Gevallen

Hoe vaak kan je normaal gesproken vallen tijdens het afleggen van een afstand van slechts 1,68 kilometer, waarvoor je op een haar na een uur nodig had, en een route die uiteindelijk ook nog eens kris kras bleek te zijn afgelegd? Nou best vaak, zo ontdekte ik vandaag. Ik viel naar links, ik viel naar rechts, ik viel achterover en ik viel voorover op mijn knieën. De meeste keren die ik viel zou je gerust een snoekduik mogen noemen.
Nu lijkt het net alsof ik “maar” vier keer viel, maar er zijn kanten waar ik meermaals heen viel. Het kostte mij daarbij ook nog eens steeds meer moeite om fatsoenlijk overeind te komen en verder te gaan. Na dat uur was ik moe, maar voldaan en vrolijk.

Nee, ik had geen druppel alcohol gedronken. Geschaatst had ik evenmin, alhoewel dat wel meer in de richting komt als je bereid bent om het ruim te zien. Het ging om een activiteit die ik voor het eerst in mijn leven uitvoerde, en je weet: De eerste keer doet altijd zeer. Dat klopte ook in dit geval wel een beetje, lettend op mijn linker knie en rechter elleboog, maar zeer is toch wel ruim overtrokken. Gevoelig is een betere woordkeuze.

Na flinke wandelingen waarbij de nodige hoogtemeters werden overbrugt, zwemmen, kanoën en hardlopen vonden wij – mijn vrouw en ik – het vandaag tijd voor iets anders. We hadden ons oog laten vallen op suppen en vanmiddag togen we naar een verhuurder van die dingen. We werden direct herkent, omdat we gisteren al even navraag hadden gedaan, en het was meteen gezellig met de jongelui die de sups verhuurden. Even wat formaliteiten, en op naar de sups.
Wow, wat zijn die dingen eigenlijk groot als je er naast staat en zo’n ding staat recht tegen de muur. Het gewicht bleek erg mee te vallen, zeker omdat de jongeman erop stond ze voor ons naar het water te dragen, slechts enkele meters verderop. Na een korte uitleg, heel veel viel er eigenlijk niet te vertellen, was het een kwestie van proberen.

Op dat ding gaan zitten en het meer opvaren viel reuze mee; het zou ook wel heel triest zijn geweest als dat niet het geval was. Op de knieën gaan zitten en verder peddelen stelde ook niet heel veel voor, maar was toch al wat wiebeliger. Op de heenweg viel het ons al op dat de wind net wat steviger was dan voorgaande dagen en daardoor waren ook de golfjes wat hoger. Van de wind af peddelen bleek dan ook een stuk makkelijker dan ertegenin, maar beide kanten op ging het beslist wel aardig.

Het werd de hoogste tijd om te staan. Alhoewel ik, zoals ik hiervoor al vertelde, niet gedronken had, leek het vanaf de kant ongetwijfeld wel zo. Het ziet er o zo makkelijk uit, maar stil blijven staan op die plank bleek toch andere koek. Nu ben ik überhaupt geen held als het op evenwichtskunst aan komt, en dat bleek nu ook al weer snel; de eerste snoekduik was een feit. Bij het beklimmen van de plank zat mijn zwemvest tot aan mijn neus, maar ik zat toch al snel uit te druipen boven het wateroppervlak. In de verte stond ondertussen mijn vrouw, al was het gelukkig ook wat wiebelig, rechtop op de sup.

Na enkele keren verkoeling in het water gezocht te hebben lukte het mij toch om wat stabieler te blijven staan, en zo supte ik met de stroom mee richting mijn nog steeds of wederom staande vrouw. Ongetwijfeld had ik een tevreden, wellicht zelfs een wat trotse, blik op mijn gezicht toen ik haar naderde. Ze keek, ik zei dat ik het onder de knie begon te krijgen, en de sup schoot voorwaarts onder mij vandaan, waardoor ik plat op mijn rug te water raakte. Water in de neus natuurlijk, proesten, en weer die plank op zien te klimmen. Het zag er allemaal niet even elegant uit vertrouwde ze mij toe; het deed mij dan ook goed dat ook zij in het water belandde.

Na een uur verlieten wij de voor een beginnend supper toch wat woeste baren, een leuke ervaring rijker en het vaste voornemen om dit zeker vaker te doen. Jammer dat de vakantie ten einde begint te lopen, alhoewel we wel dankbaar zijn dat wij probleemloos op vakantie konden, zeker de nu wat minder florissante berichten in de kranten lezend.
Gelukkig is Bussloo niet ver van Apeldoorn vandaan, dus daar kunnen we nog wel eens voorzichtig een poging wagen, vooralsnog hopende dat er geen bekende in de buurt is.

Mijn sup-route van 1,68 km
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Tornado

De weersvoorspellingen waren voor dinsdag 13 juli 2021 niet heel fantastisch voor Malcesine, of eigenlijk bij het hele Gardameer: 100% kans op regen.
Toen we ’s morgens nog even de weersvoorspellingen bekeken leek het die morgen in ieder geval droog te blijven. We besloten Garda met een bezoekje te vereren, alwaar indien nodig ook nog enige mogelijkheid tot naar binnen vluchten zou zijn als de regen onverhoopt los zou barsten.

Alhoewel het zonnetje grotendeels achter een licht wolkendek schuil ging, was het heerlijk weer en ruim dertig graden. We liepen het plaatsje lekker rond, aten een coupe ijs bij het haventje, flaneerden langs de boulevard en genoten van het heerlijke weer en het mooie uitzicht.
Rond half twee reden we terug naar Malcesine, waarbij ik de opmerking maakte dat ik eraan dacht om die middag nog even te gaan zwemmen.

We aten wat op ons balkon en zagen in de verte de lucht donker kleuren, hetgeen langzaam onze kant op trok. ‘Er komt nog wel wat.’, merkte ik geheel overbodig op. Even later begon het zachtjes te spetteren, maar we zaten nog heerlijk op het balkon en die spettertjes deerden ons niet. Niet veel later begon het toch wat harder te spetteren, we verhuisden de spullen van tafel naar binnen, maar bleven buiten zitten. Het duurde echter niet lang tot het spetteren in regen overging, dus we gingen ons appartement binnen.

Vanachter het glas was het een mooi schouwspel van een gitzwarte lucht, bliksem, gedonder en een wazig gordijn over het meer dat steeds meer onze kant op trok. De regen ging over in een stortregen, maar – het klinkt wellicht wat gek – we genoten nog steeds van die aanblik.
Dat genieten sloeg plotsklaps om in een mate van paniek toen ineens de dubbele klapdeur, die we toch goed dicht hadden gedaan, aan de bovenzijde los knapte en het water naar binnen sloeg. We wisten niet hoe gauw we tegen de deur moesten duwen, en deden dat letterlijk uit alle macht. De lol was er volkomen af, met een ongelooflijke stortregen, keiharde windstoten en een zicht naar buiten of we een aquarium in keken.

Gelukkig kwam mijn vrouw op het lumineuze idee om het rolluik te laten zakken, hetgeen een slok op een borrel scheelde. Zelfs mét gesloten rolluik moesten we nog steeds weerstand bieden tegen de deur die nog onverwijld naar binnen trachtte komen. Tot overmaat van ramp viel ook nog de stroom uit, en stonden wij in het pikkendonker tegen die deur te duwen.

Na voor ons gevoel een eeuwigheid werd de druk op de deur minder en konden we door het keukenraam, aan de zijkant van het huis, kijken hoe hard het op dat moment nog steeds waaide en regende. Het leek een gordijn van horizontale regen. De bomen en struiken boden hevig weerstand tegen de weerselementen, evenals de bebouwing om ons heen. Deels was de weerstand tevergeefs, zo zagen wij.
Vanuit het keukenraam keken we neer op onze auto, maar die zag er nog goed uit. Toen er hagelsteentjes begonnen te vallen, die al hard genoeg klonken met deze keiharde wind, gingen de beelden van hagelstenen als kippeneieren al door onze gedachten. Gelukkig werd dat schrikbeeld niet bewaarheid, en ging het buiten langzaam over naar een flinke hoosbui, afnemend naar een licht buitje.

De overige mensen in “ons huis” hadden we nog niet of nauwelijks gesproken, maar nu ineens spraken we elkaar allemaal. Ieder appartement had het flink te verduren gehad, en eenieder had zich toch minimaal enigermate benauwd gemaakt over de mogelijke afloop. We waren ook allemaal flink hyper en lachten er wat af met z’n allen; het zullen de zenuwen zijn geweest.

Alhoewel de eigenaresse in eerste instantie nog beweerde dat dit normaal was in deze contreien, kwam ze even later op haar woorden terug. ‘Es war ein Tornado.’, zei ze, en we hadden geen doorslaggevende reden om haar woorden in twijfel te trekken, alhoewel het later een supercell geweest bleek te zijn.
Het was wel duidelijk dat het gebeuren ook flinke indruk op haar had gemaakt, zeker toen ze de schade in de tuin zag, slechts enkele losse dakpannen had ontdekt, plus een negentig graden geknakte antenne op het dak zag. Wi-Fi hadden we niet meer, de ontvanger zat in de antenne en er bleek ook iets met de centrale zender in het stadje. We merkten hoe makkelijk het toch kan zijn om snel even wat na te kijken op Internet, zeker de weersvoorspelling, en in hoeverre we daaraan gewend zijn. Zelf mobiel Internet is er slechts sporadisch terwijl ik dit relaas tik, een avond later.

Het was al jaren niet meer zo tekeer gegaan bij het Gardameer; de schade in de omgeving was aanzienlijk. Takken afgeknapt, bomen ontworteld, stukken strand weggeslagen, dakpannen van de huizen, maar voor zover ons nu bekend geen persoonlijk letsel. Maar ja, om dat zeker te weten zou Internet best wel handig kunnen zijn.

Bij de wandelingen van diezelfde dag en de volgende dag(en) door het stadje, langs het meer en door de bergen was duidelijk zichtbaar dat het weer flink had huisgehouden; de sporen waren overal zichtbaar.

Zo zijn wij een avontuur rijker, maar één keer vonden wij echt meer dan voldoende.

Naschrift.
Nu ik dit blog plaats hebben we net weer Internet en zijn – tot onze schrik – op de hoogte van de verschrikkelijke overstromingen en de gevolgen ervan die zich in Limburg, België en Duitsland afspelen.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Boter

‘Boter.’, hoorde ik een vrouwenstem kortaf, maar niet onvriendelijk, in de winkel zeggen. ‘Booooter.’, herhaalde ze nog eens langzaam en lang uitgerekt. Ik keek om en zag dat de winkelmedewerker haar niet begrijpend aan stond te kijken.
‘Boooter. Niet voor brood, maar voor bakken. Vlees!’, zei ze nu tergend langzaam en zeer duidelijk articulerend, daarbij het woord “niet” nog extra kracht bijzettend door haar vinger heen en weer te bewegen, en het woord “brood” door het maken van een smeergebaar over haar hand . Het hielp allemaal niets, ze had het net zo goed in – doe eens een gooi – het Chinees kunnen zeggen.

Het valt niet mee om een winkelbediende in Malcesine te zijn, een pittoresk stadje bij het Gardameer in Italië. Zeker niet als klanten verwachten dat je ze wel verstaat als ze uiterst langzaam en sterk articulerend tegen je gaan praten. Na veel handen en voetenwerk kreeg de winkelmedewerker door dat ze het over boter had.
Bij de kuipjes maakte ze wederom met haar heen en weer zwaaiende vinger een afwijzend gebaar, hetgeen ook wel terecht was omdat er met grote letters margarine op stond. Ze kwamen in ieder geval in de richting. Hij ging door naar de verpakkingen in blokvorm, met zo’n papiertje eromheen. Die had de vrouw zonder twijfel zelf ook al wel gezien, maar welke boter is nu de bakboter hè? Ze pakte het pakje toch maar aan en bedankte de man, vanzelfsprekend in het Nederlands.

Toen we bij de kassa stonden hoorde ik een meisje zeggen: ‘Mama, wil jij vragen wat deze kosten?’ Ze had zo’n lange foam zwemstaaf te pakken. De neiging om het meisje af te raden om haar moeder navraag te laten doen wist ik te onderdrukken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De wisseltruc

Op onze eerste vakantiedag zijn wij na het passeren van de nodige Straβenbauarbeiten, de Umleitungen van de laatste kilometers wil ik het niet over hebben, aangekomen in Windelsbach. Een prima plaatsje om te overnachten, maar voor de rest valt er niets te beleven.
Rothenburg ob der Tauber ligt er echter een kilometer of zeven vandaan, en dat nog steeds middeleeuws ogende stadje is de moeite van het bezoeken meer dan waard.

Wat ook de moeite waard is op zo’n eerste vakantiedag, is een terrasje pikken en een lekkere Weizen soldaat maken. Die gelegenheid hebben wij dan ook zeker niet aan ons voorbij laten gaan. Een biertje maakt op z’n beurt hongerig, dus een lekkere schnitzel was snel besteld.
Na een paar uurtjes genieten op het terrasje werd het tijd om het stadje nog even te verkennen. Eerst even plassen, het bier verdampte ondanks het lekkere weer niet vanzelf, en afrekenen maar.

De rekening bleek net iets boven de vijftig euro te bedragen. ’Maak er maar vijfenvijftig euro van.’, zei mijn vrouw uiterst vriendelijk, en dat ook nog keurig in het Duits. Ondertussen legde ze een briefje van vijftig op tafel.
Het meisje dat naast onze tafel stond keek uiterst verbaasd, maar het was duidelijk dat ze er nog niet geheel de vinger achter kreeg wat er niet in de haak was. Ondertussen kon ik mijn lachen al niet meer houden, enerzijds vanwege de vergissing van mijn vrouw, anderzijds en bovenal vanwege de blik van het meisje. ‘Dat is nog eens een goede truc hè!’, zei ik tegen haar, overigens ook in mijn beste Duits. Ze begon nu te lachen, wellicht mede omdat er ondertussen ook al een briefje van vijf bij het reeds op tafel liggende briefje lag.

Dit zijn van die voorvalletjes waar ik nog lang lol om kan hebben. We schoten bij het bewonderen van het stadje dan ook nog regelmatig in de lach. Hé, lol hebben in de vakantie mag hè!

Rothenburg ob der Tauber – Das Plönlein
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

In bar

Ach, het is alweer een hele tijd geleden dat onze zoon twee weken met kennissen naar het Gardameer ging. Wij kwamen twee weken later in een plaatsje bij hun in de buurt, onze eerste keer bij het Gardameer. We hadden afgesproken dat zij nog een weekje een appartementje zouden nemen bij dezelfde eigenaar, en zo werden wij voor een week buren.
Hun appartement was kleiner dan de onze, dus onze zoon en hun zoon trokken gezellig bij ons in. Dat was ook wel handig, daar zij de laatste twee weken bij ons zouden blijven. Zo hadden deze jonge tieners vijf weken vakantie.

Het werd een bijzonder leuke en gezellige week, waarin we veel gelachen hebben. Als je mij nu specifiek vraagt waarom, dan kan ik niet meer aanhalen dan dat onze kennis door de tuinstoel zakte, gelukkig hun “eigen” exemplaar, en de eigenaar hem te verstaan gaf dat hij best een volgende keer mocht terugkomen, mits hij af zou vallen. Maar het meest bijgebleven is een voorvalletje op de eerste dag. Niet alleen bij mij trouwens.

Afgelopen zaterdag waren deze kennissen bij ons op visite en kwam dit ineens weer ter sprake. Zo lang geleden, dus eigenlijk een oude koe uit de sloot, maar we hadden de tranen wederom in de ogen staan. Nou ja, niet allemaal.

Bij aankomst bij ons appartement bleek dat onze kennissen al waren gearriveerd. Ze wezen waar de auto geparkeerd kon worden en ondertussen kwam de eigenaar tevoorschijn. Gianni bleek een flamboyante Italiaan, overigens niet altijd qua kleding. Hij droeg een shirt zonder mouwen en een korte broek van de stof waar ook een joggingbroek van wordt gemaakt. Zijn jongeheer was hierin duidelijk zichtbaar en wees ongeveer tien minuten na het hele uur. Pas aan het eind van ons verblijf kwamen wij erachter dat hij politieman was en er in zijn uniform picobello uitzag.
Gianni bleek trouwens een geweldige kerel. Alleen als je wilde vertrekken, moest je even zorgen dat je hem wist te vermijden; als je aan de praat raakte, dan kwam je niet meer weg.

Toen wij de boel uit hadden gepakt en met z’n allen aan een drankje zaten, kwam hij nog even wat zaken doorspreken. Na een uitleg over van alles en nog wat, vroeg iemand – ik kan nu niet vertellen dat het mijn vrouw was – hoe we moesten betalen. Gianni kletste Italiaans, Engels en Duits door elkaar, maar wist toch goed de boel duidelijk te maken. Nu zei hij: ‘Zahlen in bar.’

De vraagstelster keek hem met grote ogen aan. ‘In de bar? Welke bar dan?’, vroeg ze ons.
Wij schoten allen tegelijk in een stuip, terwijl zij nog steeds niet begrijpend voor zich uit keek. Zo lief, en ter verdediging wil ik nog graag stellen dat ze bijzonder goed Engels en Duits spreekt Gezien zijn talenmix drong het gewoon niet direct tot haar door.
Tja, veel van die Italianen hebben natuurlijk een schaduwboekhouding, maar je hoeft toch niet speciaal naar een louche bar om te betalen. Het duurde overigens wel even voordat we het cash-bedrag gepind hadden.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Even geen bami

Er bestond een generatie die naar een Chinees restaurant ging om een “possi nasi” of een “possie bami” af te halen, en wat schaapachtig keek bij de vraag of dit alles was. Pas later kwamen ze erachter dat nasi en bami bijgerechten waren, zoals ook witte rijst.
Uit een dergelijk gezin stam ik, een gezin waar de eerste uitbreiding op een portie nasi of bami het witte bekertje met stokjes saté was; nasi speciaal met een spiegeleitje. Gerechten als babi pangang en foe yong hai vormden ruimschoots later een volgende stap, laat staan rijsttafels.

Ook nu bestaan er nog mensen die gewoon kunnen genieten van een simpel bordje nasi, bami of mihoen (da’s alweer wat nieuwer). Eigenlijk behoor ik daar ook wel toe, alhoewel wij dat al lange tijd niet meer los hebben besteld. Blijft er echter wat over, dan eet ik het de volgende dag(en) met smaak op.

Gisteravond sprak ik een dame die enkele uren ervoor haar diner vol goede moed was begonnen met een bordje bami. Vind ze lekker; zij stamt ook nog net uit de “alleen maar possie bami” generatie en bezondigd zich daar zo af en toe nog aan.
De bodem van haar bordje was al zichtbaar, ze had haar buikje bijna rond, maar die laatste hapjes zouden er nog wel bij passen. Ze nam één van haar laatste happen en voelde ineens iets zachts in haar mond; zeg maar iets drellerigs. Ze moest even met haar tong zoeken waar het precies zat, haalde het met haar vingers weer naar buiten en bekeek een stevige, gelig slijmerige sliert, die ze tussen haar vingers kon rollen en uit elkaar kon trekken.

‘Hoe smaakte het?’, vroeg ik belangstellend.
Hoe het smaakte kon ze mij niet vertellen, maar eigenlijk wilde ze het er niet meer over hebben. Ze werd wederom lichtelijk onpasselijk, alleen al bij de gedachte.
‘Was het een made?’, vroeg ik.
Ze hoopte van niet.
‘Was de kok erg verkouden.’, probeerde ik een plausibele verklaring te vinden. Ja, in deze tijd weet je maar niet hè, maar gelukkig heeft ze al een vaccinatie gehad.
 ‘Smeerzak.’
‘Vies hè.’, hielp ik haar, enig medeleven tonend.
‘Bah, goor.’
‘Ik word al misselijk als ik het er over heb.’, loog ik.
‘Gadverdarrie, houd op.’
‘Eet je binnenkort weer bami?’
‘Ik hoef nooit meer bami.’
‘Je vond het toch lekker?’
‘Ja, vond….’

Met het tevreden gevoel dat zij haar hart had kunnen luchten beëindigden wij ons gesprek; bovendien was ze niet zo heel erg spraakzaam meer.
Misschien eerdaags maar weer eens iets lekkers met nasi eten, dat is lang geleden.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Comirnaty of illuminati

Als je de COVID-19_5G app download en de code 26-575-18-19-8-10sfcatb invoert, dan kan je mij daarmee vanaf gisteren beïnvloeden. Dat is toch bijzonder geinig hè; de techniek staat voor niets. Als bijkomend voordeel zie ik dat ik me niet zo schuldig meer hoef te voelen als ik iets verkeerd doe, dan kan ik vanaf nu de schuld geven aan de hogere machten die de controle over mij hebben overgenomen.
Tot zover de wappie-theorie, waarbij ik nog wel zo toeschietelijk wil zijn om toe te geven dat Comirnaty toch een beetje klinkt als illuminati.

Na voor mijn gevoel lang wachten was ik gisteren eindelijk aan de beurt en heb Comirnaty toegediend gekregen, het mRNA-vaccin van BioNTech/Pfizer. Op mijn gemakkie – nou ja, ik trapte eigenlijk vol ongeduld flink door – zwoegde ik tegen een stevige wind in naar de priklocatie, een kleine tweeëneenhalve kilometer vanaf mijn huis. Veel te vroeg reed ik het terrein op en vroeg een verkeersregelaar waar ik mijn fiets het best neer zou kunnen zetten. Hij gaf me als tip om de fiets bij de uitgang te zetten, die zich aan de andere kant van het gebouw bevond dan de ingang. Na nog even een babbeltje, want het was uitgestorven op het terrein, en een vriendelijk bedankje fietste ik naar het aangewezen fietsenrek. Daar trof ik een tweede verkeersregelaar aan. Hij stond te genieten van het lekkere zonnetje dat net voor mijn vertrek van huis, na een bui, door was gebroken.

Rustig wandelde ik om het gebouw heen, deed mijn mondkapje voor en betrad het gebouw waar ik uiterst gastvrij door een dame werd ontvangen, ware het alsof ik een restaurant betrad. Ze vroeg of ik een ingevulde gezondheidsverklaring bij me had én of ik alles met nee had kunnen beantwoorden. Toen ik bevestigend had geantwoord werd ik doorverwezen naar een hokje waar ik Hans aantrof, een aardige man die ook wel van een praatje bleek te houden. Na het één en ander gecontroleerd te hebben kreeg ik mijn eerste vaccinatiebewijs en werd doorverwezen naar het echte werk. Hiertoe mocht ik een gangetje volgen dat achter Hans langs liep.
“Kijk, we wachten je met z’n drieën op, je begrijpt natuurlijk wel dat dit wat extra kost.”, kreeg ik vrolijk van een dame te horen. ‘Leg uw portemonnee daar maar op tafel.’, zei een tweede dame.
‘Dat wil ik met alle liefde doen, maar alleen mijn rijbewijs zit erin.’, verklaarde ik. Met die informatie mocht ik toch doorlopen, mijn jas en trui uitdoen en plaatsnemen. Het prikje was letterlijk gezet voordat ik het in de gaten had; maar goed dat ik niet betaald heb, want als je er niets van voelt….

Zo werd ik doorverwezen naar een ruimte waar zo’n honderd stoelen stonden, waarvan slechts een handvol bezet was. Een stoel werd aangewezen en mijn mondkapje mocht af zodat ik beter in de gaten gehouden kon worden mocht ik mij niet senang voelen. Na een kwartier kon ik de zaal op eigen initiatief verlaten, mits ik me goed voelde, zo kreeg ik geïnstrueerd.
Druppelsgewijs vertrok en kwam de één na de ander, waarbij me opviel dat ik ruim de oudste was. Eén van de jongelui was in opleiding bij de politie, waarom de anderen nu al aan de beurt waren weet ik niet. Ik was gewoon aan de beurt omdat ik zo enorm oud ben, zo voelde het een beetje, maar dat is in ieder geval beter dan tot een medische risicogroep te behoren.

Dat het goed was dat het mondkapje af mocht bewees de jongedame naast me, die er al voor mij zat. ‘Voel je je nog goed?’, vroeg de man die ons in de gaten hield vriendelijk en zorgzaam. Ze voelde zich vreemd en warm vertelde ze, en trok haar jas uit. Mijn enige zorg was dat ze zich maar niet misselijk voelde, want als het dan misgaat dan doe ik al snel vrolijk mee. Tot aan mijn vertrek ging het gelukkig goed, ze zag er al beter uit en was spraakzamer. Na het afgesproken kwartiertje constateerde ik buiten dat het zonnetje nog steeds lekker scheen.

De verkeersregelaar begroette mij vrolijk en ik wenste hem toe dat het weer die dag zo zou blijven als op dat moment. Toen ik op mijn fiets sprong en koers richting de straat zette, sprong hij tot mijn verbazing midden op de rijbaan, wees met gestrekte arm richting een naderende auto die vaart minderde. Ineens realiseerde ik me, toen ik al rechtsaf sloeg, dat hij mij in de gelegenheid wilde stellen om veilig over te steken. Door zijn vriendelijke gebaar voelde ik me bijna wat lullig, maar om nou speciaal hiervoor de verkeerde kant op te fietsen vond ik wat overdreven. Met mijn hand omhoog gestoken riep ik hem nog een dankwoord toe en trapte tevreden naar huis, waar ik de deur binnen stapte toen de eerste regendruppels alweer begonnen te vallen.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Een ieder krijgt wat ‘m toekomt, nietwaar?

Het was Hemelvaartsdag. Wij zaten na een lange, prachtige ochtendwandeling door het duingebied ten noorden van Egmond aan Zee heerlijk in het zonnetje in de tuin bij ons vakantieverblijf.
‘Het is zeker bijna drie uur?’, zei ik na verloop van tijd tegen mijn vrouw.
‘Hoezo?’, vroeg ze.
‘Ik denk dat ze zijn aangekomen.’
De lucht begon te betrekken en het zojuist nog volop schijnende zonnetje verschool zich ineens achter de wolken. Het werd zelfs dusdanig fris dat er wel even een vestje over het shirt met korte mouwen aangetrokken mocht worden; een lange broek was nog net niet nodig.

Een dag eerder ontvingen wij van een bekend stel een berichtje dat zij de volgende nacht een hotelkamer in dezelfde badplaats hadden geboekt. Ze waren eigenlijk van plan om richting Limburg te gaan, maar daar was slecht weer voorspeld. Het lijkt er bijna op dat zij mindere weersomstandigheden aantrekken, want het zou niet de eerste keer zijn geweest dat het weer tijdens hun korte vakantie niet zo florissant zou zijn. Wij hebben tot op heden redelijk vaak geluk gehad met het weer, schrijf ik nu al afkloppend op eikenhout, zo ook dit weekje uit; dit in tegenstelling tot de afgegeven weersvoorspelling. Het lenteweer dat je normaal gesproken zou kunnen hebben was er niet, maar een hele week op het strand liggen is niets voor mij en mijn hoofd had bovendien toch alweer een kleur die richting de rijpe tomaat neigde. Van ons lekkere weer wilden zij wel een graantje meepikken, en daarnaast konden wij dan gezellig samen een leuke avond doorbrengen.

Maar goed, om even op de eerste alinea terug te komen, ze zouden rond de klok van drie in Egmond aan Zee arriveren en dat was dus direct merkbaar aan de zichzelf verstoppende zonneschijn.
Rond een uur of vier liepen wij hun kant op, knabbels en drank in de rugzak, en gezamenlijk togen wij naar het strand. De bewolking werd dunner en verdween niet veel later zelfs, dus het was bijzonder goed toeven. Die verdienste schreef ik dan maar weer aan onszelf toe.

Blikjes op het strand, maar later keurig opgeruimd

Toen we de drank al enigszins begonnen te voelen en de magen begonnen te knorren besloten we een hapje te gaan eten. Daar de terrasjes om zes uur alweer gesloten waren werd het de cafetaria, maar daar hadden wij geen enkel bezwaar tegen.
Na het bewonderen van hun op zich mooie hotelkamer, die tegen hun verwachtingen in niet op zee bleek uit te kijken, zelfs geen glimpje, maar op de doorgaande straat én een koelkastje dat te klein bleek voor een fles rosé, maar gelukkig niet voor enkele blikjes bier, liepen we weer naar het strand om de zonsondergang te gaan bewonderen. Heerlijk langs het strand kuieren, gezellig kletsen en onderwijl constateren dat de zon alsmaar dichter bij de zee kwam.

De zonsondergang was zeker fraai, maar vanwege de wat verder op zee laag hangende bewolking zagen we de son niet in de see sakken maar net erboven achter een wolkenband duiken. Ik liet daarom maar wat foto’s van de voorgaande dagen zien, om een beeld te schetsen hoe het ook had kunnen zijn.

Zonsondergang Egmond aan Zee

Langzaam liepen we terug, waarbij het plotseling in me opkwam dat ik wel wat in het zand kon tekenen: een romantisch hartje met de voorletters van mijn vrouw en mij.
‘Wat lief.’, zei mijn vrouw en beloonde mijn spontane actie met een zoentje.
‘Ik ben een beetje jaloers.’, hoorde ik achter mijn rug en zag nog net de andere dame uit ons gezelschap door het hartje sloffen. Vanzelfsprekend was ik diep geschokt, maar ik kon mijn tranen verbijten. Oké, dit is wel wat lichtelijk overdreven en enigszins bezijden de waarheid. Maar, lief vond ik het niet.

De volgende dag zouden ze vertrekken, maar toen wij een fietstocht maakten door het zuidelijk duingebied, ontvingen wij een berichtje dat zij vanwege het lekkere weer nog gauw fietsen hadden gehuurd en het noordelijk duingebied in waren getrokken.
Enige tijd later ontvingen wij een foto waarop de vrouw op de grond zat, vergezeld van de tekst: ‘Gevallen, voet verstuikt.’
Wat bleek? Bij het afstappen was ze in een kuil in de berm gestapt, waarbij haar enkel dubbel was geklapt. Pijnlijk, vervelend, maar hoogstwaarschijnlijk haar straf voor het sloffen door het hartje. Tja, zo gaat dat hè!
‘Balen zeg. Klote Duitsers ook met hun kuilen.’, reageerde ik maar.

Herken je de schoenen, broek en het jasje op beide foto’s?

Met een half uurtje verschil kwamen we weer in Egmond aan Zee terug en konden nog even lekker met z’n vieren een terrasje pakken, ook al was het aan twee tafeltjes. Zo hadden wij een gezellig intermezzo van onze vakantieweek en waren zij voorzien van lekker weer in plaats van een regenachtig Zuid-Limburg.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Moederdag aan zee

Het is vandaag moederdag. Mijn moeder hebben we van de week al bezocht en een vervroegd moederdagpresentje bezorgt. Om onze kinderen een welverdiend dagje rust te bezorgen ben ik vandaag met hun moeder op stap gegaan. Het hoogtepunt zou een wandeling van Egmond aan Zee naar Bergen aan Zee en vise versa worden.

Buienradar beloofde voor vandaag rondom Egmond aan Zee hoofdzakelijk droog weer en zonneschijn, af een toe een buitje én een gevoelstemperatuur van een graatje of twintig. Nou, dat zijn wij de laatste tijd niet gewend geweest! Vol goede moed had ik dus mijn korte broek aangeschoten plus een poloshirt om het geheel af te maken.

De wandeling richting Bergen aan Zee liepen we over het strand. Al snel kon ik constateren dat er slechts een enkeling net zo luchtig gekleed was als ik; het merendeel droeg een lange broek en had zelfs een jas aan. Tot mijn opluchting liep ik niet te blauwbekken, waarvoor ik aanvankelijk toch even vreesde toen ik mensen zag lopen alsof elk moment een sneeuwbui kon vallen. Het bleek gelukkig bijzonder aangenaam en voor het eerst sinds weken zat er niet zo’n stiekeme koude stroming in de wind.
Al naar gelang wij Bergen aan Zee naderden brak het zonnetje meer en meer door, totdat het boven zee steeds heviger begon te rommelen en er samengepakte dreigende wolken richting het strand dreven. Wat grote spetters begonnen te vallen, mijn vrouw trok haar jas aan en trok de capuchon over haar hoofd. Stiekem begon ik te overwegen om mijn paraplu uit mijn rugzak te plukken, maar het spetteren werd al snel minder en de zon brak weer door.


Bij het keerpunt van onze wandeltocht zochten we een terrasje op, waar – doemdenker als ik kan zijn – tot mijn verwondering een tafeltje vrij was, zodat wij alras van een lekker kopje koffie en een welverdiend appelgebakje mét slagroom konden genieten.

De weg terug besloten wij door het duingebied te lopen. Het eerste stuk liep over een fietspad, maar wat verderop sloegen we een zandpad in. Vonden wij, als bewoners van de Veluwe, de tocht over het strand al prachtig, door dit duingebied was het werkelijk waar fantastisch. De verscheidenheid aan begroeiing, de hoge duinen waar we tussendoor en overheen liepen, de vele vogels, konijnen en insecten. Zelfs het pimpelpaarse poepvlindertje zagen we enkele malen. Hoe het echt heet weet ik niet, maar het was een heel klein opvallend gekleurd vlindertje dat veelal zat op….je raad het al hè?
De temperatuur liep flink op en ik was oprecht blij met mijn kledingkeuze.

Grote grazers hadden wij nog niet gezien zo constateerden we, waarna wij al snel op onze wenken werden bediend. Een kudde paarden en Schotse hooglanders bij een vennetje; wat een prachtig gezicht!
Wij besloten bij dit vennetje neer te strijken om een pistolet te nuttigen; het is immers moederdag. Toen we ons broodje achter de kiezen hadden zag ik dat een deel van de kudde paarden langzaam onze kant op kwam. Nu heb ik nogal respect voor paarden, dus ik stelde voor om verder te lopen.


‘Sjonge, wat is het hier warm.’, zei ik geheel overbodig, want mijn vrouw had deze conclusie ook al getrokken. Slechts enkele minuten later hoorden wij een zwaar gerommel en trokken er donkere wolken over ons heen. Het was een mooi gezicht en het onweer was imposant zo tussen de duinen, maar de regen die begon te vallen hoefde voor ons nou niet direct. Het pad dat wij volgden liep een stuk bos in dat er moerasachtig uit zag, maar het voelde beter dan in de open vlakte. Daar stonden we onder onze paraplu’s in de stromende regen. Koud was het gelukkig niet en ik kreeg het al snel warmer toen ik een Schotse hooglander stier, dat zag ik aan zijn doedelzak, met zijn enorme horens net het pad zag kiezen dat wij net hadden gevolgd. Ook hij vond het blijkbaar een prima plekje om te schuilen. Net als bij de naderende kudde paarden stelde ik maar voor om verder te lopen, want ook voor deze grote jongen wist ik het nodige respect op te brengen.

De regen ging al snel weer over in een stralende zon en ik voelde de huid op mijn gezicht lichtjes gloeien. Zo ploegden wij verder door stukken mul zand en werden nogmaals overvallen door een korte maar hevige donderbui.

Het was goed dat wij de parapluutjes bij ons hadden gestoken, maar om een jas heb ik geen moment getaald. Wat een heerlijke wandeling is het geworden; een kleine vijftien kilometer waar wij beiden oprecht van hebben genoten. Kijk ik nu in de spiegel, dan zie ik nog steeds rode blosjes op mijn wangen én zelfs rood op mijn voorhoofd. Of zal die rode kleur, zoals ook op mijn armen zichtbaar is, niet van de opwinding van deze mooie dag komen?

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Eigen koffie smaakt het lekkerst hè

Ze werkt in de zorg en legt huisbezoeken af. Zo kwam ze in een fraai statig huis, waar een oude dame woont.

‘Wilt u koffie’, vroeg de dame dusdanig vriendelijk dat afslaan eigenlijk al geen optie meer was. Ze moest even onderzocht worden. Haar urine van de vorige avond en deze morgen moest ze bewaren en zou na dit bezoek worden meegenomen.

‘Waar heeft u de urine?’, vroeg de verpleegkundige.
‘In die twee kopjes daar.’ De vrouw wees naar twee kopjes, die naast het koffieapparaat stonden, geflankeerd door een maatbekertje waarin zich een wat wazige vloeistof leek te bevinden.
‘Wat zit er in die maatbeker dan?’, vroeg de zuster, zoals verpleegkundigen nog vaak door ouderen worden genoemd.
‘O, gewoon wat water.’, verklaarde de dame. Het viel de zuster nu pas op dat ze wel erg dikke brillenglazen had en bovendien wat warrig over kwam.

De koffie was ingeschonken en stond te dampen op tafel. Zuster pakte haar kopje, zette het voorzichtig aan haar mond, nam een nipje en vond dat de koffie een eigenaardige smaak had.
‘Eigen koffie smaakt het lekkerst hè.’, merkte de vrouw op, alsof de duvel ermee speelde, en bovendien meer als constatering dan als vraag.
‘Nou, zeg dat wel.’, dacht zusterlief, bevestigde toch maar wat de dame beweerde, en dronk slokje na slokje door. Uiteindelijk was ze opgelucht dat het kopje, overigens sterk gelijkend op de twee kopjes op het aanrecht, leeg was. De kopjes op het aanrecht waren gelukkig nog gevuld, dus de vrouw had zich daarin niet vergist. Maar, wat zal er in die maatbeker hebben gezeten? Zou ze daarmee het koffieapparaat vullen? Waar zal ze in geplast hebben? Vast niet direct in de kopjes. Het hoofd van de zuster stroomde over van oppoppende vragen. Onderwijl voelde ze zich lichtelijk misselijk worden en ze nam zo snel als het ging afscheid van de vrouw.

De rest van de dag voelde ze zich enigszins onpasselijk, zelfs nog toen de echte misselijkheid was weggeëbd. Wat zat er in die maatbeker? Wat deed ze met die vloeistof? Het duurde lang voordat ze die vragen kon verdringen.

Dit verhaal kwam mij zojuist uit eerste hand ter ore. Zal ze aan de opgehaalde herinnering toch weer enig misselijkheidsgevoel over hebben gehouden? Ik heb het niet gevraagd, maar wel waar zich dit leed heeft afgespeeld. Het speelde zich af in Oene; hoe kan het ook anders zou ik bijna toevoegen.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie