Stouteheersbeestjes

Vandaag maakten wij een wandelingetje van een kilometer of vijf door natuurgebied Moerputten. Hierbij passeerden wij de Moerputtenbrug, een 600 meter lange spoorbrug uit 1890.

Het was op zich een mooie en heerlijke wandeling, op deze zonovergoten dag in september, alleen stikte het er van de lieveheersbeestjes. Er vlogen roze, gele en witte exemplaren; allen overigens ook voorzien van de o zo vertrouwde zwarte stippen. Rode lieveheersbeestjes hebben we niet gezien.
Nu lijkt dat wellicht een lieflijk plaatje, maar als ze op je gezicht, in je nek, op je blote armen en benen blijven landen, dan ben je ze toch al snel zat. Het kriebelt namelijk nogal. Tevens meende ik zo nu en dan iets van een beet te voelen, maar het was me niet duidelijk waar dat van kwam. ‘Die krengen bijten ook nog.’, zei mijn vrouw. Lachend reageerde ik: ‘Wat, die lieveheersbeestjes?’
‘Ja, die lieveheersbeestjes. Ik ben ze helemaal zat.’, klonk het enigzins kortaf. Daar voelde ik wel met mee.
Even zoeken leverde al snel op: Lieveheersbeestjes kunnen gevoelig bijten, maar dat weet bijna niemand.
Nou, dat bleek te kloppen.
Mijn broek en shirt zaten ondertussen onder die kleine krengen, maar net toen we ze op de gevoelige plaat vast wilden leggen, vloog het gros weg. Waarschijnlijk cameravrees.
Van de naam lieveheersbeestjes begrepen we het deel lieve ondertussen niet helemaal meer.

Gelukkig kruiste er iets verder plots een mooie wespspin (Argiope bruennichi) ons pad. Ik wilde haar op mijn hand laten lopen, maar dat mocht niet van mijn vrouw. Er was geen AED bij de hand en ze wist niet hoe ze het gif uit zou moeten zuigen; ik vermoed uiterst voorzichtig dat ze bewust iets overdreef. Het was een mooi exemplaar, ik had er nog nooit één gezien.

Ondanks die kleine etterbakjes was  het bezoek aan natuurgebied Moerputten toch wel de moeite waard.

Natuurgebied Moerputten
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Duitser op een fiets

Onlangs was ik in CODA, voor een buitengewoon interessante Gelredag. Er was een boeiende lezing van archeoloog Nico Paul Willemsen over de vroegste bewoners van Gelderland. Archeologe Masja Parlevliet, met haar passie voor grafheuvels, sprak vol verve over unieke Veluwse klokbekers die bij hoge uitzondering van zeer nabij te bewonderen waren. Deze vierduizend jaar oude Veluwse kunstwerken worden niet standaard in de collectie van CODA, of elders, tentoongesteld. Eeuwig zonde om onze geschiedenis in de donkere krochten van een museum op te bergen.

Veluwse klokbekers

Het was deze dag ook mogelijk om het museum te bezoeken, waar ik gretig gebruik van heb gemaakt. Dat wil zeggen, ik liep enthousiast de tentoonstelling ‘Het huis dat nooit af is’ binnen. Het kon me helaas niet echt bekoren; de tentoongestelde kunstwerken deden mij met alle respect toch het meest denken aan een rommelige bouwplaats.
In een deel hingen nog wat ingekleurde maskers aan een draadje. Ik kon vanwege die vervloekte corona, niet direct doorlopen, omdat er al een tweetal mannen stond te kijken. Toen we elkaar passeerden raakte we even aan de praat. Eén van de mannen had net een foto van een soort duivelsportret gemaakt. ‘Für mijn Profilbild op Facebook, of wie nennt men dat in Niederlands?’, zei hij in een fraaie mengeling van Duits en Nederlands.
‘Profielfoto.’, zei ik na enig nadenken, omdat het mij dankzij zijn bijzondere zinsopbouw ineens niet meer te binnen wilde schieten.

Hij vertelde dat hij met de fiets naar de Noordkaap was geweest. Toen ik vroeg vanaf waar, vertelde hij dat hij vlak over de grens tussen Nederland en Duitsland was vertrokken; als ik het goed begreep ergens bij de Achterhoek.
‘Nou, dat is een best eind fietsen.’, zei ik maar.
‘Noorkaap in Groningen, niet in Noorwegen hoor.’, vertelde de andere man, met een fraai Achterhoeks accent. Nog een eind, maar dat scheelt natuurlijk wel een slok op een borrel.

De fietsende Duitser vertelde dat het de heenweg prima was gegaan, maar dat hij op de terugweg problemen had gehad. Hij was aangesproken omdat hij met de fiets was en hij was zelfs een keer uitgescholden.
‘Hoezo, omdat je een Duitser met een fiets bent? ‘, vroeg ik enigszins aarzelend. Hij keek me een beetje vreemd aan, dus ik verklaarde toch een beetje ongemakkelijk maar even dat ik bedoelde dat er nog wel eens grapjes worden gemaakt over Duitsers met fietsen, vanwege de oorlog.
‘Ach so. Nein, vanwege corona. Nicht omdat ik de fiets zurück kom brengen’, gaf hij aan.
Nu is het echt wel een rare tijd met corona, maar om uitgescholden te worden alleen omdat je fietst kon ik nog steeds niet plaatsen.
‘Hij wilde de fiets met de trein meenemen, maar dat mocht niet vanwege corona.’, verklaarde de andere man. ‘Ich habe es nicht gewuβt’, zei de ongelukkige treinreiziger. Het lag als grapje op het puntje van mijn tong, maar ik heb het maar niet gezegd: ‘Dat hebben we eerder gehoord.’

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Op de fiets

Mijn vader overleed op zijn vijfentachtigste verjaardag, die hij een kleine twee uur en vijfenveertig minuten heeft meegemaakt. Of hij ook vijfentachtig jaar buitengaats is geweest is mij niet bekend, omdat ik zijn geboortetijd niet ken; zeer waarschijnlijk is het gezien het vroege tijdstip van overlijden niet. Maar goed, mijn vader was wel punctueel.

Na zijn crematie had ik hem met de fiets willen halen, omdat hij zelf ook veel met de fiets reed, maar storm Francis gooide roet in het eten. Mijn vader hield best van zwemmen, maar hij had een enorme hekel aan koud water, dus dat wilde ik hem niet meer aandoen. Om het goed te maken had ik al besloten om een fietstocht langs al de woningen te maken waar hij had gewoond en hem per fiets naar zijn laatste rustplaats te brengen.

Op een wisselvallige zondag pakten mijn vrouw en ik de fiets, pa in mijn fietstas en op naar de Vosweide, alwaar het geboortehuis van mijn vader nog staat. Vanaf daar fietsten we naar Ugchelen, waar hij zijn jeugd heeft doorgebracht en waar ik mijn eerste jaar samen met mijn ouders bij opa en oma in heb gewoond; helaas is dit het enige huis in de serie dat herbouwd is.

Bij de flat, zoals een appartementencomplex toen nog gewoon heette, waar we tot 1970 woonden, aten we even een boterhammetje. Een boterhammetje met pindakaas en hagelslag, de combinatie die ik van de buurkinderen aldaar heb geleerd.
Een busje parkeerde precies voor ons, er stapte een klein rond mannetje met een grote hoed uit, wij schatten hem een jaartje of zeventig, die zich onmiddellijk begon te verontschuldigen dat hij precies voor onze neus parkeerde. Ik gaf aan dat wij dat geen enkel probleem vonden en dat we zo toch verder zouden fietsen. Alhoewel hij vond dat hij het eigenlijk niet mocht vragen, stelde hij de vraag wat wij daar eigenlijk deden.
‘Ik fiets met mijn vader langs al de woningen waar hij heeft gewoond.’, vertrouwde ik hem toe.
Hij keek naar mijn vrouw, naar links, naar rechts en zei uiterst verbaasd: ‘Met je vader?’
‘Ja, met mijn vader. Hij zit hier in de fietstas.’
‘Je vader? In de fietstas?’, zei hij zo mogelijk nog verbaasder.
‘Ja, in een ashouder.’
‘Is hij dood?‘
Alhoewel mij dat vrij logisch leek, antwoordde ik bevestigend.
‘Daar heb ik nog nooit van gehoord. Heel bijzonder! Maar ik vind het wel erg mooi dat jullie dat doen.’
Vervolgens lichtte hij zijn gehele doopceel, zodat we wisten wie hij was, wat hij in het dagelijks leven deed, hoe zijn scheiding was verlopen en dat hij zijn ex dankbaar was dat zij vreemd was gegaan, omdat dankzij haar scheve schaats hij zijn nieuwe vrouw had ontmoet. Dat is nog eens omdenken. Onze geschatte leeftijd bleek enigszins overtrokken; hij was nog maar vijfenvijftig. Nou, dat zou je niet zeggen.

Van de eerste naar de laatste woning werd het een fietstocht van een kleine twintig kilometer, vijfentwintigkilometer in totaal, met miezer, regen, maar ook zon; van alles wat.

De zeven woningen

Hij is enkele dagen later in het bijzijn van mijn moeder, zus, mijn vrouw en onze dochter, de broer van mijn vader en zijn vrouw verstrooid op een plek in het bos waar hij als kind veel speelde en waar hij mij vaak over heeft verteld. Een bijzonder mooi plekje, dat in mijn ogen goed bij hem past en waar hij volgens mijn volle overtuiging graag voor had gekozen. Uiteraard heb ik hem daar met de fiets heen gebracht.

Een laatste groet

Rust zacht pa, je was een fantastische vader.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Pap

Vanmorgen heb ik tijdens het hardlopen nog flink gelachen om mijn vader, hetgeen ik hieronder zal beschrijven. Wellicht is het intro dat ik heb geschreven wat lang, maar dan ben ik dat ook maar kwijt.

Tweeduizendtwintig zou een bijzonder jaar voor onze familie worden. Nu kan ik niet ontkennen dat dit ook wel het geval is, maar niet vanwege de redenen die wij in gedachten hadden.

Mijn, reeds overleden, grootouders zouden dit jaar op 9 april negentig jaar getrouwd zijn geweest. Leuk weetje, maar daar zouden we geen feest van hebben. Mijn ouders waren 2 juni echter zestig jaar getrouwd. Gezien hun lichamelijke gesteldheid zou het geen groot feest worden, maar we wilden het wel gepast vieren. Op 22 juni waren wij dertig jaar getrouwd, hetgeen we tijdens een rondreis door zuidwest Amerika zouden vieren. In dit jaar van een 90, 60 en 30 jaar huwelijksjubileum zou onze dochter op 4 juli in het huwelijk treden; de toevallig ontstane “traditie” zou zo in stand blijven. Dit alles is volkomen in het water gevallen vanwege het corona virus.
‘Tja, jullie zijn niet de enigen hoor!’, hoor ik je al denken en dat is natuurlijk ook zo.

Wat ik dit jaar nog wel bijzonder vond, is dat we hebben ontdekt dat ik nog een zusje heb, waar ik in Ellen over heb geschreven. Haar grafje bezocht ik voor het eerst op de dag dat een harde wind over Nederland tot de storm Ellen uit probeerde te groeien, waardoor mijn vrouw Francis bijna van haar fiets werd geblazen. Onthoud de namen van deze stormen even voor verderop in dit relaas.

Onze dochter en haar vriend hebben nu het voornemen om volgend jaar in het huwelijk te treden, maar zijn dit jaar op 3 juli een geregistreerd partnerschap aangegaan. Het werd een werkelijk prachtige plechtigheid en ’s middags en ’s avonds hadden ze met een klein gezelschap een bijzonder geslaagd tuinfeest, helaas met een zwart randje.
Diezelfde dag werd mijn vader vijfentachtig, maar zijn verjaardag heeft slechts twee uur en vijfenveertig minuten geduurd. Hij stierf die nacht, na een ziekbed van een week.
Volgens afspraak was ik hierover die nacht niet op de hoogte gesteld, en ik vernam dit toen ik direct na het verlaten van het stadhuis mijn zus belde. Kwamen we lachend de rode loper af gelopen, geen vijf minuten later stonden we allemaal in tranen.

Afgelopen woensdag was de dag dat ik de afspraak had staan om de as van mijn vader op te halen. Daar mijn vader zich zoveel mogelijk met de benenwagen of de fiets voortbewoog, hetgeen ik van hem heb overgenomen, had ik het voornemen hem met de fiets te halen. Het was echter beestachtig slecht weer, als gevolg van de storm Francis – inderdaad ook de naam van mijn bijna door storm Ellen van de fiets geblazen vrouw. Het lijkt bijna dat het weer mee gaat treuren als ik dat kerkhof voor een direct familielid ga bezoeken. De gedachte dat de ashouder vol water zou lopen en mijn vader in een soort betonblok zou veranderen heeft mij op het laatste moment toch doen besluiten om hem met de auto te halen.
Met mijn vader aan mijn hand heb ik het grafje van mijn zusje bezocht, waarbij ik vermoedde dat hij daar niet meer sinds de begrafenis in 1967 was geweest. Het grafje werd nog gesierd door een volledig uitgedroogd bloemstuk, dat wij daar hadden geplaatst op de dag van het afscheid van mijn vader; het bloemstuk was afkomstig van zijn kist. Ik vond het een fijn idee dat vader en dochter weer even bij elkaar waren, ook al geloof ik niet dat één van hun het heeft gemerkt. Merkwaardigerwijs heb ik ze wel hardop pratend aan elkaar voorgesteld en ik liep met een fijn gevoel naar de auto.

De as wordt binnenkort verstrooid op een plek in het bos waar mijn vader als kind vaak speelde. Voor die tijd ga ik met hem een rondje door Apeldoorn fietsen, langs al de woningen waar hij heeft gewoond; van zijn geboortehuis aan de Vosweide tot aan het woonzorgcentrum waar hij zijn laatste drie jaar heeft doorgebracht. Dan zal ik hem per fiets naar zijn laatste rustplaats brengen, in de buurt van Ugchelen, en hem in klein gezelschap verstrooien.

Nu kom ik terug op het hardlopen van hedenmorgen. Ik vertelde in het groepje waarin ik liep het verhaal over storm Ellen en storm Francis, plus de reden waarom ik mijn vader toch met de auto heb gehaald in plaats met de fiets. Toen ik wilde vertellen dat ik vreesde met een blok beton thuis te komen, plaatste een medehardloopster de opmerking: ‘Anders was je met pap thuisgekomen.’
Vanwege de, in onze ogen, leuke woordspeling werd er binnen het groepje hartelijk gelachen. Enkelen verontschuldigden zich, omdat ze het bij nader inzien niet zo gepast vonden, maar ik kon ze verzekeren dat ik het ook grappig vond en mijn vader het zeker zou weten te waarderen.

Nu staat pap nog even bij ons thuis, niet als beton, niet als pap, maar als een houder vol as. Ook al ben je nu nog bij me, ik mis je pa.

Vader en dochter weer samen
Geplaatst in Uncategorized | 8 reacties

Blue screen

Sinds september 2019 werk ik tot mijn grote vreugde bij een andere werkgever, waarbij ik mag meewerken in een groot en voor deze organisatie belangrijk project. ‘Dat ik dat nog mag meemaken op mijn leeftijd.’, dacht ik onwillekeurig. Niet dat ik me zo oud voel, maar het is nu eenmaal een feit dat het op mijn leeftijd lastig is om ander werk te vinden en dan ook nog vanwege zo’n nieuw, groot en vooral mooi project.

In het team waarin ik ben beland zitten niet zoveel mensen die op de voorgrond willen treden. Zelf ben ik ook niet de eerste die opspringt, maar als niemand het wil, dan doe ik het wel. Zo komt het dat ik de persoon ben die meestal de presentaties geeft.

In februari mochten wij een presentatie houden voor een wat uitgebreider gezelschap, met meerdere sprekers vanuit diverse teams. De samenstelling van het gezelschap kenden we niet, maar er werd gevraagd of we een live demonstratie konden houden van hetgeen we hadden gerealiseerd.

Zonder een stukje context geeft ik geen live presentatie, dus ik had een inleiding bedacht. Als subtitel had ik meegegeven: ‘Een lang verhaal kort’
Ik startte met een uitleg dat ik met deze presentatie buiten mijn comfortzone moest treden, omdat mij nogal eens wordt verweten dat ik een kort verhaal lang weet te maken, maar dat me nu op het hart was gedrukt om het omgekeerde te doen. Het was niet eens leuk bedoeld, maar de lachers had ik al op mijn hand.
Leuk doen is overigens al helemaal geen talent van mij, een mop kan ik niet dusdanig brengen dat erom gelachen wordt, maar tijdens een presentatie lukt het mij toch regelmatig om mensen een lach op het gezicht te toveren. Het heeft geen andere reden dan de wijze waarop ik gewoonweg praat.

Deze keer had ik echter een uitzondering gemaakt. Bij een live demo loop je het risico dat je te maken krijgt met het ‘demo effect’, oftewel er wil nog wel eens wat mis gaan.
Mijn intro zat erop, ik kondigde de demo aan en er verscheen een blue screen op het scherm, ook wel ‘blue screen of death’ genoemd. Dat is een koosnaampje voor het blauwe scherm dat verschijnt als er echt iets flink mis is met Windows. Dat scherm kende ik van jaren terug, maar ik had het al heel wat jaren niet meer gezien.

De zaal werd even muisstil, voordat er geroezemoes losbrak en ik enige hilariteit meende te bespeuren. ‘Zo, dan hebben we het demo effect maar alvast gehad.’, ging ik verder en startte nu echt de live demo. Het duurde even totdat het stil werd, nu men wist dat ik het expres had ingebouwd. De demo verliep zonder problemen, alhoewel ik toch enigermate uit mijn beschikbare tijd bleek te zijn gelopen; ik vond het al zo raar dat iemand vooraan steeds op zijn horloge zat te tikken.

Onder de toehoorders bleken zich ook mensen uit het hogere management van de organisatie te bevinden. Deze mensen kende ik niet, vanwege de relatief korte tijd dat ik er werkzaam was én omdat de organisatie erg groot is. De aanwezigheid van deze mensen kwam mij ter ore, toen de hoogste manager van onze unit belde en doorgaf dat hij opdracht had gekregen om ‘die man met de live demo’ complimenten te geven voor zijn duidelijke, ontspannen en humoristische wijze van presenteren. Enigszins verlegen van deze boodschap, heb ik het toch maar mooi in mijn zak gestoken en ik was er oprecht blij mee.

Precies een week later zat ik achter mijn privé laptop, toen deze wat vreemd begon te reageren, vervolgens spontaan begon te herstarten en …. een blue screen toonde. Jarenlang had ik het niet gezien, een week ervoor gebruikte ik het in mijn presentatie en dan geeft mijn laptop ineens de geest en toont dat vermaledijde scherm. Tja, ik had natuurlijk niet afgeklopt op een stukje blank hout toen ik bij het gebruik ervan in mijn presentatie nog even dacht dat ik het al lang niet meer had gezien. Eigen schuld, dikke rekening.

blue screen of death
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Karma (II)

Vertelde ik in mijn voorgaande blog over een vermeend gevalletje karma, nu komt er een onvoorzien vervolg op.

Met enig schuldgevoel overhandigde haar man, de sportman uit Karma I, haar in plaats van het door haar verwachtte bosje bloemen, uiterst attent een zakje met haar favoriete snoepgoed: schoolkrijtjes. Zo kon ze met smaak vieren dat de uitslag van haar coronatest negatief was.

Bij ons thuis lag al geruime tijd een zakje schoolkrijtjes in de kast. Omdat wij er niet aan dachten, heeft mijn vrouw het iets meer onder de aandacht op het aanrecht gelegd, waar het nu ook al enkele weken ligt. Af en toe pakken we een schoolkrijtje, maar leeg is het zakje bij lange na niet. Wat ik hiermee wil zeggen is dat je best heel lang met een zakje schoolkrijtjes kunt doen, als je niet een al te grote snoeper bent.

Nu is de dame in kwestie ook niet echt een grote snoeper, behalve als het op dropjes aankomt. Ze kan er gewoon niet van afblijven, met als gevolg dat het zo lief geschonken zakje binnen enkele uren alleen nog lucht bevatte.

De volgende dag ging ze naar de supermarkt om boodschappen te halen, met een klein stemmetje in haar achterhoofd: ‘Geen schoolkrijtjes, geen schoolkrijtjes, geen…… Mmmmm, schooolkrijtjes.’
Hoe het was gebeurt wist ze niet, maar toen ze de winkel verliet zag ze bovenop de boodschappen ineens een zakje schoolkrijtjes liggen. Tja, en een dicht zakje schoolkrijtjes bestaat in haar dropwereldje niet. Ze opende het zakje, en stak snel twee van de kleine lekkernijtjes in haar mond.

Bij de auto aangekomen, waarvan de schade alweer hersteld was, was haar mondje alweer leeg en kon dus best nog een keer gevuld worden, zo vond ze. Haar hand ging naar het zakje, pakte het op en constateerde dat het zakje wel erg ligt aanvoelde. Ze keek in het zakje, dat tot haar grote schrik en ongeloof net zo vol lucht bleek als het zakje dat ze thuis had achtergelaten. Ze draaide haar hoofd in de richting waaruit ze was komen aanlopen, en zag een spoor van schoolkrijtjes. Ze voelde zich als Grietje zonder Hans, al starend naar de broodkruimeltjes die in dit geval de weg naar het snoephuisje wezen, oftewel de supermarkt waar ze net vandaan kwam.

Ja, karma helpt dus ook vrouwen met grote verlangende snoepogen om zichzelf te beheersen.

Een vol zakje schoolkrijtjes was zelfs voor haar verbazend snel leeg
Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Karma (I)

Ze had wat pijn in de keel en ze was gewoon wat verkouden. Normaal gesproken zou ze hier niet eens bij stil hebben gestaan, maar de omstandigheden waren dankzij COVID-19 bij lange na niet normaal. Haar klachten waren mild, maar al met al net dusdanig dat je je eigenlijk moet laten testen.

Omdat ze een contactberoep beoefend, maakte ze een afspraak om zich te laten testen. Ja, en dat is vervelend omdat je dan geen klanten meer kan helpen én niet de deur uit mag.
Alhoewel het wellicht nog als gedeelde smart gezien kan worden, voelt het nog extra vervelend als de huisgenoten tot aan de uitslag ook de drempel niet over mogen stappen. Desondanks vertrok haar man op zaterdagmorgen naar zijn sportvereniging, terwijl zij zich op zondag zou laten testen.

Vaak gaat hij, als echte sportman, op de fiets, maar deze keer pakte hij ondanks het lekkere weer toch de auto. Hij parkeerde de auto en liep het terrein van zijn sportvereniging op.
Niet veel later kwam een medesporter met een lach op zijn gezicht aanlopen en de reden was al snel duidelijk: iemand was vergeten de handrem te gebruiken, waarop die auto langzaam met de neus de droogstaande sloot in was gereden.
Onze sportman lachte mee, totdat hij hoorde dat het een Ford betrof. ‘Verdorie, het zal toch niet mijn auto zijn?’, dacht hij en hij besloot even poolshoogte te nemen. Jawel hoor, hij trof zijn auto onder een wat eigenaardige hoek aan de kant van de parkeerplaats aan.
Met vereende krachten werd de auto uit de sloot geduwd, waarna de sporen van een wat wilde, stevige kus duidelijk zichtbaar waren.

Thuisgekomen liep hij naar binnen en zei direct dat hij nog even naar de auto liep. Zijn vrouw wist het bijna zeker: ‘De lieverd heeft een verrassing meegenomen, omdat ik misschien Corona heb. Zal het een mooie bos bloemen zijn?’

Nou, een verrassing had hij wel degelijk. Dat werd haar duidelijk toen hij niet met de veronderstelde bos bloemen binnenstapte, maar met een bedremmelde blik de woorden ‘Euh, ik moet je wat vertellen.’ uitsprak.

Tja, met de auto in plaats met de fiets naar de sportvereniging, op een moment dat het sowieso niet had gemogen. Is dit nou karma?

De sporen van de innige kus

Enigszins ter verdediging van de sporter valt aan te vullen dat hij een buitensport beoefend en geen contactsport. De uitslag van de test was overigens negatief.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 1 reactie

Was het na het sporten maar even weekend

Het zit in een bierflesje en draagt de naam bier. Hoe het er in een glas uitziet, dat weet ik niet. Van de week dronk ik het namelijk direct uit het flesje. Het was bij thuiskomst na het wielrennen, gewoon omdat ik dorst had, geen zin in water en het een doordeweekse dag was. Doordeweeks drink ik namelijk niet.

Zoals ik het met “dat mens” over een vrouw heb, met “lopen” over hardlopen – anders is het wandelen – heb ik het hier met drinken over iets drinkbaars met alcohol, want anders zou ik tegen het weekend wel heel erg dorstig zijn.

Meestal drink ik ’s avonds (ja, toch wel!), behalve koffie, gewoon water. Met limonade doe je mij over het algemeen gesproken niet veel plezier. Ben ik ergens op visite, en is het geen gelegenheid om te drinken, dan neem ik nog wel eens limonade; “voor de gezelligheid”, omdat men water dan “zo kaal” of zelfs zielig vind. Tja…

Maar nu had ik dus een flesje bier. Nou ja, bier?

Het was dat ik het flesje zelf geopend had, maar na de eerste slok had je mij anders best wijs kunnen maken dat ik sinas dronk.

Nu heb ik al geruime tijd geen sinas meer gedronken, ben de smaak dus wellicht wat vergeten, maar ik denk dat áls ik al getwijfeld had, dit niet zozeer door de smaak zou komen, als wel door de grootte van de bubbeltjes. Volgens mij zijn die bij sinas, net als bij cola, 7Up of cassis groter en moet je er eerder van boeren; ze noemen het ook niet voor niets prik.

We hadden nog een flesje Radler 0.0% in de ijskast (zo noem ik een koelkast) staan. Van welk merk laat ik maar even achterwege, maar het heeft dezelfde naam als een rivier. Het proefde best lekker fris, leste de dorst, zal technisch gezien best bier zijn, maar daar houdt het vergelijk wat mij betreft toch echt wel op. Zo hoort het ook, op een doordeweekse dag. Goh, was het na het sporten ook maar even weekend.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kut Engelsen

Iedereen hoort wel eens wat over enige antipathie tegen buitenlanders, of heeft dat wellicht zelf ook enigermate. Die antipathie vanuit mijzelf valt, zo denk ik zelf, wel mee, behalve als buitelanders zich op geen enkele manier wensen aan te passen aan onze Nederlandse regels. Daarom heb ik een hekel aan veel Engelsen die hier verblijven.

Het gekke is dat ik die Engelsen eigenlijk alleen maar tegenkom op het fietspad. Ze zijn zeer eenvoudig te herkennen, want ze fietsen aan de verkeerde kant. De laatste jaren neemt het aantal hand over hand toe, maar wellicht treed er in positieve zin verandering op na de Brexit. Het vreemde is dat ze schijnbaar met de auto wel de juiste kant kiezen, want ik zie nagenoeg nooit een auto constant op de verkeerde rijbaan. Gelukkig maar, want met die fietsers is het eigenlijk al gevaarlijk zat.

Is een fietspad breed genoeg, dan stoor ik me er niet al teveel aan. Maar het komt regelmatig voor dat die Engelsen geen millimeter aan de kant gaan, of je zelfs met meerderen naast elkaar tegemoet rijden. Dan kan je als fietser die netjes de Nederlandse manier van fietsen hanteert aan de kant gaan, om een aanrijding te voorkomen. Heel eerlijk zal ik bekennen dat ik dan wel eens ‘Kut Engelsen.’ tussen mijn tanden lispel. Heel zachtjes hoor, want je zal het net zien dat ik dat bij zo’n Engelse hooligan doe, met van die losse kolenschoppen, die toevallig Nederlands verstaat.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bij de Plus in Markelo

Wij liepen in de Plus in Markelo onze laatste boodschapjes bij elkaar te sprokkelen; de vakantie is bijna ten einde. Een wat oudere dame, met haar haren nogal springerig op het hoofd, liep met haar karretje recht richting de mijne, maar zwaaide keurig op tijd af. ‘De eier bint op.’, liet ze met een brede lach weten.

Ik beantwoordde haar mededeling met mijn meest stralende lach, in de hoop dat ik haar niet af zou schrikken, en wist verder niet meer te zeggen dan een vriendelijk: ‘Tja.’

Eigenlijk had ik graag aan willen vullen dat ik nu na haar bekentenis pas begreep waarom ze heur haar rechtop op het hoofd had staan, maar die toevoeging liet ik maar wijselijk achterwege.

Aardige mensen in Markelo.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen