Het verschil tussen een lach en een traan is (t)je

Arm in arm kwamen ze met een grote lach op hun gezicht in onze richting lopen. Hij was gekleed in zijn pyjamajas en luier, en liep op blote voeten. Zij was gekleed in haar nachtjapon, de haren net gewassen en gekamd, en aan één voet een pantoffel. Het was zo te zien zijn pantoffel; een linker exemplaar aan haar rechtervoet.
Toen ze recht voor ons stonden, begon hij enthousiast te praten in zijn eigen brabbeltaaltje. Zij begon ook enthousiast te vertellen, duidelijk verstaanbaar, maar ik ben ondertussen vergeten waar het over ging. Nou ja, het ging eigenlijk nergens over, maar het was verstaanbaar.
Wij zagen het met een glimlach aan en praatten wat met hun mee.

Het is een leuk plaatje als twee mensen aan het begin van hun leven zo naar je toe komen; dat tovert toch als vanzelf een lach op je gezicht? De natte gekamde haartjes, het pyjamajasje, het pantoffeltje aan het rechtervoetje.
Verkleinwoordjes heb ik echter niet gebruikt, en dat maakt net het verschil tussen een mogelijke lach of wellicht toch een traan. Het betrof geen mensen aan het begin van hun leven, maar mensen die al een heel leven achter de rug hebben. Een man en een vrouw die samen met mijn vader op een gesloten afdeling zitten, beiden net als mijn vader getroffen door Alzheimer.

Als je maar vaak genoeg op zo’n afdeling komt, wen je aan dit soort beelden en gaat er de humor ook nog wel eens van in zien. Dat neemt niet weg dat ik het toch met een soort van knoop in de maag aanschouw.
Mijn vader loopt nu nog redelijk gekleed over de afdeling, alhoewel hij al een tijd niet meer in staat is om zichzelf fatsoenlijk aan te kleden. Hij praat nog goed verstaanbaar, alhoewel er soms geen touw meer aan vast te knopen valt. Komt er een dag waarop ik hem ook brabbelend, gekleed in zijn luier over de afdeling zie slenteren? Het is zeker geen ondenkbaar toekomstbeeld.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Lullen als een politicus

“Toen ik bij de rechtbank aankwam, zag ik dat er een auto van SBS6 voor de deur stond. Nou, er zal vandaag wel een mooie crimineel worden berecht, dacht ik nog. Bij binnenkomst wachtte een controle, zoals op een vliegveld.

Toen ik de rechtszaal binnenliep, zag ik een camera staan. Op de publieke tribune zaten een paar mensen, die journalist bleken te zijn. Op de vraag of ik openheid van de zaak toe wilde staan, heb ik maar schoorvoetend “Ja.” geantwoord; ik was compleet overdonderd. Een journalist had mij al eerder verteld dat ik de eerste in Nederland was met een bekeuring voor het “vergrijp” dat ik heb gepleegd, dus het is met dat uitgangspunt aannemelijk dat ik ook de eerste was die het voor liet komen. Mediabelangstelling had ik hierbij echter nooit verwacht. Waar hebben we het immers over? Fietsen op het fietspad!
Gisteravond was ik bij Hart van Nederland en in het weekend sta ik in de Telegraaf.”

“O echt?!?”, zei een collega, die met stijgende verbazing mijn relaas aanhoorde, als reactie op zijn vraag of ik eerdaags een tijdje moest zitten.
“Nee.”, luidde mijn antwoord.
“Verdorie, ik stink er ook volledig in hè!”, stelde hij, tot mijn plezier, vast.
“Inderdaad.”, bevestigde ik zijn constatering.

Volgens hem bracht ik het nogal geloofwaardig; ik beschouw het als een compliment.
Toen ik in die avond nogmaals een vergelijkbare vraag kreeg, hield ik hetzelfde betoog. Deze keer kon ik mijn lachen bijna niet houden, maar ook deze persoon geloofde mij volledig, terwijl hij mij toch al heel lang kent.

Ieder mens heeft een talent wordt beweerd, ook al is het ergens diep verborgen. Heb ik nu eindelijk mijn talent ontdekt? In dat geval zou ik zo maar de politiek in kunnen.

P.S. Tot mijn verbazing stond de afloop van mijn fietsverhaal vanmorgen echt in de krant.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Jou ga ik zo eens even lekker naaien

Net na binnenkomst vroeg ik mijn collega: “Is het jou wel eens overkomen dat jij naast een onbekend, aantrekkelijk vrouwtje van nog geen dertig op een bankje zat, van wie je nagenoeg zeker weet dat zij dacht: ‘Jou ga ik zo eens even lekker naaien.’?”
Nee, dat was mijn collega nog niet overkomen.
“Nou, dat is mij gisteren wel overkomen.”, vertelde ik hem. Hij was op slag geïnteresseerd.

De dag ervoor zat ik op een bankje voor een zaal te wachten. Uit de zaal kwam een mij onbekende, beslist aantrekkelijke jongedame gestapt. Ze liep langs me heen, we groetten elkaar kort en vervolgens liep ze door naar de koffieautomaat. Toen ze terug kwam lopen, nam ze plaats op een bankje naast het exemplaar waar ik op zat.
Dat ik haar niet kende was niet zo vreemd, want ik was nog nooit in het betreffende gebouw geweest en het was ook buiten mijn woonplaats. Toen ik haar die zaal uit zag komen, dacht ik echter: “Het zal toch niet?”

Het was bijna vijf voor tien, terwijl ik om kwart over tien in die zaal moest zijn. Ondertussen kreeg ik ook wel zin in koffie.
“Waar heeft u de koffie gehaald?”, vroeg ik de dame. Ze vertelde dat de automaat in een nis verderop in de gang stond. Dat wist ik overigens al lang, omdat ik daar al langs was gelopen, maar ik vroeg het om even contact te maken en deed dat met een reden.
Toen ik, gewapend met een beker koffie, terugliep zei ik: “Zo, dan kan ik er zo goed tegen.”
De jongedame glimlachte vriendelijk.

Tijdens het wachten zag ik haar een aantal maal in mijn richting kijken. Zonder dat ik me ook maar iets over mijn uiterlijk verbeeld, om maar te zwijgen over het verschil in leeftijd, weet ik bijna zeker dat ze dacht: “Jou ga ik zo eens even lekker naaien.”

Ze werd de zaal in geroepen, waar ze eerder vanuit was verschenen. Ze glimlachte bij het langslopen en verdween achter de deuren. Niet veel later werd ik ook de zaal in geroepen.
Bij binnenkomst zag ik recht voor me de rechter zitten, geflankeerd door iemand die verscholen zat achter een grote monitor. Links zat de dame die ik al had ontmoet, aan een tafeltje net naast de lange tafel waaraan ik plaats mocht nemen. Mijn vermoeden was juist: zij was de officier van justitie, althans de vertegenwoordigster ervan.

De sfeer was uiterst ontspannen en vriendelijk, maar dit dametje stond – figuurlijk gesproken – lijnrecht tegenover mij. Dat was geheel volgens mijn verwachting en de reden van de gedachte die mij al eerder bekropen was.

Het bezwaar dat ik tegen een, in mijn ogen volslagen onterechte, bekeuring had aangetekend, werd van tafel geveegd. Hierbij kan ik aantekenen dat de rechter uitsprak dat hij wel veel sympathie voor mijn zaak had en hoopte dat deze zaak bij mocht dragen aan een aangepaste regelgeving.

Al met al was ik een ervaring rijker en honderdvier euro armer.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Haar worp was voor verbetering vatbaar

“Potverdorie, alweer hondenstront op de oprit.”, bracht ze uiterst verbolgen uit. De eerste paar keer had ze geen idee wie er steeds een presentje achterliet, maar ondertussen had ze de daders al een aantal maal aan het werk gezien. De dader was ook deze keer nagenoeg zeker één van de mopshonden van de overburen.
Tijdens een kort gesprekje bleken deze overburen geen enkele boodschap te hebben aan het geuite bezwaar tegen de ongewenste vervuiling.

Ik gaf haar eens de tip dat ze met behulp van een schepje de boodschap zo bij de overburen op het terrein kon overbrengen, maar ik was er nagenoeg zeker van dat ze dat nooit zou doen. Deze dag bleek dat ik het mis had; de hoop die de poepemmer deed overlopen was bereikt.

Ze pakte een schep, schepte de drol erop, bracht haar arm naar achteren en flats: de drol belandde precies tegen de zijkant van een net op dat moment passerende auto. Dat zal je net zien, in een straatje waar sporadisch auto’s langskomen.

Tot haar verwondering reed de automobilist gewoon door; blijkbaar had deze het ongelukje niet opgemerkt. Bij thuiskomst zal deze persoon daarentegen vast flink de schijt in hebben gehad.

De buren hebben hun lesje dus nog steeds niet geleerd, want de grote boodschap heeft hun niet bereikt. Nu ben ik reuze benieuwd of het kunstje nogmaals wordt herhaald.
In dat geval een kleine tip mijnerzijds: Denk aan de aloude verkeerslessen ten behoeve van het oversteken. Eerst links kijken, dan rechts, nogmaals links en … werpen maar!

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

De melkman of sushi

Ik had met een jongedame uit de hardloopgroep afgesproken dat ik met haar mee zou fietsen naar de Asselse2mijl, “De leukste hardloopwedstrijd in het donker!” Wij hadden afgesproken op een hoek bij een bakker, globaal tussen onze woningen in.
De jongedame woont samen met haar vriend in een appartement. Toen zij enkele minuten het huis had verlaten, ging de bel. Haar vriend liep naar de intercom, vroeg wie er was en hoorde: “Sushi!” Hij drukte op de knop om de deur in de centrale hal te openen.

Een deel van mijn jeugd heb ik doorgebracht in een flatwoning, zoals een appartement destijds nog genoemd werd. De flat was tien hoog en herbergde honderd woningen. In de centrale hal op de begane vloer zat een bord met honderd knopjes, ieder verbonden met een bel in een woning. Ook toen al was er een intercom.
Hoe vaak het exact voor kwam herinner ik me niet, maar minimaal eens per week hoorde je overal om je heen de bel gaan en uiteindelijk ook bij ons; wij woonden op één hoog en de persoon die op al de knopjes drukte begon bij tien. Nam je de moeite om de intercom op te nemen, dan hoorde je: “De melkman… De melkman… De melkman… De melkman.”
Op zich was zijn aankondiging wat vreemd, want het was de man van de SRV, van je hieperdepiep hoeree. Die man verkocht veel meer dan melk.

De eerste keer dat ik bij de het appartementencomplex van de jongelui aanbelde, meldde ik mezelf aan met: “De melkman.” Sindsdien is dat zo gebleven.

De jongeman was in zijn appartement in afwachting op het nogmaals klinken van de bel, hetgeen zou betekenen dat er iemand voor de deur stond. Hij liep een beetje te gniffelen; een binnenpretje.
De bel ging, hij opende de deur, wilde wat zeggen, maar slikte zijn woorden in. Voor de deur stond niet de persoon die hij verwachtte te zien, maar een jongeman met een doos sushi.
De sushi-bezorger was niet veel later nogal verbaasd dat hij niet bij het juiste adres bleek te zijn, maar toch naar boven was gestuurd.
De jongeman daarentegen was verbaasd dat er daadwerkelijk iemand met sushi naar boven kwam, in tegenstelling tot zijn verwachting dat ik voor zijn neus zou staan. Hij had zich al lopen verkneukelen om de boodschap te brengen dat ik zijn vriendin op mijn weg naar boven net mis moest zijn gelopen en dat zij waarschijnlijk gewoon beneden zou staan te wachten.

In mijn oren klinkt “De melkman.” toch echt anders dan “Sushi.” en in de tijd dat ik in een flat woonde, had ik nog nooit van sushi gehoord. Blijkbaar wordt er bij mij dan toch enige vorm van “originaliteit” verwacht; ik zie het maar als compliment.
Ondertussen was ik met zijn vriendin naar de locatie gefietst waar de start en finish was, alwaar ik zijn ontmoeting via WhatsApp vernam. Wij hebben er lekker om gelachten; ik had zijn gezicht wel eens willen zien toen hij de deur opende.

Het was heerlijk weer, de sfeer bij de Asselse2mijl was uitermate gezellig en de deelnemers konden weer een mooie prestatie op hun lijstje bijschrijven.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Twee knopjes

Twee avonden door de week en op zaterdagmorgen loop ik, als het even kan, hard in het bos. Dat doe ik al jaren met een groep, vanuit een atletiekvereniging.
De tijd is weer aangebroken dat het ’s avonds te donker is om in het bos te lopen. Als alternatief lopen we de donkere periode door de wijken in onze woonplaats, of de straten net erbuiten. Het is natuurlijk verstandig om zo goed mogelijk zichtbaar te zijn, waarvoor we op z’n minst goed opvallende hesjes dragen. Sommigen vullen dat nog aan met verlichting.

Bij vertrek liep ik naast een vrouw die verlichting geïntegreerd in haar hesje had. Voor een witte bies, achter een – je raad het al – rode.
“Je hebt je verlichting niet aan.”, zei ik tegen haar.
“O, wil je het even aandoen. Het knopje zit bovenaan.”, antwoordde ze.
Ik schakelde de verlichting in en zei: “Onhandig dat de schakelaar aan de achterkant zit.”
“Aan de voorkant zit ook een knopje.”, zei ze. Twee knopjes.”

Het bleef even stil.
“Het klonk toch wel wat raar, zoals je dat zei.”, liet ik haar weten.
“Ja, nu je het zegt. Eigenlijk wel hè? Maar die knopjes bedoelde ik niet.”, lachte ze.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | 3 reacties

Grenzeloze bewondering

Er kwamen twee andere bezoekers bij de patiënt, dus ik nam even plaats op een bank, iets verderop in de gang. Er liep een verpleegkundige langs mij heen een kamer binnen.
“Ik moet nodig naar de wc.”, hoorde ik een man zwakjes tegen haar zeggen. Ze nam hem mee naar een toilet, vlakbij de bank waarop ik zat.
Na korte tijd verliet ze het toilet, maar kwam al snel terug. Ze had van die blauwe handschoentjes aangetrokken. Ik vroeg me af hoe het voor een patiënt zal zijn om geholpen te moeten worden bij de toiletgang; het lijkt mij vreselijk gênant.

Ineens meende ik tot mijn schrik te constateren dat ik acute staar begon te ontwikkelen. Het bleken echter de dampen te zijn die uit het toilet sloegen, toen zij daar weer naar binnen stapte. Als een speer sprong ik overeind en liep naar de hal waar de liften zijn, alwaar ik weer adem durfde te halen. De stank was overweldigend; de man had schijnbaar niets teveel gezegd toen hij beweerde dat hij nodig moest.

De verpleegkundige stond gewoon in die ruimte, met handschoentjes, maar zonder gasmasker. Mijn bewondering voor verplegend personeel is alleen daarom al grenzeloos.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen