eigenlijk zou ik wel schaatsles willen hebben; nu kan het nog.’, vertelde ik, met het laatste duidend op mijn toch gestaag vorderende leeftijd.
‘Ik wil volgend jaar schaatsles nemen, samen met mijn dochtertje dat nu net vier is.’, sprong ze leuk in op mijn bekentenis. ‘Ik ga weer lopen, voordat ik teveel afkoel.’, vulde ze aan. Dat was precies de gedachte die ook bij mij opgekomen was.

We begonnen beiden te lopen en onderwijl kletste ze honderduit. Mijn droom en het ongemakkelijke gevoel daarin popte weer in mijn gedachten op, en ik vroeg me ineens af wie nou eigenlijk met wie meeliep.
‘Vind je het wel goed dat ik een stukje naast je loop?’, vroeg ik. ‘Zo loop ik wel weer door hoor, voordat je je afvraagt wat die oude kerel van plan is. ’, voegde ik nog maar even toe.
‘Nee hoor, ik vind het juist gezellig!’, zei ze quasi verontwaardigd en zeer spontaan. Wat later vroeg ze al wijzend of ik ook links af ging, maar de witte route liep daar rechtdoor en ik dus ook. We wensten elkaar een fijne dag en zo onze wegen scheiden.

Zo kwam mijn droom toch deels uit; ik vond het wel toevallig.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Terug naar mijn tienertijd

Van mijn tienertijd heb ik foto’s waarop mijn haar dusdanig lang is dat de pony over de wenkbrauwen zou komen, mocht ik het haar recht naar voren hebben gekamd. Tevens valt het haar aan de zijkant tot over het midden van de oren en worden aan de achterzijde mijn schouders behoorlijk door de haargrens genaderd.

Samengevat had ik mijn haar destijds net zo lang als op dit moment, waarbij ik wat dat betreft wel dankbaar ben dat ik op mijn achtenvijftigste al mijn haar nog heb, ondanks de grijze accentjes zo hier en daar.
Een coronakapsel in mijn tienerjaren, vier decennia terug; wist ik toen veel dat ik mijn tijd ver vooruit was!

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een beetje dom

Vandaag ontving ik een burgernetbericht, waarin ik het volgende las:
Zondag 14 februari 2021 16:51
Wij zoeken in Apeldoorn een jongeman dblond 1m60 tenger, boksbeugel +/- 14 jaar, gekleed in een grijze trui en een spijkerbroek. Tips? Bel nu 0800-0011

Net na ontvangst van dit bericht hoorden we diverse malen een helikopter rondcirkelen, waarvan ik al snel dacht dat ze op zoek zouden zijn naar de bewuste jongen.

Exact een half uur later:
Dit is het einde van de burgernetactie. De jongeman is in goede gezondheid aangetroffen. Allemaal bedankt voor het uitkijken.

Dit lezende zakte mijn broek af, waarop ik beide berichtjes op Facebook plaatste met bijgaande tekst:
Ben ik nu erg hard, of wellicht ongeïnteresseerd, dat het mij helemaal niet interesseert dat deze jongeman in goede gezondheid is aangetroffen?

Kort daarop kwam een reactie:
Wat ik dan boeiend vind: is het zijn haarkleur, lengte, leeftijd, kleding of de blokjesbeugel wat je niet interesseert?

Goede vraag. Direct viel mij een verschil op tussen de tekst die ik in de reactie las en de tekst zoals ik het las in het burgernetbericht.

Ondertussen kwam via WhatsApp het volgende van een bekende jongedame van ook maar net middelbare leeftijd binnen:
Las jij soms boksbeugel ipv blokjesbeugel?

Naar waarheid reageerde ik dat ze volkomen gelijk had.
Wat bleek echter? Zij had mijn tekstje enkele malen gelezen en vroeg zich, bijna met enige wanhoop, af wat ze in hemelsnaam miste. Omdat ze er diverse malen lezend maar niet achter kon komen, liet ze haar man mijn berichtje lezen. Hij wist het meteen: ‘Vanwege die boksbeugel natuurlijk!’
Nu ga ik niet verraden dat die man een neef van mij is, anders zal de geachte lezer van dit relaas nog denken dat het in de familie zit.

Ach, een kniesoor die over die drie lettertjes valt. Wie valt nu in vredesnaam een blokjesbeugel op, als je een jongeman in een grijze trui ziet lopen?
Voordeel is in ieder geval dat er smakelijk om gelachen is, al was het in eerste instantie beslist niet door mij. Wat dat betreft lijk ik toch wel iets op onze koning: Ik was een beetje dom.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een moment om nooit te vergeten

Vrijdag 3 juli 2020, vier minuten na het middaguur. De telefoon hoorde ik aan de andere kant overgaan en vervolgens de stem van mijn zus.
‘En?’, was het enige wat ik zei.
‘Je raad het al hè?’, was het antwoord.
Met een door tranen verstikte stem stelde ik de vraag: ‘Heeft hij zijn verjaardag gehaald?’

Het zal best een merkwaardig gezicht zijn geweest voor de mensen op de terrasjes op het Raadhuisplein, maar dat hield me op geen enkele manier bezig. Het enige dat me interesseerde was de bevestiging die ik zojuist had gekregen, en mijn gezin dat iets verderop in spanning af stond te wachten. Mijn vader was om kwart voor drie die nacht overleden, op zijn vijfentachtigste verjaardag.

Die nacht was ik wakker geworden en ik wist op dat moment eigenlijk al hoe de vlag erbij hing; welke tijd het was weet ik niet, maar het was diep in de nacht. ‘Het was vast om kwart voor drie, dat voel je.’, kreeg ik al te horen, maar daarvan ben ik niet overtuigd. Maar, wie weet.

‘s Morgens stond ik weliswaar met een merkwaardig gevoel in mijn buik op, maar ik was toch met name vrolijk en gelukkig; mijn dochter en haar vriend zouden die morgen een geregistreerd partnerschap aangaan en het zou een feestelijke dag worden.
De ceremonie was buitengewoon mooi, leuk en op een bepaald moment aandoenlijk. Dat was toen de beambte over de opa van de gelukkige jongeman begon, en deze bij de herinnering volschoot. Met het sterke vermoeden, of eigenlijk in de wetenschap wat ik de jongelui straks over mijn vader zou moeten vertellen viel mij dit zwaar en ik moest mij verbijten; ze hebben er niets van gemerkt.
Vrolijk en blij liep ik via de rode loper de trap af naar buiten, wetende dat ik mijn zus elk moment zou gaan bellen en in spanning voor hetgeen ze mij zou mededelen; het werd de hiervoor beschreven bevestiging.

Dat ene moment op het Raadhuisplein, hoe vaak zal dat tot op de dag vandaag door mijn gedachten zijn gegaan? Best vaak eigenlijk, en het voelt iedere keer als een soort herbeleving van dat ene moment. Ergens heeft het merkwaardig genoeg iets fijns; het moment dat geluk omsloeg in verdriet, een kort moment van een soort van radeloosheid. Misschien was het ook wel de opluchting die ik voelde, na jarenlang lijdzaam toezien hoe mijn vader qua geheugen en begrip langzaam maar zeker aftakelde, en de verdrietige aanblik van de laatste dagen voor zijn overlijden.

Nu overheerst er dankbaarheid dat het ondanks dit verdrietige gebeuren zo’n prachtig mooie en speciale dag is geworden, voor het jonge paar, hun geliefden en vrienden.

Vandaag, de dag van mijn achtenvijftigste verjaardag, schoot het mij weer in gedachten: dat ene moment, een moment om nooit te vergeten.

Geplaatst in Uncategorized | 6 reacties

Visdraadje

Haar hand had het knopje van de bel nog niet bereikt, toen ik de deur al met een sierlijke zwaai opende. Eén woord uit de voorgaande zin is niet geheel waarheidsgetrouw, maar ik verklap niet welke.
In één hand hield ik mijn mobiel vast, hetgeen geen gewoonte van mij is; eigenlijk vind ik het zelfs onbeleefd als iemand dat doet bij binnenkomst of aanwezigheid van bezoek.

Toen ze de huiskamer binnenstapte kon ze muziek horen, voor ons doen op een vrij luid niveau.
‘Ik ben aan het experimenteren.’, legde ik de situatie uit, daarmee zowel doelend op de telefoon in mijn hand als de muziek.
‘Aan het experimenteren? Wat dan?’, vroeg ze.
Geduldig legde ik uit dat wij in het bezit zijn van een kleine bluetooth speaker, maar dat ik iets had bedacht waarmee het geluid een stuk beter klonk.
‘Vind je het geluid niet goed klinken voor zo’n klein speakertje?’, vroeg ik belangstellend naar haar mening, onderwijl het geluidsniveau nog enigszins verhogend.
Ze keek in de richting van het speakertje dat op de tafel stond, ondertussen keek ze mij ietwat wantrouwend aan, maar uiteindelijk sprak ze wel enigermate weifelend uit dat het inderdaad goed klonk.

Ze deed een stap in de richting van de tafel en ik bespeurde twijfel in haar ogen.
‘Ik heb een visdraadje om de speaker gespannen, waardoor het gaat resoneren en zo het geluid versterkt.’, verklaarde ik.
‘Een visdraadje?’, klonk het verbaasd.
‘Een visdraadje.’ Nogmaals zette ik de muziek wat harder. ‘Het vervormd ook niet hè!’, zei ik trots.
Ze keek me aan, knikte, stapte wederom richting de tafel en bukte om de speaker wat beter te bekijken: ‘Hoe een visdraadje?’
‘Eromheen gespannen.’
‘Je lult.’

Plots ontwaarde ze iets dat achter de tafel stond, tot op dat moment aan haar gezichtsveld onttrokken.
‘Mijn verjaardagscadeau.’, verklapte ik, alhoewel ik er pas ruim een week later weer een jaartje bij zou mogen tellen. Waarom zou ik wachten tot de grote dag, als we vanwege de coronamaatregelen toch geen visite mogen ontvangen? Alhoewel, op dit moment zou dat toch nog één persoon meer zijn dan het aantal vrienden dat ik pretendeer te hebben.
Achter de tafel stond een gloednieuwe bluetooth speaker, die enkele maatjes groter is dan het speakertje waar ik in eerste instantie naar verwees. Je kan er ook nog eens een soort discoverlichting in aanzetten, maar daar zie ik de toegevoegde waarde niet zo heel veel van in; misschien als ik flink in de olie ben.

‘Hoe kom je nou op een visdraadje!’, kreeg ik te horen, waarna ze zich wendde tot mijn vrouw: ‘Dat verzin je toch niet?’
‘Hij wel.’, luidde het in mijn ogen tamelijk korte antwoord, waarbij ik me afvroeg of het al dan niet als compliment zou zijn bedoeld. Nou ja, het antwoord weet ik diep in mijn hard wel hoor….

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wandelen

Het is corona-tijd, een periode waarin velen van ons hoofdzakelijk thuis vertoeven. Om toch maar eens buiten die vier muren te komen – die je normaal gesproken warmte en een veilig gevoel bezorgen, maar nu soms op je af lijken te komen – gaan veel mensen wandelen. Wij ook zo nu en dan, maar wij hebben nog een huisgenoot die na onlangs verhuist te zijn het wandelen onverwacht heeft ontdekt.

Onze badkamer – ik zeg meestal douche, maar dat is niet correct volgens mijn vrouw – wordt eerdaags verbouwd. Na ruim een kwart eeuw dienst te hebben gedaan werd het ook wel een beetje tijd. Daar wij nog maar af moeten wachten of we zelf nog een kwart eeuw te gaan hebben, is het ook om die reden een mooi moment om de beslissing tot de verbouwing nu te nemen. Zo kunnen wij er nog even van genieten, althans bij leven en welzijn waarvan wij hopen dat het ons nog lang gegund zal zijn.

Een vaste bewoner van onze badkamer was de wasmachine, alhoewel het niet de gehele bestaansperiode van deze ruimte hetzelfde exemplaar is geweest. De huidige wasmachine heeft er ondertussen toch een paar jaar vrolijk staan draaien, maar moest nu verhuizen naar de bovenste verdieping van ons huis; de zolder.
Zelf was ik er geen hele grote voorstander van, wetende hoe zwaar zo’n kreng is. Daarnaast zag ik al voor me hoe het water langs de muren en trappen naar beneden zou kunnen lopen. Maar goed, ik ken mijn plaats binnen de hiërarchie in huis en zo ook de nieuwe plaats van ons zwaargewicht.

De locatie waar de wasmachine moest komen te staan heb ik netjes geschikt gemaakt en gelukkig wist ik “een paar mannetjes” te regelen wiens ruggen tot op dat moment beter waren dan de mijne. Met de nodige zweetdruppels bleek het klusje zelfs vrij snel geklaard.
Voor de zekerheid had ik een lekbak voor de wasmachine aangeschaft, maar ik kwam er net voor de verhuizing achter dat het multifunctionele klepje onderaan de voorzijde dan niet meer open zou kunnen. Dat zou toch wel lastig zijn als we het pluizenfilter schoon willen maken, het water in noodgevallen af willen voeren of de noodvergrendeling nodig hebben. Dus niet lopen twijfelen, maar direct een wasmachineverhoger besteld en afgehaald.

De eerste wasbeurt op zolder leek een beetje op een real life soap. Programma gestart en een beetje dom kieken naar hetgeen gebeurde. Al met al was dat niet veel, overeenkomstig met de reeds eerder genoemde real life soap.
Aan het eind van het programma leek alles prima te zijn verlopen; er was zelfs geen druppeltje water buiten de machine te bespeuren. Alleen bleek bij nader inzien de verhoger, een soort tafeltje met vier poten, heel iets door de bak te zijn gewandeld; centimeterwerk.

Na het op de kop tikken van anti slipmatjes, deze in de bak onder de poten geplaatst; dat tafeltje zou vast niet meer schuiven. Die conclusie klopte als een bus. De verhoger stond aan het eind van de volgende wasbeurt op exact dezelfde plek binnen de bak als aan het begin van het programma, en dat was niet bij toeval na een wandeling door de hele bak. Nee, het tafeltje stond als een huis.
De bak echter, die bij de eerste wasbeurt geen millimeter van de plaats was gekomen, was nu aan de wandel gegaan; met verhoger en wasmachine. Gelukkig stond de waterslang, evenals de afvoer, nog niet strak, maar dit was toch geen prettig idee. Dus ook onder de bak anti slipmatjes geplaatst. Corona of geen corona, onze wasmachine wandelt niet meer.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Gek op hond

De alcohol van de jaarwisseling was vanmorgen ondertussen wel verdampt, dus de hoogste tijd om de hardloopschoenen aan te trekken en de eerste meters van dit jaar te lopen. De eerste kilometers had ik een beetje het gevoel dat de benzine op was, maar wellicht heeft dat een relatie tot voorgaande.

Stuk verhard, stuk bospaden, hier en daar een klimmetje; gewoon een beetje creatief kriskras wat paden kiezen. In Het Woudhuis – een bosje in de buurt – zag ik in de verte twee mensen lopen, vergezeld van een loslopende hond van respectabele hoogte. Een kenner ben ik niet, dus het merk was mij onbekend.
Ondertussen ken ik de twee gevleugelde uitspraken van hondenbezitters wel: ‘Hij doet niets hoor!’, en het meestal minder zeker klinkende: ‘Dat doet ie anders nooit!?!?’ Even overwoog ik af te slaan, maar ik ben toch maar richting het drietal gelopen. Tot mijn opluchting werd de hond geroepen en aangelijnd, zoals daar feitelijk ook verplicht is.
Kort na het groeten en passeren hoorde ik tot mijn schrik een flinke brul. Toen ik omkeek zag ik de hond in volle vaart op mij afstormen. Speels? Aanvallend? Enthousiast zag het er wel uit, maar in welke variant? Laat ik uitgaan van het eerste. Na een nogmaals ferm uitgesproken commando klom de hond ineens in de ankers en keerde om. ‘ Doe niet zo raar.’, zei de baas tegen het beest. ‘Wie doet er nou eigenlijk raar?’, vroeg ik me af. Volgens mijn bescheiden mening was dat de oelewapper die het beest weer losliet, toch?

Een eind verder liep ik over de geluidswal langs de A50. Voor me zag ik een dame met een aangelijnd hondje. Toen ik dichtbij kwam haalde ze het beestje naar zich toe; netjes, dat kan ik waarderen. Zo te zien was deze pup van hetzelfde merk als mijn hiervoor beschreven vriend. Ook nu groette ik vriendelijk bij het passeren en werd wederom vriendelijk teruggegroet.
Nogmaals tot mijn schrik hoorde ik een blaf, een hoge dit keer, en zag het snuitje van het hondje fanatiek richting mijn kuit komen. Het bazinnetje had er denk ik niet zo snel bij stilgestaan dat de lijn een uitschuifbaar exemplaar was. Met een, naar alle waarschijnlijkheid erg sierlijk, zijsprongetje ontkwam ik aan een bijna zekere amputatie.

Dat dit type hond gek op mij is, daar twijfel ik na vanmorgen niet meer aan. Zelf ben ik ook wel gek op hond, maar mijn vrouw wil ze niet klaarmaken. Ik heb nog even nagezocht van welk merk die honden waren en vermoed dat het een Labrador of Duitse Staande (tot mijn verwondering zonder r op het eind) was.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Gelukkig hebben we de foto’s nog

In de laatste week van juni 2008 ontving ik een brief van Radio 10 Gold met een felicitatie; ik had twee toegangskaartjes gewonnen voor de try-out show van Doe Maar, op 1 juli 2008 in de Heineken Music Hall. Doe Maar, nota bene de band waar ik in mijn tienerjaren niets van moest hebben, want ik luisterde naar KISS en DIO. Stiekem vond ik de muziek van Doe Maar ook best leuk, alleen zou je mij daar destijds niet in het openbaar over gehoord hebben.

De bewuste dag toog ik samen met mijn vrouw richting Amsterdam, alwaar wij ruim op tijd arriveerden. Wij hielden rekening met eventuele onvoorziene omstandigheden onderweg. Een file was het meest aannemelijk, autopech zou ook nog kunnen, maar wij hielden er zo ongeveer rekening mee dat al rijdende over de A1 plotseling heel provincie Utrecht van de aardbodem verdwenen bleek te zijn en we dus een eind om zouden moeten rijden.

Ik had de telefoon van onze dochter meegenomen; lekker handig klein en je kon er al foto’s mee nemen. Het concert beviel ons beiden bijzonder goed, niet in de laatste plaats omdat we nagenoeg ieder nummer kenden. Leuk om die mannen aan het werk te zien, erg gezellig in de zaal, maar we dachten aan het eind toch even: Is dit alles? Dit had niets te maken met het goedgevulde programma, maar omdat de tijd voorbij was gevlogen.

Wij hadden ons voorgenomen om na het concert nog even na te blijven voor een drankje, zodat we niet in de drukte richting snelweg zouden komen.
Staande in de bar keek ik naar de ingang van de ruimte en zag tot mijn verbazing René van Collem binnenlopen. ‘Kijk eens wie daar binnenkomt.’, zei ik enthousiast tegen mijn vrouw. Net toen ze vroeg: ‘Wie is dat dan?’, kwam Jan Hendriks binnen. Ook hem herkende ze niet, alhoewel ik dacht dat ze me voor de gek hield. Maar nee hoor. Nu kan ik goed gezichten onthouden, maar dat ze deze beide heren niet zou herkennen had ik toch echt niet verwacht.
‘Ken je hem wel?’, vroeg ik toen Ernst Jansz binnen kwam lopen, bijna op de voet gevolgd door Henny Vrienten. Jazeker, deze beide heren kende ze natuurlijk! Toen heb ik maar uit de doeken gedaan dat René en Jan ook op het podium stonden. Nou dat zou wel, maar zij waren lang niet zo knap! Pfff, daar hadden we het nog latent aanwezige tienermeisje ineens hoor.

Wij kwamen in de gelegenheid om een foto met Henny te maken, waar mijn vrouw graag gebruik van maakte. Hij pakte mijn vrouw lekker vast en ging er eens goed voor staan, terwijl ik liep te klooien met dat telefoontje. Ja, in die tijd was het nog niet zo normaal om een foto met een telefoon te maken en zelf had ik nog niet eens zo’n geavanceerd ding.
‘Kijk hem nou, hij wordt er zenuwachtig van.’, grapte Henny tegen mijn vrouw, die vrolijk instemde en meelachte. Even later konden we ook nog een foto met Ernst maken. Ernst pakte haar stevig om de schouder en ik maakte de foto.
Ondertussen was ik voor mijn gevoel in mijn missie geslaagd, én kon ik vanaf dat moment oprecht beweren dat Henny over mij had gesproken; geen woord aan gelogen. De volgende dag zette ik de foto’s over van de telefoon naar de pc, waarbij bleek dat van ál de elf (!) foto’s die ik had gemaakt, er géén goed gelukt was. De foto’s van mijn vrouw met Henny en Ernst waren herkenbaar, mits je wist wat erop stond. Ze waren in ieder geval niet geschikt om in te lijsten en boven het bed te hangen.
Mijn vrouw was “enigszins” teleurgesteld in het resultaat, maar niet Radeloos. Ze was nog steeds blij dat ik de kaartjes had gewonnen en dat zij mee mocht; Liever dan lief.

Maar het werd niet De Laatste X; mijn falen bleek niet voor niets.
Op 28 september 2012 zag ik op Hyves staan: Wil jij naar Doe Maar in Paradiso?
Een respect op de blog en een goede reden opgeven waarom uitgerekend ik twee kaartjes zou moeten winnen was alles wat ik er voor moest doen. Een respect geven was zo gebeurt, over de reden moest ik een fractie van een seconde nadenken. De reden die ik opgaf:
De reden is even knullig als simpel. Na het Doe Maar concert in HMH moest/mocht ik een foto van mijn vrouw met Henny Vrienten en daarna met Ernst Janz maken. Beide heren namen de tijd, ik verknoeide beide foto’s. In de herkansing dus!
Op de één of andere manier had ik nu meteen een goed gevoel dat ik weer een goede kans maakte.

De herkansing voor de foto’s kwam niet, maar het concert in Paradiso was in klein gezelschap, met groot orkest, bekende Nederlanders in de zaal en op het podium, en daardoor heel speciaal.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Mooie redenatie

Wij kunnen al sinds jaar en dag geen kerststol, of ander brood met spijs, eten zonder aan een vriendje van onze zoon te denken. Nou ja, ondertussen is het een volwassen vriend, maar in dit geval denken we specifiek aan hem in zijn kinderjaren.

Als jonge knaap had hij de gewoonte om het spijs uit zijn snee kerststol te peuteren en vervolgens over de snee uit te smeren. Zal hij dat uitsmeren nu, als jongvolwassene, nog steeds doen? Vast wel.
Vanzelfsprekend moet hij dat helemaal zelf weten, zeker als hij de kerststol dan extra lekker vindt.

Het grappige was destijds echter zijn redenatie bij deze handeling: Ik smeer het uit, want dan wordt het meer.
Vergat hij toch mooi even dat het brood dan minder wordt met zo’n gapend gat. ;-p

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen