Stugge Friezen

We zijn een paar dagen in Friesland, bij het Sneekermeer. De bewoners van deze provincie schijnen nogal stug te zijn, maar die Friezen moeten wij nog tegengekomen. Tot op heden zijn ze vriendelijk en hier wordt er op straat tenminste nog vriendelijk gegroet.
Een ad remme Friezin hebben we daarentegen wel ontmoet.

Tijdens een fietstocht rondom het Sneekermeer kwamen we ook door – je verwacht het niet – Sneek. We hebben daar lekker rondgewandeld en het stadje bewonderd.
Na een bezoekje aan Weduwe Joustra en het proeflokaal aldaar op zolder, had ik enige trek. We stonden vlak bij de HEMA, waar lekker uitziende puddingbroodjes in de vitrine lagen. Daar had ik wel weer eens zin in.

Ik bestelde zo’n broodje en vertelde de dame en passant dat ik al jaren geen puddingbroodje – zoals ik ze altijd noem – meer had gegeten.
“Op school haalde ik ze vaak.”, vertelde ik erbij.
“Een tijd geleden dus. Nostalgie.”, zei ze.
“Nou, nog niet zo heel lang geleden hoor.”, probeerde ik nog even.
“Dat zal best. In die tijd had je nog langstudeerders.”, kopte ze keihard in. Ze was uitermate ad rem, deze Frieze dame. Ik houd daar wel van en we moesten er samen om lachen.
Leuke mensen, die Friezen.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Boos, teleurgesteld en verdrietig

Op maandagmorgen, rond kwart voor zeven, stapte ik op de fiets en reed met een rustig vaartje naar de oostelijke grens van mijn woonplaats. Daar fietste ik onder een tunneltje door en belandde tussen de weilanden. Het zonnetje scheen al laag aan de horizon, maar het was nog wat frisjes. Een laagje mist lag over de weilanden, hetgeen met een laagstaande zon een betoverend gezicht is.

Ik ritste mijn jas nog wat hoger dicht en schakelde de ondersteuning van mijn fiets van standje één naar stand drie, zijnde de één na hoogste stand. Inderdaad, ik gebruik voor mijn woon-werkverkeer een elektrische fiets; een speed pedelec om precies te zijn. De capaciteit van mijn (400 Wh) accu is echter niet voldoende om heen en terug met de volle ondersteuning te fietsen. Die hoogste stand, waarmee ik met flink doortrappen bijna de 45 aan kan tikken, gebruik ik daarom niet, behalve als ik op de terugweg zie dat ik thuis op die stand nog kan halen.
In de laagste stand, die ik binnen woonplaatsen gebruik, fiets ik ongeveer 25; op stand drie fiets ik tussen de 35 en 40 kilometer per uur. De te halen snelheid hangt sterk af van de weersomstandigheden en de inspanning die ik bereid ben om te leveren.

Ruim twee jaar geleden vond ik werk in Deventer, op zo’n zeventien kilometer van mijn huis. De eerste maand ging ik met de auto naar het werk, totdat de proefperiode voorbij was en ik een jaarcontract kreeg. Daar ik absoluut geen liefhebber van autorijden ben en het bovendien praktisch gezien ook niet handig is dat de enige auto die wij bezitten de hele dag op de parkeerplaats bij het werk staat, stond ik voor de keuze hoe ik de afstand tussen huis en werk af zou gaan leggen. De keuzes waren:
• Met de auto.
Dit heb ik, ondanks mijn weinige enthousiasme voor autorijden, toch overwogen. Het zou feitelijk betekenen dat we er een kleine auto bij zouden moeten kopen; een investering waar ik allesbehalve om stond te springen.
• Met het openbaar vervoer.
Uit ervaring weet ik dat de stoptrein tussen Apeldoorn en Deventer regelmatig uitvalt en bovendien zit er geen station in de nabijheid van mijn werk. Een vouwfiets zou daarvoor een mogelijke oplossing zijn.
• Met de fiets.
Dat betekend zo’n twee uur per dag fietsen, hetgeen natuurlijk wel gezond is. Ik ben best sportief, maar een uur heen en een uur terug vond ik toch wat overdreven. Bovendien is er op het werk geen mogelijkheid tot opfrissen.
• Met een speed pedelec.
Lekker in beweging, maar met een beetje hulp. Als ik flink doortrap, dan kost mij dit veertig minuten van deur tot deur.

De keuze viel op de speed pedelec, een Victoria. Een behoorlijke investering, maar dat vond ik het wel waard. Daar stond ik op een goede morgen dan, met een fiets met een grote blauwe kentekenplaat, klaar om voor het eerst naar het werk te fietsen.
De eerste keren viel het fietsen mij toch lichtelijk tegen en ik viel er zelfs enkele kilo’s van af. Voor veel mensen een zegen, maar aangezien ik toch al redelijk tegen de grens van ondergewicht aan schommel, werd het voor mij een boterhammetje extra. Dit geeft toch wel aan dat het fietsen met een speed pedelec niet vanzelf gaat, zoals vaak door de leek wordt aangenomen.

Enkele maanden later begon het te rommelen rondom de speed pedelec als vervoermiddel: Wat is de plaats van de speed pedelec in het verkeer?
Om een lang verhaal maar kort te houden kan ik niet anders concluderen dan dat onze overheid wederom een volslagen infantiele beslissing heeft genomen. Mocht ik mij met het blauwe kenteken gewoon op de fietspaden begeven, met het gele kenteken dat ik half 2017 ongevraagd toegezonden kreeg moest ik ineens binnen de bebouwde kom op de weg gaan rijden!
De regels van het spel zijn door onze overheid dus wederom tijdens het spelen aangepast. Waren dit de regels tijdens mijn aankoop geweest, dan was de speed pedelec er zeer beslist niet gekomen. Aangezien ik van een eerlijk spel houd, besloot ik de voorheen geldende regels te blijven hanteren, zoals ik het vanaf het begin keurig had gedaan.

Twello, een plaats die ik onderweg passeer en vallend onder gemeente Voorst, plaatste al snel bordjes met “speed-pedelecs toegestaan” op de fietspaden. Dit getuigt van gezond verstand en voorkomt dat fietsers zich met een vaartje van rond de dertig op de drukke N344 begeven.

Deventer en provincie Overijssel zijn niet zover. De vraag is of ze ooit zover zullen komen en ambtelijke molens malen nu eenmaal niet zo snel, dus op een aanpassing binnen afzienbare tijd hoeven we al helemaal niet te rekenen.
In de huidige praktijk betekend dit dat ik met mijn speed pedelec net voor de Wilhelminabrug de weg op moet. Daar geldt een maximum snelheid van 50, maar in de praktijk lijkt het of er gewoon 80 op dat bord met de rode rand staat. Ook na het passeren van de brug vervolgt de N344, maar die verlaat ik na het passeren van Boreel. De wegen tot aan het industriegebied waar ik werkzaam ben, zijn allen drukke doorgangswegen. Het laatste deel is de Zweedsestraat, waar tevens veel vrachtverkeer rijdt.
Wilhelminabrug Deventer

Nu kom ik terug op de maandagmorgen waar ik mee begon. Het zal rond kwart over zeven zijn geweest toen ik de Zweedsestraat op fietste, althans het fietspad van de Zweedsestraat. Gebruik makend van de laagste ondersteuning fietste ik daar met een vaartje van vijfentwintig kilometer per uur, terwijl er op dat tijdstip nog geen andere fietser te bekennen was.
Opeens zag ik een motoragent langzaam passeren en ik kreeg direct een naar gevoel, omdat ik hem naar mij zag kijken.

Op het punt waar ik rechtsaf sla, zette hij zijn motor recht voor het fietspad, stak zijn hand op en gebaarde naar de grasstrook. Mij realiserend dat de man gewoon zijn werk deed, begroette ik hem netjes. Hij nam geen moeite om terug te groeten of zich voor te stellen, maar deelde kortweg mede dat mijn plaats op de weg was. Ik ben niet helemaal achterlijk, dus dat wist ik zelf ook wel.
“Heeft u een ID?”, vroeg hij. Ik overhandigde mijn rijbewijs.
Ik vroeg hem of ik even uit mocht leggen waarom ik op het fietspad reed en dat ik dat bovendien op de laagste ondersteuning, met een vaartje van 25 deed. Hij gaf geen reactie, maar ik legde uit dat het onverantwoord is om de route over de straat af te leggen.
“Waarom rijdt u op het fietspad?”, vroeg hij plotseling. Mijn betoog was dus duidelijk aan dovemansoren gericht.
“Omdat ik niet op die drukke straten durf.”, was mijn antwoord.
“Dan moet je maar niet zo’n fiets kopen.”, reageerde hij.
Dat schoot mij in het verkeerde keelgat, maar ik reageerde toch rustig met: “Toen ik die fiets kocht, kreeg ik een blauw kenteken. De regels zijn tijdens het spel veranderd.”
“Wat is uw adres?”, vervolgde hij, zonder blijk te geven dat hij hoorde wat ik zei.
Ik gaf mijn kentekenbewijs, zodat hij het over kon schrijven. Hij deed dit op een nogal lullig, A7 formaat kladblokje met lijntjes, zoals je ze ook bij de HEMA kunt kopen.
“De techniek staat voor niets hè?”, grapte ik. Zowaar verscheen er iets van een glimlachje en hij reageerde zelfs met: “Onze apparatuur werkt niet altijd even goed.”
“Met een week of drie kunt u een transactievoorstel op de mat verwachten.”, besloot hij, terwijl ik niets overhandigd kreeg om aan de muur te hangen. Ik hoopte nog op een waarschuwing, maar het werd dus meteen maar beboeten.
“Hoe hoog zal de boete zijn?”, stelde ik als – in mijn ogen – logische vraag.
Hij wist het niet, maar het zou wel ergens tussen een tientje of zes tot acht zijn.
Hij wenste mij “Toch een fijne dag.”

“Wat een lul hè.”, riep een passerende automobilist. Ik heb het niet bevestigd, noch ontkent. Wel deed de agent mij sterk denken aan de motoragent uit een reclame uit 1983: “Met de Fiat Panda lach je iedereen uit.” Google er maar eens op.

Die fijne dag is absoluut niet gelukt. Ik was uitermate boos, teleurgesteld en zelfs verdrietig.
Ik schreef er op 21 januari 2017 al over in ‘Te dom voor woorden.’ Een zin daaruit luidt: “Als dat de praktijk is, dan hang ik mijn fiets met pijn in het hart aan de wilgen en pak de auto.”
Deze praktijk heeft de motoragent met zijn handhavingsdrang inderdaad gerealiseerd. Mijn vrouw heeft mij ’s middags met de auto opgehaald, omdat ik mijn nieuwe vriend niet nogmaals zou willen ontmoeten. De fiets, die ik uitsluitend voor woon-werkverkeer gebruikte, staat vanaf maandagavond te verstoffen in de schuur; het is immers onverantwoord om op die wegen door Deventer te fietsen en opnieuw een boete riskeren wil ik niet.
Een investering van meer dan drieduizend euro is ineens in slechts twee jaar afgeschreven. Dan reken ik nog buiten de regenkleding, de jas die ik alleen op die fiets gebruik, helm, helmmuts, handschoenen, duur hangslot, onderhoudspullen en verzekering. Daarbij heeft de fiets netjes de beurten gehad en is keurig onderhouden. Dit geld krijg ik vast niet terug van de overheid; sterker nog, ik wordt beloond met een boete.

Ik ben vreselijk boos vanwege de aangepaste regels.
Mijn leven op de waagschaal leggen door op de weg over de Wilhelminabrug te gaan fietsen, dat gaat mij letterlijk een brug te ver. Straks kan diezelfde agent mij op een dag van het asfalt schrapen. Hetzelfde geldt voor de route tot en met de beruchte Zweedsestraat.

Ik ben teleurgesteld, omdat ik graag zou zien dat de politie de automobilisten aan zou pakken die gebruikers van speed pedelecs uitschelden, met de vinger naar hun voorhoofd wijzen of zelfs afsnijden, maar dan is de politie in geen velden of wegen te bekennen. Dat begrijp ik op zich ook nog wel, want ook de politie is slachtoffer van falend overheidsbeleid, net als ik in dit geval. Enige clementie van de motoragent had ik daarom ook wel verwacht, maar ik vrees toch dat hij de gegevens vanaf zijn kladje ondertussen in het boze systeem heeft overgenomen.
Lijken bovenstaande beschuldigingen rondom automobilisten overdreven, neem dan toch maar van mij aan dat je slechts één keer die route af hoeft te leggen om deze ervaring vol “vriendelijke” ontmoetingen op te doen. Zo kan je ook eens ervaren hoe het voelt om tussen twee grote vrachtwagens in te fietsen. Automobilisten blijven al niet graag achter een 45km wagentje hangen, ikzelf met onze auto ook niet trouwens, laat staan dat ze met een vaartje van dertig achter een uiterst kwetsbare fietser blijven rijden. O ja, wel in de spits proberen natuurlijk.

Ik ben verdrietig, zonder overdrijven zelfs een tikkeltje depressief, omdat ik de afgelopen dagen met enorm chagrijn in de auto ben gestapt, wetende hoe heerlijk het is om met het prachtige weer van die dagen tussen de weilanden door te fietsen. Dat plezier van twee jaar is me plotsklaps afgenomen.
Het gevolg is nu dat er op de A1 een extra automobilist bij is gekomen, die nu ook nog moet overwegen om er een kleine auto bij te kopen, hoe ongewenst deze investering voor hem ook is.

Nu hoop ik toch dat er uiteindelijk geen post van het CJIB op de mat zal vallen, maar eigenlijk is dat tegen beter weten in. Wet is wet, hoe ontiegelijk infantiel deze regel in mijn ogen dan ook is.
Boos teleurgesteld en verdrietig

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , | 10 reacties

Zo stopte hij met roken

Gedrieën fietsten we over een fietspad: mijn vrouw en dochter voor, ik er op gepaste afstand achter. Het was rond half zeven in de avond en de zon liet zich recht voor ons van zijn beste kant zien, waardoor ons zicht enigszins beperkt was.

Plotsklaps voelde ik dat ik ergens overheen fietste. Mijn vrouw en dochter keken tot mijn verbazing direct om en mijn dochter vroeg: “Deed je dat expres?”
Mij van geen enkel kwaad bewust vroeg ik: “Wat deed ik expres?”

Het bleek dat ik pardoes over een pakje sigaretten was gefietst, dat net uit de zak van een tegemoetkomende jongeman was gevallen. Hij bleek zich direct te hebben omgedraaid, zonder enige twijfel om zijn pakje op te pakken, toen ik het ongemerkt enigermate verfomfaaide. Zowel de jongeman als zijn pakje heb ik niet gezien, met mijn half dichtgeknepen ogen.
Gelukkig werden mij geen verwensingen nageroepen, noch werd mij hetgeen van het pakje was overgebleven nageworpen.

Wat zou ik hebben gedaan als ik wel had gezien dat er een pakje sigaretten precies op mijn pad lag? Ik ben zachtjes uitgedrukt geen liefhebber van roken. Op zich kan het mij niet veel schelen dat mensen hun longen tot hoesten en rochelen aan toe vervuilen, met eventueel alle gevolgen van dien. Dat wil overigens beslist niet zeggen dat ik een dientengevolge ontstane ziekte met een “Eigen schuld.” af zal doen; niet tegenover de patiënt en al helemaal niet tegenover de (toekomstige) nabestaanden. In tegendeel zelfs, want ik heb er al voldoende ellendige gevolgen van meegekregen.

Wel irriteer ik mij aan de last dat roken veroorzaakt. Dit zowel letterlijk aan mijn ogen en luchtwegen, als figuurlijk in de vorm van ergernis. Maar al te vaak kwam ik vroeger thuis met stinkende kleding, vanwege de smerige gewoonte van anderen. Wat heeft dat destijds met mijn lichaam gedaan, want ik heb al met al heel wat uren in blauw staande ruimten moeten vertoeven. Erger nog, mijn vrouw werd op haar werk omringt door rokers terwijl zij zwanger was en denk maar niet dat er ook maar enigermate rekening mee werd gehouden. Dat was destijds “heel normaal”, maar ik heb het altijd al smerig en in dat soort gevallen onverantwoord en asociaal gevonden.
Ook nu nog is het niet ongewoon om op een terrasje in de stank van een ander te zitten. Wat zouden rokers zeggen als er iemand in hun buurt om de haverklap flink stinkende winden zou laten, hetgeen op zich toch een gezondere lucht is dan de stinkende rookpluimen die zij zelf verspreiden? Waarschijnlijk begrijpen ze de vergelijking niet eens, of willen dat niet begrijpen.
Dus roken (min of meer) prima, maar zorg dat je een ander niet tot last bent; dat (b)lijkt toch een moeilijke opgave.

Ik ben er nagenoeg zeker van dat ik niet expres over het pakje zou zijn gefietst. Wel hoop ik stiekem dat dit voor de jongeman de druppel is geweest, waardoor hij gestopt is met roken. Toch een euro of zes (?) naar de Filistijnen.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Wonder van herkenning

Mijn vader zit op een paar dagen na een jaar in een woonzorgcentrum, vanwege de gestaag vorderende aftakeling door Alzheimer. Ik heb er al vaker over geschreven en dit zal – bij leven en welzijn – zeer waarschijnlijk niet de laatste keer zijn.

Ondanks het feit dat hij daar al geruime tijd woont, lijkt het nog steeds niet tot hem doorgedrongen te zijn waar hij is. We treffen hem nooit op zijn kamer aan, meestal sloft hij ergens op de gang. Gisteravond zagen wij hem echter nergens en het vermoeden rees dat hij met een bezoeker het avondzonnetje had opgezocht, zoals ook ons voornemen was.

Toen ik even op zijn kamer was, riep ik door de gang naar mijn vrouw dat ze nog iets voor hem in haar tas had. Tot mijn verwondering hoorde ik plotsklaps de stem van mijn vader, ergens tussen mij en mijn vrouw in.
De deur van twee kamers verder ging open en daar verscheen mijn vader in de deuropening. “Wat doet die ouwe snoepert in de kamer van een dame?”, dacht ik gekscherend, maar zag al gauw dat hij daar alleen was. Hij vertelde wat onsamenhangend dat er iets niet in orde was, maar wat werd mij niet duidelijk; hemzelf ook niet, vrees ik. De bewoners worden wel vaker in andermans kamer aangetroffen, maar de meesten hebben dan ook – net als mijn vader – geen benul dat ze er ook zelf een kamer hebben.
Maar het was mooi om te constateren dat hij mijn stem onmiddellijk had herkent.

Ons voorstel om lekker even naar buiten te gaan vond hij prima. De vorige keer had hij moeite met lopen en klaagde over zijn rug, waardoor we toen het eerste het beste bankje opzochten dat buiten het terrein van het woonzorgcentrum te vinden was. Dit bankje bood uitzicht op een kruispunt dat op 30 april 2009 wereldnieuws werd: het kruispunt bij de Naald.
Wij liepen ook deze keer naar een bankje daar in de buurt, maar meneer wilde er niets van weten. “We gaan toch wandelen?”, herinnerde hij ons aan onze belofte. Omdat hij nu goed liep, besloten wij richting Het Loo te lopen.

Toen we het kruispunt overstaken, mijn vader licht gebogen en wat sloffend, zagen we wat bewegen in een auto die voor het stoplicht stond te wachten. Het bleek een oud collega van mijn vader.
“Kijk, daar heb je Harry.”, wezen wij mijn vader. Ineens leek hij bijna een metamorfose te ondergaan. Hij stond rechtop, liep vlotjes richting de auto en zei met duidelijke stem: “Ha kerel, hoe gaat het?” Ergens in donkere krochten van zijn oude lichaam zit mijn echte vader blijkbaar opgesloten; het was wonderlijk om te zien.
Helaas moesten wij spelbreker zijn, omdat ons licht rood werd. Mijn vader liep vlotjes naar de overkant en zwaaide enthousiast. Toen de auto, met vrolijk zwaaiende mensen aan boord, verder reed en wij verder liepen, zag ik mijn vader weer de iets gebogen houding aannemen en wat sloffend gaan lopen.

Hij hield de wandeling dit keer goed vol en vond het fijn. Hij schopte op de terugweg samen met ons steeds een kiezelsteentje vooruit, totdat wij weer bij de Naald waren.
Het was niet de eerste keer dat we merkten dat hij ineens opbloeide bij een bepaalde situatie, maar het is bijzonder om te zien.
Wonder van herkenning

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Schaamlip

Het is ondertussen min of meer traditie dat wij elkaar op Koningsdag ergens in de stad treffen. Zijn vrouw appte mijn vrouw van tevoren met de mededeling dat haar man uitslag op zijn bovenlip had. “Zeg er maar niets over.”, zo drukte ze haar op het hart.
Dat is uiteraard niet tegen dovemansoren gezegd. We kennen elkaar ons hele leven al en ik ken hem dan ook beter dan mijn broer. Op zich is dat niet zo heel lastig te verklaren, daar ik geen broer heb.

Bij het eerste biertje complimenteerde ik hem met zijn snorretje: “Koddig snorretje. Zo’n driekwart eeuw geleden was dat model nog in de mode.”
Hij verweerde zich met het excuus dat hij zich onder zijn neus niet goed kon scheren. Over zijn uitslag heb ik met geen woord gerept, want dat had mijn vrouw beloofd.

Aan het eind van de middag haalden wij een puntzak patat, want zo’n zonnige Koningsdag-middag maakt toch hongerig. Per abuis had de vrouw van de man met het koddige snorretje de bestellingen omgedraaid, waardoor hij met een kleine puntzak in de hand stond en zij met een grote. Ze verzekerde hem dat hij de helft mee zou krijgen, daar zij zo’n enorme puntzak toch met geen mogelijkheid leeg zou krijgen.

Gezien het feit dat hij zijn zak veel eerder leeg had dan dat zij aan de overdracht toe was, besloot hij maar even te gaan plassen. Raar eigenlijk, want je hoeft normaal gesproken toch niet te plassen van patat?
Op Koningsdag bleek “even” voor een plasje een nogal relatief begrip. Het resultaat was dat ook zijn deel van de patat verorberd was tegen de tijd dat hij eindelijk terugkeerde.
“Ik vond het best fijn om samen met jou die zak patat leeg te eten.”, zei ik tegen zijn vrouw en sloeg mijn arm om haar schouder. Hij keek me aan alsof hij op de één of andere manier zijn dag niet helemaal had. Ik had overigens slechts één patatje meegepikt, maar zo viel vrouwlief in ieder geval niets te verwijten.

Afsluitend aten we een heerlijk ijsje. Hij had de twee bolletjes van zijn hoorntje bijzonder snel op, waardoor hij de indruk wekte alsof hij na al die patat toch nog trek had. Een deel van het hoorntje had hij nog in zijn hand en hij wilde daarmee door het bekertje ijs gaan dat zijn vrouw nog meer dan halfvol had.
Ze trok het bekertje snel weg en gooide toch een schepje op het vuur met: “Het heeft niets met je lip te maken hoor schat.”

“Goh, nu je het zegt! Wat heb je eigenlijk: lepra?”, vroeg ik belangstellend. Het lag er namelijk dik bovenop dat de wegtrekkende beweging van zijn vrouw alles met die bovenlip te maken had en lepra is nu eenmaal besmettelijk.
“Zou je niet over zijn lip willen praten.”, hielp zijn vrouw hem: “Hij schaamt zich er een beetje voor.”
Het kwartje was bij mij eindelijk gevallen: “O, je hebt een schaamlip!”
Er waren er in ieder geval drie die er om konden lachen. Ik wilde eigenlijk nog aanvullen dat het me de hele middag al opviel dat iedereen hem aankeek, maar daar heb ik toch maar vanaf gezien.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Don Yuan

Het was de tweede pubquiz en ook de tweede keer dat ik eraan deel mocht nemen. De pubquiz werd gehouden in twaalf vragenronden van ieder tien vragen. Om de vier ronden werd een pauze ingelast, zodat we de voorgaande veertig vragen eens even goed konden laten bezinken en tegelijkertijd de tussenstand bepaald kon worden.

In het team waarin ik vorig jaar meedeed bleek de kennis behoorlijk verdeeld, op één persoon na. Deze persoon bleek verbazingwekkend weinig antwoorden te weten en met ‘nagenoeg niets’ overdrijf ik nog lichtelijk in zijn voordeel. Hij was overigens ook de laatste die dit ontkende.
Nu denk je misschien dat het een laaggeletterd persoon betreft, maar niet is minder waar. Gezien het niveau van zijn opleiding zou je beslist anders hebben verwacht.

Dit jaar zat ik niet in hetzelfde team als hij, maar ik heb mij laten vertellen dat hij ook deze keer zijn reputatie meer dan waar wist te maken. Bovendien had hij dit keer een zeer bijzonder aandeel in een antwoord dat zijn team had gegeven.

De vraag was: Wat is de munteenheid van Japan?
Iedereen blij, want dit was een makkelijke vraag in een serie van vragen waar menig team geen antwoord op wist. Hier kwam dan ook de bijdrage van de eerder genoemde persoon. Hij is adviseur bij een grote bank en adviseert mensen met ruim meer liquide middelen dan ik zelf tot mijn beschikking heb. Waar hebben mensen bij de bank verstand van? Jawel, van geld natuurlijk!

“De Yuan.”, beweerde hij stellig.
“Nee, de Yen!”, stelden zijn teamgenoten.
Het bleef nog even onrustig, maar er werd een antwoord genoteerd.

Aan het eind van de pubquiz had de quizmaster/ceremoniemeesteer een wetenswaardigheidje: er was één vraag die slechts door één team fout was beantwoord. Nu mag je raden welke vraag dat was en door welk team. In deze korte uiteenzetting heb ik al een hint gegeven, maar ik geef er nog één: de veroorzaker heeft vanaf nu een toepasselijke bijnaam. Deze bijnaam is …. Don Yuan.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Moeders was haar tijd ver vooruit

Dit jaar ben ik vele uren bezig geweest met het uitruimen van mijn ouderlijk huis. Het bleek een behoorlijke opgave, zeg maar gerust een helse klus, vanwege het feit dat het weggooien van spullen niet de sterkste kant van mijn ouders was. ‘Misschien wordt het nog wel eens geld waard.’, moeten ze hebben gedacht.

Behalve dat het mij veel tijd heeft gekost, heb ik er ook plezier aan beleefd. Menig voorwerp heb ik met een lach bekeken, voordat ik het op de stapel ‘weg’ plaatste.
Waar ik veel exemplaren van heb aangetroffen, zijn beeldjes, kopjes en bordjes die mijn moeders signatuur droegen.

Mijn moeder is altijd al een tikkeltje onbenullig geweest. Het resultaat ervan was dat er met enige regelmaat oortjes van kopjes gescheiden werden, schilfers van bordjes verdwenen of schoteltjes ineens uit meerdere delen bestonden. Wij als kinderen waren het wel gewend en moesten er altijd erg om lachen. Onze vader zag het hoofdschuddend aan, maar moest er uiteindelijk ook wel om lachen. Moederlief liet vervolgens al mopperend weten dat het helemaal niet leuk was dat er iets kapot was gegaan, als ware het ineens onze schuld.

Nu kom ik bijna bij het punt waarop ik de titel van dit relaas zal verklaren. Waarom was mijn moeder haar tijd ver vooruit? Dit heeft te maken met een kort artikeltje dat ik zojuist in de krant las; het betreft één van de hebbedingen van de conservator van het Centraal Museum Utrecht.

Buiten het feit dat mijn moeder nogal eens iets brak, had ze daar ook een creatieve oplossing op gevonden: bison kit. Zo trof ik bij het opruimen een witte poes met lange hals aan, waar een geelbruine bison kit-rand omheen liep. Een vergelijkbaar geval was de snavel aan een wit eendenbeeldje.
Toen ik deze (en meer) beeldjes, kopjes, schoteltjes en bordjes door mijn handen liet gaan, dacht ik terug aan mijn geboortetegeltje dat in mijn slaapkamer hing.

Toen ik op een dag uit school kwam, viel het mij op dat er ineens dwars door dat tegeltje een geelbruine streep liep: bison kit!
“Heb jij mij tegeltje laten vallen?”, vroeg ik mijn moeder.
“Wie, ik?”, was haar wedervraag. Het was dan ook een domme vraag van mij, want wie anders zou het in het hoofd halen om zoiets te “repareren” met zo’n goed zichtbare rand bison kit?
Het antwoord komt uit onverwachte hoek.

De conservator van het Centraal Museum Utrecht blijkt namelijk dol te zijn op ‘Kintsugi repair kit’. Er staat een foto bij van een in drie delen gebroken bord, waarvan ik zou durven wedden dat mijn moeder er ooit mee aan de slag is geweest. De gelijmde breuklijnen zijn duidelijk zichtbaar, vanwege de lijmranden. Dit blijkt echter niet bison kit geelbruin, maar goudkleurig. Tja, het is maar wat je er in ziet.

Maar desalniettemin kan ik niet anders concluderen dat mijn moeder haar tijd gewoon ver vooruit is geweest. Had ik die beeldjes nou toch maar niet op de ‘wegstapel’ gelegd. Gelukkig heb ik mijn geboortetegeltje nog ergens achter de knieschotten liggen; het wordt vast en zeker nog eens veel geld waard!
Moeders was haar tijd ver vooruit

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen