Bij de konijnen af

De dag dat wij in het huwelijksbootje traden, kregen we een wit dwergkonijntje in een hokje. Whitley kreeg hij als naam. Omdat ik zo’n klein hokje toch wat zielig vond, heb ik een ruim konijnenhok ontworpen en gebouwd. Het had een puntdak met dakleer, een dagverblijf en een nachthok; de wanden en vloer waren zelfs geïsoleerd. Een kant en klaar hok uit de dierenwinkel is duur, maar deze kostte uiteindelijk het veelvoudige. Daartegenover stond dat het jarenlang mee is gegaan en ruim anderhalf decennium later zelfs is overgegaan naar nieuwe eigenaren.
Whitley hield het tot ons verdriet nog geen twee jaar vol, maar al snel werd een opvolger gevonden: het dwergkonijntje Pluisje. Pluisje was een bijzonder lief konijn. Hij at netjes zijn brokjes, was tevreden met stro en een beetje hooi op de bodem van het hok, dronk netjes, was blij als hij in de tuin werd losgelaten en liet zich ook weer redelijk eenvoudig vangen. Verder deed hij zijn behoefte keurig in het daarvoor bedoelde bakje; je bevuilt immers niet je eigen nest. Pluisje bereikte de respectabele leeftijd van vijftien jaar en dat is volgens de geleerden ruim honderd jaar in vergelijk met de leeftijd van een mens.

Alweer jarenlang verzorgen wij een tweetal konijntjes uit de buurt, als de huisgenoten op vakantie zijn. Dat doen we met veel plezier en het zijn echt bijzonder lieve konijntjes, die er met hun wilde haren ook nog eens reuze koddig uitzien.
Was de verzorging van Pluisje uiterst eenvoudig, voor deze konijnen kregen we een hele waslijst aan instructies; het scheelde niet veel of we werden naar een driedelige avondopleiding gestuurd. Tijden veranderen, maar gelukkig wisten wij het met onze ervaring toch te beperken tot een uitgebreide instructie. Jaarlijks krijgen we overigens wel een opfrisinstructie, want niets is zo veranderlijk als het verzorgen van konijnen.
Kortweg zijn er enkele waterpunten, houtsnippers op de bodem, stro voor dit en hooi voor dat, voer hier en versgesneden groenten daar. Uiteraard zijn de diertjes uiterst kieskeurig, dus de groente moet wel bij een supermarkt van één bepaalde keten worden gekocht.
Van de week trof ik blij verrast witlof in onze koelkast aan en het water liep mij al in de mond bij de gedachten aan het avondeten. Helaas, te vroeg gejuicht. Deze witlof was voor de konijnen bedoeld; het is toch bij de konijnen af.
Ze hebben ook een konijnentoilet, maar houden dat reuze proper. Ze doen hun behoefte er gewoon precies voor, want het konijn van nu laat zich niet dwingen. Het deurtje van het hok moet ’s morgens vroeg open, waardoor ze vrij hun rennetje in en uit kunnen lopen, en ’s avonds laat dicht. Het openingsuur verzorgen wij ’s morgens rond en uur of zeven en dan zitten ze al ongeduldig voor de deur te wachten. Van de week waren wij één dag een uurtje later, waar het tweetal niet van gediend leek; hun stenen voerbak was van de bovenverdieping pardoes naar beneden op de tegels geknikkerd, zodat het in twee delen werd aangetroffen. Ik heb ze wel even laten weten dat wij voor deze ene keer een nieuw bakje voor ze hebben aangeschaft, maar dat ze bij herhaling in het vervolg maar lekker van de vloer eten. Zijn ze nou helemaal van de pot gerukt! Nu ik het zeg, hoe zal een stoofpotje met…

Vorig jaar kregen we vanuit onze familie het verzoek of een konijntje mocht logeren, waardoor we ditmaal voor een drietal konijnen mochten zorgen. De nieuweling bleek een binnenkonijn te zijn en zo stond er op een goede dag een hok bij ons in de kamer.
Ook dit konijn zag er lief uit en had hetzelfde koddige uiterlijk als de twee exemplaren uit de buurt. Dat schijn echter bedriegt bleek al gauw; het was gewoon een pitbull in konijnenkleren! Lieten we het beestje de eerste dag even los en kwam het ook nog eens lekker op de bank liggen, waar het zelf opwipte, al snel leek het bezeten door de duivel. Als we voer en water in het hok wilden verversen gromde het hevig en vloog met ontblootte tanden op je hand af. Het resultaat was dat we uiteindelijk alleen met werkhandschoenen deze handelingen durfden te verrichten en het de rest van de oppasperiode in het hok lieten zitten. Wat een vals kreng was dit vrouw(tje). We wisten dan ook nog niet dat onze voorgangers subiet hadden geweigerd om nogmaals op dit konijn te passen, maar wij behoren ondertussen tot dit selectieve rijtje.

Dit jaar bestieren we wederom een konijnenoppas. De instructies voor het tweetal konijntjes uit de buurt zijn licht aangescherpt, en in onze woonkamer staat nu een binnenkooi met twee puberkonijntjes die in het dagelijks leven een appartement bewonen. In onze tuin staat een ren waarin het tweetal zich lekker uit mag leven. Deze konijntjes wonen normaal gesproken bij familieleden van ons en zijn ook werkelijk reuze lief. Wat dat betreft kunnen we absoluut geen kwaad spreken over de vier konijnen waar we op dit moment zorg voor mogen dragen.
Het ene exemplaar is sinds kort een “jeweetwel-konijn”, het andere een vrouwtje. Ik vertrouw erop dat ze dit nu nog niet te horen krijgt, maar eerdaags gaat ook zij voor de bijl.
Buiten in onze tuin zitten ze samen in de ren en ze vermaken zich daar opperbest. Het vreemde is wel dat het vrouwtje regelmatig op het mannetje repelt, echter niet op zijn achterkant, maar op zijn hoofd. Misschien is het gewoon be…piep…, maar ik heb het mannetje nog geen haartjes tussen zijn tandjes uit zien spugen.
In de kooi in de kamer zitten ze gescheiden door een wandje van grof gaas. Ze snuffelen en likken lief aan elkaar en slapen zelfs tegen elkaar aan, met het wandje er veilig tussen. Het leek ons na een week oppassen een goed idee om dat wandje te verwijderen, met name omdat het in de ren buiten zo goed samen ging.
Na een middag en avond gezellig in de ren werd eerst het vrouwtje in het binnenhok gezet. Ze huppelde vrolijk door het ineens dubbel zo grote hok. Vervolgens zetten we het mannetje erbij en gezamenlijk voerden ze een rustige verkenning uit.
Ik liep gerustgesteld weg, maar hoorde ineens een hevig geraas vanuit de kamer en werd al snel teruggeroepen door mijn vrouw. Het vrouwtje raasde als een bezetene rond in de kooi, alsof ze karbiet in de kont had gekregen; het mannetje was er duidelijk zenuwachtig van. Hoopte ik nog even dat ze snel uitgeraasd zou zijn, niets bleek minder waar. Gelukkig had ik het gaas voor de zekerheid nog aan één kant vast laten zitten, waardoor we het met enige moeite voor elkaar kregen om beide konijnen van elkaar te scheiden. Voordat we het wisten zaten ze elkaar weer te likken en lagen ze even later knus tegen elkaar aan, gescheiden door gaas. Wonderlijke dieren.

Pluisje, wat was het leven met jou toch nog eenvoudig. Rust in vrede oude vriend.
Bij de konijnen af

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Voorpret

Wij waren een avond op visite, toen de gastheer vroeg: “Kunnen jullie nog een vis in jullie vijver gebruiken?” Een blik op hun kleine aquarium werpende, was het al snel duidelijk om welke vis het ging. Keren in het aquarium moest voor deze vis ongeveer gelijk staan aan straatje keren bij je rijles.

Onze blijkbaar vruchtbare vijver is nog meer overbevolkt dan Nederland, maar wanneer is vol nu echt vol? Dat die vis met ons mee zou gaan stond al gauw als een paal boven water.
Ik bedacht me dat deze aanwas wellicht goed tegen incest zou zijn, daar de meer dan dertig vissen in onze vijver afstammen van slechts een zestal visjes: vier Sarasa’s en twee Windes. Onze vissen zien er echter niet gek uit, dus qua incest zal het vooralsnog nog wel meevallen.
Nog even verder peinzend schoot me te binnen dat ik nog wel een vijver wist waar wat extra visjes meer dan welkom zouden zijn. Vrouwlief stuurde snel een appje en ze had direct beet.

Bij het afscheid moesten we de vis overhevelen naar een plastic zak. Daar het wel handig is als er water in die zak zit, liefst voordat de vis erin gaat, pakte de gastheer een slang, hing het met één kant in het aquarium, zoog aan de andere kant en liet het water in de plastic zak stromen. Handig, maar hij was net wat te enthousiast met het zuigen en kreeg zijn mond vol met het niet meer zo frisse water. “Vies hè, dat vissenpoepwater.”, hielp ik nog even.
Snel rende hij naar de gootsteen, kokhalsde tot onze grote hilariteit enkele malen, spuugde het water snel uit en spoelde zijn mond grondig. De vis was vervolgens snel overgeplaatst.

Na een autorit van een half uur, dreef de plastic zak in het nieuwe verblijf van de vis; het water in de zak moest eerst ongeveer de temperatuur van het vijverwater krijgen, om de overgang voor de vis niet te groot te maken. Daar ik ook niet echt van het in één keer in het water duiken ben, begrijp ik dat wel. Ondertussen was de vis gedoopt tot Frank.
“Frank wel uit de zak halen voordat jullie naar bed gaan hè!”, grapte ik met een wat serieuze ondertoon.

De volgende morgen had ik toevallig om 8:30 uur een afspraak met het nieuwe vrouwtje van vis Frank. Enkele minuten te vroeg stond ik al bij haar tuin, maar ik zag niemand.
Uiteraard wierp ik een blik in de vijver, om te kijken of ik Frank zag zwemmen. Deze vijver bevat nogal wat waterplanten, waardoor ik Frank niet zag; in eerste instantie geen enkele vis trouwens. Na enig turen ontwaarde ik eindelijk een als een speer rondzwemmende vis, maar of dat Frank was?

De vrouw des huizes kwam lachend het huis uit en vertelde dat ze mij, verstopt achter de bank in de kamer, gefilmd had. Waarom was mij niet duidelijk, ik hoorde het daarom ook enigszins verbaasd aan, maar zo te horen was het geinig. Wat bleek? De zak lag nog in de vijver.
Mijn verklaring dat ik die zak helemaal niet gezien had, geloofde ze niet echt. Eerlijk gezegd kon ik het zelf ook bijna niet geloven, want zo groot is die vijver nu ook weer niet en de zak lag toch echt duidelijk zichtbaar in een hoekje.

De zak bleek nu slechts water te bevatten, maar de hoop was dat ik het uit de vijver gevist zou hebben in de veronderstelling dat de vis er nog in zou zitten, oftewel dat mijn waarschuwing van de avond ervoor in de wind geslagen zou zijn.
“Ik zag je kijken.”, lachte ze vrolijk, nog niet overtuigd van het feit dat ik het niet had gezien.
Met mijn: “Ja, maar die zak heb ik echt niet gezien.”, verpestte ik haar grapje natuurlijk behoorlijk, maar het was nu eenmaal de waarheid.

“Ik had er zoveel voorpret van.”, vervolgde ze dapper.
“Gelukkig is voorpret het belangrijkst voor vrouwen.”, reageerde ik. Hà, leer mij wat over vrouwen.
Ze moest er wel om lachen, maar op de één of andere manier kreeg ik toch het idee dat er iets mis was met mijn bewering.
Voorpret

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Water voor de hond is gratis

Op de terugreis van vakantie overnachtten wij in Duitsland. We waren mooi op tijd bij ons overnachtingsadres en konden de middag en avond lekker doorbrengen in het oude centrum en de omgeving van het plaatsje Bad Reichenhall. Regende het bij aankomst, alras werd het warmer en vanwege de combinatie met het gewandel door de stad werden wij al snel wat dorstig.

We hadden nog geen zin om een Hefe-Weizen te nemen, die daar lokaal wordt gebrouwen, en hadden al eerder een terrasje gepikt om van een Tasse Kaffee zu genießen.
“Wat zal een glas water kosten?”, vroeg ik me hardop af. Bij het eerste het beste terrasje vroeg ik dat en kreeg als antwoord “Drei Euro.” Het leek ons een beter idee om even een flesje water in een winkeltje te kopen.

Schuin tegenover het terrasje ontwaarden wij ineens een openbaar kraantje met drinkwater. Dat bood een prima alternatief. Precies naast dat kraantje bevond zich een dierenwinkel, die van die RVS hondendrinkbakken voor twee euro in de aanbieding had; toevallig exact dezelfde drinkbak die ik ook bij het terrasje van zojuist had zien staan, waar een Golden Retriever uit stond te slobberen.
Tot verbazing van mijn vrouw liep ik die winkel binnen om zo’n bak aan te schaffen, spoelde het vervolgens goed om bij het kraantje en vulde het met water. Ik liep naar het terrasje en plaatste het ongezien naast de drinkbak die er al stond.

“Was kostet ein Glas Wasser?“, vroeg ik aan een andere bediende die net naar buiten kwam.
“Drei Euro.”, was het korte antwoord dat ik al verwacht had.
“Wie viel kostet dieses Wasser?“, vroeg ik en wees naar de hondendrinkbak.
“Nichts.”, luidde het wat chagrijnige antwoord.

Ik pakte de bak en dronk er een paar flinke slokken uit. De bediende leek met stomheid geslagen, maar zei niets.
Vanaf het terras klonk de stem van een vrouw: “Ieuw…”

We liepen weg en ik moest lachen om mijn eigen grapje.
“Misschien had je beter de rechter bak kunnen pakken, die je zelf hebt gekocht.”, zei mijn vrouw.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ljubavna cestica

Als je in Crikvenica op vakantie bent en van wandelen houdt, dan is er een wandelroute die je toch even moet lopen: Ljubavna cestica, oftewel Love Path. Van deze gelegenheid hebben mijn vrouw en ik vanzelfsprekend gebruik gemaakt.

Vanaf ons appartement mochten we eerst een aardig stukje warmwandelen, alvorens we de route betraden bij ulaz 1, oftewel ingang 1. Daar begint een smal grindpad, dat we volgden tot aan Badanj, een ruïne.
Al snel stond er naast het pad een rood bankje, waar ik even plaats op nam en vervolgens direct weer opstond. Niet veel verder stond wederom een bankje, waar ik het ritueeltje herhaalde. “Ik ga al de bankjes langs de route even proberen.”, liet ik mijn vrouw weten. Ze schudde haar hoofd en reageerde er verder maar niet op; ik hoef waarschijnlijk niet uit te leggen wie de verstandigste bij ons thuis is. Voordat we de ruïne bereikten, waren we al een redelijk aantal bankjes gepasseerd en een aantal mooie vergezichten rijker.

Bij de ruïne namen we goed de tijd, want ik ben nu eenmaal gek op oude stapels stenen die ooit iets hebben voorgesteld. Tegelijkertijd aten en dronken we daar wat, al genietend van het uitzicht. We waren immers al gauw een uur onderweg en het was behoorlijk warm.
20180713_1
We vervolgden de route richting Kavranova sten, waar ons een mooi uitzicht werd beloofd. Niet ver voor ons liepen twee Duitse jongedames vrolijk te keuvelen, terwijl ze lekker doorstapten. Het pad was smal, vol keitjes en lag volop in de zon. Prachtig, maar o wat was dat zweten.
Nog steeds nam ik kort plaats op ieder bankje, totdat het noodlot toesloeg: de twee Duitse dames zaten op het volgende bankje!
“Wat ga je nu doen?”, vroeg mijn vrouw. Ik meende een lichte vorm van leedvermaak te bespeuren.
“Ik loop er nog wel een keer langs.”, antwoordde ik.
“We komen hier niet meer langs.”, zei ze.
“Ik wel, de volgende keer.”
Zij was niet van plan om hier nog een volgende keer te komen, hoe mooi het allemaal ook was.

De laatste meters naar Kavranova sten bleek een behoorlijke klim over rotsen, maar het was meer dan de moeite waard. Een prachtig uitzicht over onder andere Crikvenica, de zee en Krk. We hebben ook hier ruim de tijd genomen en van het uitzicht genoten.
20180713_2
Het laatste deel van de route ging bergafwaards; niet zozeer voor wat betreft de schoonheid van de paden of het aantal bankjes dat ik kon uitproberen, maar met name letterlijk. We verlieten het pad bij ulaz 4 en moesten nog een stief kwartiertje doorlopen voordat we ons appartement bereikten. Al met al waren we vijf uur onderweg geweest.
“Hoe ver hebben we gelopen?”, vroeg mijn vrouw.
“Ik heb geen idee.”, deelde ik haar mede.
“Je hebt je sporthorloge toch om?”, probeerde ze toch maar even.
Helaas, ik had de route niet opgenomen.

Enkele dagen later hadden we ’s morgens niet echt wat op de planning staan. “Ik loop de route nog wel even.”, liet ik mijn vrouw de avond van tevoren weten. Zo gezegd, zo gedaan. Eten en drinken in de rugzak en gaan met die banaan. Laatstgenoemde had mijn vrouw, reuzelief, ook in de rugzak gedaan.

Onderweg appte ik haar met enkele wetenswaardigheden.
1) Ulaz 1 lag op 2,05 kilometer vanaf huis.
2) De ruïne lag op 4,1 kilometer en ik was op dat moment tien bankjes gepasseerd; deze keer ben ik er niet weer op gaan zitten.
3) Het gemiste bankje, waar ik vanzelfsprekend wel een tijdje op ben gaan zitten, lag op 4,81 kilometer en bleek bankje vijftien.
4) Bij het bereiken van het hoogste punt, Kavranova sten, had ik 6,09 kilometer in de benen zitten en ik was tweeëntwintig bankjes gepasseerd. Vanaf dat hoogste punt heb ik nog naar mijn vrouw gezwaaid, die beneden naar een voor mij zichtbaar punt vlakbij huis liep.
5) Ulaz 4, oftewel het einde van de wandelroute lag op 7,65 kilometer en ik was achtentwintig bankjes gepasseerd. Op al die bankjes heb ik nu toch maar mooi even gezeten!
6) Bij terugkomst stond er 10,6 kilometer op de teller en zo kon ik de hamvraag van mijn vrouw beantwoorden. De route zelf bleek slechts 5,6 kilometer lang, maar was wel degelijk een kuitenbijtertje.
20180717_1
Net nadat ik mijn horloge stopte sprak ik de verhuurder, vertelde dat ik de route nogmaals alleen had gelopen en op de route zelf helemaal niemand tegen was gekomen.
Hij vond dat toch wel een beetje link, zo liet hij weten, gezien de wilde dieren je allemaal in het bos tegen zou kunnen komen. Op mijn vraag welke dieren, benoemde hij wilde zwijnen en beren.

Ja, daar had hij toch een punt. In Kroatië komen inderdaad wilde zwijnen, wolven, slangen, zwarte weduwen en beren voor. De kans dat je ze tegenkomt is overigens niet zo groot.
Thuis op de Veluwe zijn we wilde zwijnen wel gewend en zelfs een wolf is niet ondenkbaar, maar stel dat ik oog in oog met een beer was komen te staan! Tijdens de wandeling met mijn vrouw had ik haar die kant op kunnen duwen en bovendien loop ik toch harder dan zij, maar alleen is dat toch wat lastiger. Wat kraakte er eigenlijk achter me in het bos, toen ik op dat donkere paadje liep?
Nu ik het pad tweemaal heb bewandeld, ga ik niet nog een keer om te kijken of er echt wilde dieren zitten. Bovendien wil vrouwlief sowieso niet meer mee. Samen met haar heb ik overigens nog wel twee reetjes, vlak voor ons op het pad zien lopen. Romantischer kan het toch niet? Laten we daar maar tevreden mee zijn.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Die vorm heb ik eerder gezien

We zijn ruim een week in Crikvenica, Kroatië, op vakantie. Het plaatsje ligt aan de Adriatische Zee en kijkt uit op het eiland Krk.

Mooi weer en zee zijn een prima combinatie om met enige regelmaat lekker het water in te plonsen en we hebben daar ondertussen al heel wat gebruik van gemaakt. Mijn normaal gesproken Nederlands-witte romp begon langzaam van kleur te veranderen, maar heeft nu nogal plotseling een rode uitstraling; er is kennelijk iets mis gegaan met het smeerregime. Tja, dan helpt factor vijftig natuurlijk ook niet meer.

De tijd doorbrengend op het strand valt het oog natuurlijk weleens op de medemens. Het heeft weinig moeite gekost om te concluderen dat een opvallend groot deel van die mensen best “nogal wat” mens zijn.
Veel vrouwen zien er uit alsof ze ooit een halve meter langer waren, maar in een onbewaakt moment flink op hun hoofd zijn gedrukt. Het gevolg ervan is dat ze aan alle kanten uitpuilen.
Veel mannen zien er daarentegen uit – en dat is eigenlijk best merkwaardig – alsof ze meerdere maanden zwanger zijn tot zelfs hoogzwanger aan toe. Kleren maken de mens, maar op het strand vraag ik mij dat dan toch wel weer af.

Vandaag zijn we naar Šilo op Krk geweest, waar wij vanaf ons terras op uitkijken. Als vervoer hebben we voor een snelle watertaxi gekozen; niet duur en hartstikke geinig. Na aankomst kozen we ervoor om eerst om de baai te wandelen, tot het eind van een golfbreker. Daar liepen we richting een flinke stapel stenen en ik kon het niet laten om die stapel toch een steentje op te hogen. Het was al met al een wat wankele bedoening, maar ik slaagde in mijn missie.

We bleven, een beetje tegen verwachting in, geruime tijd op het eind van die golfbreker. Daar lag een betonnen aanlegstijgertje, dat prima geschikt bleek om in het water te komen. Daarbij was het een prachtige zwemlocatie, waar verder niemand was. Mijn huid heeft daar overigens het ongewenste rode kleurtje gekregen.

Tegen de tijd dat we terugliepen, keek ik nog één keer naar mijn steentje bovenop de stapel, en ineens viel me iets op.
In mijn blog “Pareidolie” schreef ik al dat ik snel iets zie in bijvoorbeeld een wolk of een steen en vermup, nu had ik het weer. Ik zag een vorm in het steentje dat nogal overeenkwam met de vorm van de medemens die ik voorgaand beschreef, alhoewel het wellicht als mengvorm van beide geslachten gezien zou kunnen worden. Het steentje deed mij tevens sterk denken aan een man die zich een week geleden, toevalig ook op Krk, kennelijk van zijn beste kant wilde laten zien. Hem heb ik toen, net als het steentje nu, toch maar even op de gevoelige plaat vastgelegd.

Met een lichte vorm van tegenzin heb ik het steentje bovenop de stapel laten staan, alhoewel ik het thuis graag naast het steentje zou hebben gezet dat ik vorig jaar in Malcesine heb gevonden en beschreven in het blog “Pareidolie”.
KRK

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Warm afschijt

De tweede nacht van onze vakantie brachten we door in een Bed & Breakfast, welgelegen in Seeboden.

Al bij het eerste woord dat ik bij het ontvangst hoorde, was ik verrast dat het zo Nederlands klonk. Geen wonder, zo bleek, want het was ook Nederlands.
Goed als ik mij altijd op dit soort dingen voorbereid, wist ik natuurlijk niet dat de eigenaren van Nederlandse komaf waren. Ze kwamen bovendien uit de buurt van mijn woonplaats en hadden er zelfs hun middelbare scholen bezocht. De wereld is weer klein.

Hun hond was niet bepaald klein. Toen ik vroeg wat voor merk het was, bleek het een vuilnisbakkie. Ik maar denken dat de toevoeging “kie” een woord kleiner maakt, dus ik vraag me af hoe groot hij als vuilnisbak zou zijn geweest.

Het was een fijne avond en overnachting in Seeboden, zeker ook te danken aan de noeste arbeid die de eigenaren aan hun B&B hadden verricht. Daarbij was het contact gezellig en allerhartelijkst.

Bij het vertrek kregen we nog een warm afschijt, hoogstpersoonlijk verzorgt door het vuilnisbakkie. Alsof Oostenrijk nog niet voldoende bergen heeft, draaide hij er een flinke bij; precies achter onze auto.
Het bazinnetje kon zijn blijk van waardering echter niet appreciëren en verwijderde het met gezwinde spoed, zodat wij weg konden rijden zonder een hobbel te hoeven nemen. “Dat doet hij anders nooit.”, vertrouwde ze ons nog toe.
EenWarmAfschijt

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Bah!

Met name toen de kinderen klein waren, was het wel een „dingetje“. Dingetje is momenteel trouwens zo’n modewoord, maar in tegenstelling tot de meeste modewoorden vind ik deze eigenlijk wel leuk.

Met dat „dingetje“ refereer ik aan poepluiers en in overtreffende trap overgeven, maar laatstgenoemde wil ik het niet eens over hebben. Ja, ik was zo’n vader die zijn hoofd omdraaide, diep ademhaalde en met de adem ingehouden een poepluier verschoonde. Soms vouwde ik een zakdoek om mijn mond, in een driehoek, zoals cowboys altijd deden; best effectief. Het aantal keren dat ik al doende liep te kokhalzen is echt niet op één hand te tellen. Mijn vrouw vond het nogal kinderachtig en liet dat dan ook subtiel weten.

Grappig is dat zij niet tegen snot kan en alles wat daar mee samenhangt. Zo’n lekkere dikke groene drel onder een kinderneusje stimuleert haar kokhalsreflexen, terwijl dat mij nou juist weinig tot niets doet. Natuurlijk kwalificeer ik het ook niet als lekker, maar dat deed zij ook niet met een volle luier.

Wij zaten op onze eerste vakantiedag lekker van ons eten te genieten, in een restaurantje in het pittoreske plaatsje Rothenburg ob der Tauber. Niet ver van ons zat een Japans stelletje gezellig te eten. De volgorde van hun menu kwam wat eigenaardig op mij over, maar verder wist ik er niets op aan te merken. Ineens pakte de man zijn zakdoek en snoot; dat kan de beste gebeuren. Daar bleef het echter niet bij; hij begon herhaaldelijk zijn neus op te halen en dat deed hij niet bepaald stilletjes.
Ik begon al zachtjes te gniffelen, voordat vrouwlief het geluid dat ver in haar irritatiezone zit echt op begon te vallen.
„Gadverdamme, moet je die Chinees horen.“, zei ze verontwaardigd.
„Japanner“, antwoordde ik.
„De smeerpijp, bah!“, vervolgde ze geïrriteerd.

Nu had ik kunnen zeggen dat ze niet zo kinderachtig moest doen, als wraak voor haar commentaar bij het luierwisselen, maar ze had eigenlijk wel een punt. Een wel opgevoed westers persoon zou dit niet doen, maar wellicht is het in Japan heel normaal om iedere aanwezige mee te laten genieten van de inhoud van neus en bijholten. Ik heb geen idee eigenlijk. Boeren deed hij in ieder geval niet, want dat doen ze toch ook ergens in Azië? Of zal het eten hem niet gesmaakt hebben en liet hij dat op deze manier weten?

Ik kon me er verder niet druk om maken. De borden aan onze tafel kwamen ondanks de minder smakelijke bijgeluiden toch met smaak leeg, evenals de bescheiden glaasjes Weissbier. Rustig beginnen zo’n vakantie hè, we waren immers nog niet op de helft van de heenreis.
Bah

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen