Don Yuan

Het was de tweede pubquiz en ook de tweede keer dat ik eraan deel mocht nemen. De pubquiz werd gehouden in twaalf vragenronden van ieder tien vragen. Om de vier ronden werd een pauze ingelast, zodat we de voorgaande veertig vragen eens even goed konden laten bezinken en tegelijkertijd de tussenstand bepaald kon worden.

In het team waarin ik vorig jaar meedeed bleek de kennis behoorlijk verdeeld, op één persoon na. Deze persoon bleek verbazingwekkend weinig antwoorden te weten en met ‘nagenoeg niets’ overdrijf ik nog lichtelijk in zijn voordeel. Hij was overigens ook de laatste die dit ontkende.
Nu denk je misschien dat het een laaggeletterd persoon betreft, maar niet is minder waar. Gezien het niveau van zijn opleiding zou je beslist anders hebben verwacht.

Dit jaar zat ik niet in hetzelfde team als hij, maar ik heb mij laten vertellen dat hij ook deze keer zijn reputatie meer dan waar wist te maken. Bovendien had hij dit keer een zeer bijzonder aandeel in een antwoord dat zijn team had gegeven.

De vraag was: Wat is de munteenheid van Japan?
Iedereen blij, want dit was een makkelijke vraag in een serie van vragen waar menig team geen antwoord op wist. Hier kwam dan ook de bijdrage van de eerder genoemde persoon. Hij is adviseur bij een grote bank en adviseert mensen met ruim meer liquide middelen dan ik zelf tot mijn beschikking heb. Waar hebben mensen bij de bank verstand van? Jawel, van geld natuurlijk!

“De Yuan.”, beweerde hij stellig.
“Nee, de Yen!”, stelden zijn teamgenoten.
Het bleef nog even onrustig, maar er werd een antwoord genoteerd.

Aan het eind van de pubquiz had de quizmaster/ceremoniemeesteer een wetenswaardigheidje: er was één vraag die slechts door één team fout was beantwoord. Nu mag je raden welke vraag dat was en door welk team. In deze korte uiteenzetting heb ik al een hint gegeven, maar ik geef er nog één: de veroorzaker heeft vanaf nu een toepasselijke bijnaam. Deze bijnaam is …. Don Yuan.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Moeders was haar tijd ver vooruit

Dit jaar ben ik vele uren bezig geweest met het uitruimen van mijn ouderlijk huis. Het bleek een behoorlijke opgave, zeg maar gerust een helse klus, vanwege het feit dat het weggooien van spullen niet de sterkste kant van mijn ouders was. ‘Misschien wordt het nog wel eens geld waard.’, moeten ze hebben gedacht.

Behalve dat het mij veel tijd heeft gekost, heb ik er ook plezier aan beleefd. Menig voorwerp heb ik met een lach bekeken, voordat ik het op de stapel ‘weg’ plaatste.
Waar ik veel exemplaren van heb aangetroffen, zijn beeldjes, kopjes en bordjes die mijn moeders signatuur droegen.

Mijn moeder is altijd al een tikkeltje onbenullig geweest. Het resultaat ervan was dat er met enige regelmaat oortjes van kopjes gescheiden werden, schilfers van bordjes verdwenen of schoteltjes ineens uit meerdere delen bestonden. Wij als kinderen waren het wel gewend en moesten er altijd erg om lachen. Onze vader zag het hoofdschuddend aan, maar moest er uiteindelijk ook wel om lachen. Moederlief liet vervolgens al mopperend weten dat het helemaal niet leuk was dat er iets kapot was gegaan, als ware het ineens onze schuld.

Nu kom ik bijna bij het punt waarop ik de titel van dit relaas zal verklaren. Waarom was mijn moeder haar tijd ver vooruit? Dit heeft te maken met een kort artikeltje dat ik zojuist in de krant las; het betreft één van de hebbedingen van de conservator van het Centraal Museum Utrecht.

Buiten het feit dat mijn moeder nogal eens iets brak, had ze daar ook een creatieve oplossing op gevonden: bison kit. Zo trof ik bij het opruimen een witte poes met lange hals aan, waar een geelbruine bison kit-rand omheen liep. Een vergelijkbaar geval was de snavel aan een wit eendenbeeldje.
Toen ik deze (en meer) beeldjes, kopjes, schoteltjes en bordjes door mijn handen liet gaan, dacht ik terug aan mijn geboortetegeltje dat in mijn slaapkamer hing.

Toen ik op een dag uit school kwam, viel het mij op dat er ineens dwars door dat tegeltje een geelbruine streep liep: bison kit!
“Heb jij mij tegeltje laten vallen?”, vroeg ik mijn moeder.
“Wie, ik?”, was haar wedervraag. Het was dan ook een domme vraag van mij, want wie anders zou het in het hoofd halen om zoiets te “repareren” met zo’n goed zichtbare rand bison kit?
Het antwoord komt uit onverwachte hoek.

De conservator van het Centraal Museum Utrecht blijkt namelijk dol te zijn op ‘Kintsugi repair kit’. Er staat een foto bij van een in drie delen gebroken bord, waarvan ik zou durven wedden dat mijn moeder er ooit mee aan de slag is geweest. De gelijmde breuklijnen zijn duidelijk zichtbaar, vanwege de lijmranden. Dit blijkt echter niet bison kit geelbruin, maar goudkleurig. Tja, het is maar wat je er in ziet.

Maar desalniettemin kan ik niet anders concluderen dat mijn moeder haar tijd gewoon ver vooruit is geweest. Had ik die beeldjes nou toch maar niet op de ‘wegstapel’ gelegd. Gelukkig heb ik mijn geboortetegeltje nog ergens achter de knieschotten liggen; het wordt vast en zeker nog eens veel geld waard!
Moeders was haar tijd ver vooruit

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

McWetenswaardigheidje

Regelmatig spreek ik een man die wellicht zo hier en daar wat wereldvreemd genoemd mag worden. Dit lijkt het regelrechte gevolg van het feit dat hij geen televisie kijkt en ook niet zo’n apparaat in huis heeft. Daarnaast leest hij een krant die toch wat ander nieuws brengt dan de meest bekende roddelkrant van ons kikkerlandje.

Deze man vertelde onlangs over werk dat was verricht voor een Engels bedrijf. Dit bedrijf bediende met name de landen ten westen van onze landsgrens, oftewel Engeland, Schotland en Ierland.
“Een bestand moest worden gesorteerd, maar daar kwam een wetenswaardigheidje om de hoek kijken.”, begon hij. Hij weet dat te vertellen op een manier, alsof hij op het punt staat om een groot staatsgeheim te onthullen.
“Stel mijn nieuwsgierigheid niet langer op de proef.”, reageerde ik daarom maar.

“Ze hebben daar veel te maken met achternamen die beginnen met (fonetisch) Mek.”, vervolgde hij. Toevallig was mij dit wel bekend. Mac of Mc staat voor ‘zoon van’ en werd veel gebruikt in Schotland en Ierland. Een voorouder van de wereldberoemde James Paul McCartney zal dientengevolge ongetwijfeld de naam Cartney hebben gedragen.

“Mek schrijf je als Mc of Mac, met een a ertussen.”, verklaarde hij. Dit bleek echter niet het wetenswaardigheidje, zo bleek niet veel later.
“Bij het sorteren moet je de ‘a’ weglaten, dus je krijgt niet eerst de namen die beginnen met Mac en dan pas de namen die beginnen met Mc.’, zo onthulde hij het wetenswaardigheidje van de dag.

“O, zoals bij (fonetisch) Emsie Hemmer.”, vulde ik hem aan.
Hij keek mij onbegrijpend aan. “Ja, dat zal wel.”, zei hij en schakelde over naar een ander onderwerp. Voorzichtig trok ik de conclusie dat hij geen fan van Stanley Kirk Burrell – beter bekend als MC Hammer – zou zijn.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Een uurtje meer of minder

Mijn keukenprinsesje zag onlangs een makkelijk receptje voor een toetje in een blad staan: Frozen yoghurt bark. Het zag er ook nog eens veelbelovend uit.

Nu kende ik het Engelse woord bark alleen als blaffen, zoals een hond doet of nogal bazige vrouwen. Het blijkt echter ook voor schors te staan, zoals de huid van een boom genoemd wordt.

Gisteren kwam onze dochter bij ons eten, dus mijn vrouw besloot de dag ervoor de ‘bevroren yoghurt schors’ te maken. Ze deed de ingrediënten met zorg in een langwerpige schaal en ze was tevreden over het resultaat. Ja, ze was er gewoon vrolijk van en eerlijk is eerlijk, het zag er lekker en bovendien feestelijk uit.

De dag erop, tegen de tijd dat het eten net vrolijk begon te pruttelen, belde onze dochter; een overleg was uitgelopen en ze kwam later. Het was een kleine domper, met name omdat mijn vrouw weg moest en daarom besloten wij om toch maar eerder te beginnen met eten.

Toen wij klaar waren voor het toetje, was dochterlief nog niet gearriveerd. De feestelijk uitziende schaal werd uit de vriezer gehaald.
“Nu moet je het alleen nog in stukken breken.”, zei mijn vrouw met een stralende lach en wilde woord bij daad voegen. Haar lach nam al iets af toen het toetje nogal lastig uit de schaal wilde komen, maar gelukkig kon ik daarbij assisteren. Toen begon het breken, althans de pogingen daartoe.
Zonder het gebruik van een moker bleek het een onmogelijke opgave; een blok beton zou niet moeilijker te breken zijn geweest. De moker hebben we overigens niet van stal gehaald.

De woorden die het eerst zo vrolijke keukenprinsesje bezigde zal ik maar niet herhalen, maar hoe meer woorden haar mond verlieten, des te beter moest ik mijn best doen om het lachen in te houden. Toen ze nogal verbolgen naar buiten liep om iets in de container te gooien, tot mijn verwondering niet het weerbarstige toetje trouwens, liepen mij de tranen over de wangen. Toen ze weer binnen kwam, wierp ze me eerst een nijdige blik toe, maar moest toen zelf toch ook wel lachen. Ze dichtte het toetje nogmaals een hoogst kwalijke kwalificatie toe.

Ik wierp ijlings een blik op het recept.
“Hoe lang heeft het toetje eigenlijk in de vriezer gestaan?”, vroeg ik naar de bekende weg. Dat was minstens vierentwintig uur geweest. “Het moest er vier uur in.”, voegde ik toe, voordat een antwoord volgde.

Nu kan je wel op iedere slak zout leggen, maar ik heb toch het gevoel dat die twintig uur extra enig verschil in het resultaat heeft gemaakt.
Toen ik een uur later samen met mijn dochter van het toetje at, bleek het overigens best lekker te zijn.
Frozen yoghurt bark

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Attent

Bij het betreden van het bedrijfspand zag ik vanmorgen op het (online) publicatiebord staan: Prinses Ariane viert haar elfde verjaardag.
Ik snelde zoals gewoonlijk de trap op, liep de kantoorruimte in en begroette het tweetal collega’s dat aanwezig was enthousiast met: “Morgûh. Gefeliciteerd hè!”

In plaats van de verwachtte vraag “Waarmee?”, zei mijn directe collega: “Ja, dank je wel.”
De andere collega vroeg: “Ben je jarig?”
“Geweest.”, was het antwoord, waarop de collega hem feliciteerde. Vervolgens schudde ik het ex-feestvarken de hand.

Toch attent dat ik hem direct bij binnenkomst feliciteerde hè?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Hendrik!

Het was vrijdag 26 september 2015 prachtig nazomerweer. Ik zat aan het begin van de avond heerlijk in de tuin de krant te lezen, toen er wat gerommel aan de poortdeur klonk. Het bleek mijn vader, die wandelend naar ons toe was gekomen. We woonden een kilometer of twee van elkaar verwijderd en deze afstand kon hij met zijn tachtig jaar nog zonder enig probleem wandelend afleggen.
Hij begroette mij kort met een spontaan klinkend: “Hendrik!”, zoals hij dat al zo dikwijls had gedaan.

Mijn vader kwam vaak op de vrijdagavond of begin zaterdagmiddag even langs. Soms ontlokte dat bij ons de uitspraak: “Nee hè.”, als het net even wat minder goed uit kwam, hetgeen hij overigens ook steevast even vroeg. Toch vonden wij het altijd fijn dat hij er was. Hoe ik nu achteraf over die enkele keer “Nee hè.” denk, dat laat zich aan het eind van dit blog waarschijnlijk wel raden.
Het was deze keer ook al even geleden dat hij aan kwam fietsen of wandelen, hetgeen alles met de langzaam maar zeker vorderende ziekte Alzheimer te maken had.

Na wat kletsen en een kopje thee gedronken te hebben, mijn vader is nooit een koffieliefhebber geweest, maakte hij aanstalten om weer huiswaarts te keren. Ik overwoog om met hem mee te wandelen, maar hij ging alleen.
“Weet je de weg?”, vroeg ik hem toen hij de oprit afliep.
“Ja, daar rechtsaf.”, wees hij. Hij moest daar linksaf, maar ik zag aan zijn ogen en lachje dat hij dat dondersgoed wist. Zo kende ik mijn vader ook en zo zag ik hem graag.
Voor de zekerheid belde ik mijn moeder even met de mededeling dat hij in aantocht was, zodat ze zou kunnen bellen als hij toch wat langer dan verwacht weg zou blijven.
Ik keek hem na tot hij uit zicht verdween. Het was de allerlaatste keer dat hij spontaan bij ons aan zou komen.

Ondertussen zit mijn vader ruim tien maanden op de gesloten afdeling van een woonzorgcentrum en in die tijd is hij zienderogen achteruit gegaan. Konden we vorig jaar nog een lekker stuk met hem wandelen en een gesprekje aanknopen, nu is een rustige wandeling van nog geen kilometer al ver. Een praatje gaat van de hak op de tak en is daardoor nog maar lastig te volgen.

Toen hij onlangs vroeg hoe het met Henk ging, begon ik me af te vragen of hij eigenlijk nog wel echt wist wie wij zijn. Waarschijnlijk bedoelde hij onze zoon en noemde per ongeluk mijn naam, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om hem te vragen of hij wist wie ik ben.

Afgelopen weekend stapten we in de lift, samen met de dochter van een vrouw die op dezelfde afdeling huist. “Een kerstboom vol engelengeduld.” gaat over mijn vader en haar. Ik vertelde over mijn twijfel en dat we nu de lift uit wilden stappen, zonder direct op hem af te stappen om zo te kijken of hij ons zou herkennen. Hij zwerft nagenoeg altijd over de gangen en loopt op die manier vaak in de buurt van de lift. Toen de liftdeuren openden kwam hij inderdaad net de hoek om lopen.

De vrouw stapte eerst de lift uit, begroette mijn vader en vroeg hem hoe het met hem ging. Hij praatte even met haar, toen ze zei: “Kijk Henk, bezoek voor je.” Hij keek langs haar heen en ontwaarde ons toen pas. Hij begroette mij met een lach en met dat ene woordje dat hij al een tijd niet meer had gebruikt en dat mij nu zo enorm goed deed: “Hendrik!”

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 4 reacties

Rimpelloos.

“Je krijgt rimpeltjes.”, zei hij zomaar uit het niets. Ik moet hem wat verwonderd aan hebben gekeken, mij van geen kwaad bewust.

Het zal best dat mijn gelaat, op mijn vijfenvijftigste, enige spoortjes van rimpeltjes vertoont, maar ik let daar niet op en ik wist het dan ook helemaal niet.
Voordat ik wat terug kon zeggen, vervolgde hij: “Bij ons in de familie krijgen we geen of pas heel laat rimpels.”
Inderdaad, zijn gelaat vertoonde niet het minste spoor van een rimpel, terwijl wij van leeftijd nauwelijks schelen.

“Een volle ballon heeft ook geen rimpel, maar laat je er wat lucht uit lopen…”, zei ik zo nonchalant als ik op dat moment kon, terwijl ik inwendig al stikte van het lachen vanwege mijn eigen, toch wel wat lullige, antwoord.
Hij keek mij echter niet begrijpend aan, met een wat verdwaasde blik in zijn meer dan pafferige gelaat. Een bolle kop en bijpassend lichaam mag binnen zijn familie zeer beslist tot gemeengoed gerekend worden.

Thuisgekomen heb ik echter toch stiekem even in de spiegel gekeken.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen