Gecastreerd

“Op Instagram zag ik dat hij bij mijn vriendin in bed lag. Toen ik thuis kwam, ging hij direct bij mij op schoot zitten.”, vertelde een collega in de pauze, net toen ik binnen kwam stappen.
Ik hoorde zijn bekentenis met verwondering aan en verbaasde me dat de andere, jongere, collega’s het rustig en zonder blikken of blozen aanhoorden.
Gedachten schoten wild door mijn hoofd: ‘Kan ik het maken om het hem gewoon te vragen, of kan ik dat maar beter niet doen?‘ Zijn vriendin had het nota bene op Instagram gedeeld en hij sprak er open over; ik stelde schoorvoetend mijn vraag: “Wie, de buurman?”

Hij keek me aan, maar bleef vooralsnog stil. Ja, er zit best een aardig leeftijdsverschil tussen ons, zeg maar gerust een brede generatiekloof. Tegelijkertijd denk ik altijd dat ik best wel wat gewend ben en redelijk ruimdenkend, maar zoiets zou ik toch niet zomaar rondbazuinen. Tijden veranderen.
“Ja, de buurman.”, gaf hij ruiterlijk toe.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, begon een andere collega en passant te vertellen dat haar katjes ook net waren gecastreerd, maar nog steeds flink ruzie maakten.

O, de buurman was blijkbaar net gecastreerd! Of je hem dan bij je vriendin in bed moet leggen, en waarom hij dan bij mijn collega op schoot kroop was mij nog niet helemaal duidelijk, maar ze zullen vast een goede band met elkaar hebben.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 1 reactie

Nostalgische verrassing

Vanmorgen kwam ik bij de kapster binnen en ze zei enthousiast, zelfs al voordat ik in de stoel had plaatsgenomen: ‘Ik heb een verrassing voor je!’
‘O, is je schaar kapot?’, gaf ik als reactie. Dat had wat sympathieker gekund, realiseer ik me achteraf.

Nu mag je best weten dat ik een hekel heb aan die kleine haartjes, die je na een kappersbezoek overal tegenkomt. Vooral dat gekriebel ervan in mijn nek begint mij al snel te irriteren, dus na een knipbeurt stap ik zo snel mogelijk onder de douche en de bovenkleren die ik droeg verdwijnen in de wasmand.

Al een flink aantal jaren terug trok ik mijn schouders iets op en maakte een ongetwijfeld wat zeurderig geluid, toen de kappersmantel om mijn nek werd vastgemaakt. De rand was heel iets vochtig, maar ook voelde ik kleine haartjes in mijn nek kriebelen. Direct volgde de vraag wat er aan de hand was, dus ik biechtte het ook maar eerlijk op. Ongevraagd vulde ik toen aan dat herenkappers vroeger een stuk rekbaar papier om je nek deden, waardoor je de mantel niet voelde; bijkomend voordeel was dat de haartjes niet tussen de rand doorpiepten.

Tja, zo’n speciaal rolletje papier had ze niet, maar ze kwam direct met een andere rol. Het formaat was wat groter en een plakstripje ontbrak, maar met een beetje fantasie leek het erop. Zo werd er, onder enig protest mijnerzijds, toiletpapier om mijn hals gedrapeerd. Eerlijk is eerlijk, het voelde direct wat aangenamer.
Zo ben ik ondertussen al jaren haar enige klant die bij iedere knipbeurt wc-papier om de nek heeft. Tegenstribbelen deed ik al lang niet meer.

Wat schetste vandaag mijn verbazing, oftewel: wat was haar verrassing? Je raad het wellicht al: ze heeft dat speciale oudemannenkappers nekpapier aangeschaft! Driewerf hoera! Ik heb me nog nooit zo nostalgisch gevoeld bij een knipbeurt.

Ze vertrouwde mij toe dat er zelfs zes rolletjes in de doos zitten, waardoor ik zeshonderd knipbeurten vooruit kan. Met zo’n tien bezoekjes per jaar moet ik dus wel heel erg oud worden en zal zij nog heel erg lang moeten blijven knippen. Je begrijpt dat ik een bevoorrecht en gelukkig mens ben.

Nekpapier

Een fijn rolletje nekpapier, netjes tussen twee mandjes

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 1 reactie

Verdomme die kutbult

Wij zijn in Bretagne op vakantie; in Dinard om het wat beter te duiden. We hadden gelezen dat je in Bretagne zo prachtig kunt fietsen, hetgeen na verloop van tijd zo ongeveer verwerd tot “fietsparadijs Bretagne”. Dat is eigenlijk niets teveel gezegd, alhoewel het wel afhankelijk is door welke kleur bril je het bekijkt.

Het deel van Bretagne waar wij vertoeven is qua fietsbaarheid grofweg vergelijkbaar met de noord, west en zuidzijde van Apeldoorn, oftewel aardig glooiend maar met een gewone fiets prima te doen voor een persoon met een redelijke conditie. Vanuit Dinard is de route langs de kust richting het westen veruit het mooiste deel dat wij hebben gefietst. Je komt langs prachtige uitzichten over de Atlantische Oceaan, met een ruige rotskust, afgewisseld met mooie stranden, haventjes en plaatsjes.

Beschouw je de fietsbaarheid van Bretagne door de bril van fietsveiligheid, dan is er nog wel een weg te gaan. Jazeker, Bretagne kent enkele fietsroutes. Je moet ze wel even zien te vinden, maar als je maar voldoende rond fietst in de buurt waar er één moet zijn, dan zie je ineens de groene bordjes en fietspaden. Als Nederlander moet je maar niet al te nauw kijken, want fietspaden komen en gaan. Zo deel je het pad met – regelmatig nietsvermoedende – voetgangers, dan rijd je ineens weer op de weg of steek je over naar het voet/fietspad aan de andere kant van de straat. Dat laatste is dan wel lekker handig voor de Engelse fietsers.

Vaak fiets je op delen waar een fietser niet als aparte weggebruiker wordt aangeduid. Het grappige is dat automobilisten je in de meeste gevallen behandelen alsof er een convoi exceptionnel gepasseerd dient te worden. Ze blijven achter je, terwijl er in onze geen aanwijsbare reden voor is. Vervolgens passeren ze, keurig gebruikmaking van het knipperlicht en nagenoeg geheel op de naastgelegen weghelft. In die zin is het bijna aandoenlijk en kan je je haast niet meer onveilig voelen.

Vandaag hebben we een tochtje vanaf ons vakantieadres richting Lancieux gemaakt. Het was wat klimmen en dalen, maar er viel tussendoor voldoende te zien om even halt te houden en waar nodig even uit te puffen. Het was wat bewolkt, afgewisseld met zonnige perioden. Zo zagen we op een fraai uitzichtpunt in de verte Cap Fréhel liggen, dat we al met de auto hadden bezocht. Ineens zag mijn vrouw dat de zon op het voor Cap Fréhel gelegen Fort a Latte scheen, waardoor het prachtig afstak tegen de hoge rotswanden van Cap Fréhel. Kom je ooit in Bretagne, dan is een bezoekje aan deze twee bezienswaardigheden beslist de moeite waard.
DSC02835.JPG
De middag vorderde en we fietsten met een aangenaam tempootje terug richting Dinard. Na Saint-Lunaire bevindt zich nog even een stevig kuitenbijtertje, waarvan je de top niet zonder hijgen en het begin van uitbrekend zweet haalt. Bovengekomen ben je dan toch tevreden dat je het gehaald hebt, zo ook mijn vrouw die iets later dan mij bovenkwam met de woorden: ‘Pfff, rotklim.’ Bij mijn kwalificatie ‘heerlijk klimmetje toch.’ sloot ze zich niet volmondig aan.

Wij verblijven op een werkelijk schitterend gelegen locatie met de naam La Ronceray en hebben vanaf ons terras zowel uitzicht op het centrum van Dinard als Saint-Malo, beiden over het water gezien. Dat mooie uitzicht is mede te danken aan de wat hoger gelegen locatie, en wie wat hoger wil komen zal toch wat moeten klimmen.
Dat klimmetje zijn we ondertussen gewend, door onze fietstochtjes en de bezoekjes aan de supermarkt; ja, we zijn echte Nederlanders hè. De weg naar de ingang van La Ronceray is even doortrappen, maar dan komt het klimmetje van het hek naar de garage waar onze auto en fietsen staan gestald. Het lukt mij om naar boven te fietsen, waarna ik wel even uit sta te hijgen. Mijn vrouw lukt het klimmetje ook wel fietsend, hetgeen ze éénmalig heeft aangetoond, maar ze kiest er toch maar voor om dat stukje lopend af te leggen.
Vandaag hadden we de nodige kilometertjes fietsen en wandelen in de benen, waardoor ze het allerlaatste klimmetje van de dag echt niet meer wist te waarderen. “Verdomme, die kutbult.’, bracht ze met een uiterst verbolgen gezicht uit. Dat voor een meisje met een van huis uit katholieke opvoeding. Ik vertel er maar niet bij dat ik het zinnetje voor de leesbaarheid ook nog enigszins heb gekuist.
20190806_160443.jpg

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | 2 reacties

Allemansvriend

Hij liep maar heen en weer op het strand bij Saint-Malo. Was hij daar alleen, of hoorde hij bij iemand? Wij hadden geen idee, maar we bleven hem vanaf de hoge stadsmuur gadeslaan.

Hij had een klein balletje bij zich, waarschijnlijk een tennisbal, dat hij vlakbij verschillende passerende mensen dropte. Sommigen liepen onverstoorbaar door, de meesten keken op z’n minst even, maar een enkeling pakte de bal.

De een wierp hem de bal direct toe, hetgeen gezien zijn springende bewegingen duidelijk niet overeenkwam met hetgeen hij in gedachten had. Anderen wisten zijn beweegredenen beter te raden en gooiden de bal verder weg. Hij rende er als een dolle achteraan en dropte het balletje vervolgens weer bij de werper.

Een man dacht na zijn eerste worp waarschijnlijk: ‘Daar trap ik niet nog een keer in.’, gooide het balletje met volle kracht weg en ging er zelf op een holletje vandoor. De hond, want daar gaat het natuurlijk over, keek hem uiterst verbaasd na.

Wie het baasje was is ons niet duidelijk geworden, maar hij leek een echte allemansvriend.
Allemansvriend

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 2 reacties

Péage

Op weg naar ons vakantieverblijf in Dinard, Bretagne, overnachtten wij in Saint Martin du Vivier. Wij hadden besloten geen gebruik te maken van tolwegen, waar we ons de eerste dag keurig aan hielden. De enige reden was dat we alle tijd van de wereld hadden voor de relatief korte reis en dat eens zonder die tolwegen wilden proberen.
Ongeduldig als we waren om ons verblijf in Dinard te aanschouwen, lieten we de tweede dag ons voornemen varen. Het stukje tolweg was maar een stukje A13, tot aan Caen.

Met tolwegen heb ik een soort haat liefde verhouding, maar dan compleet zonder liefde. Bij het naderen voel ik al een zekere spanning, waar je je overigens ook weer niet teveel van voor moet stellen. Maar ik vind het op een bepaalde manier toch wat spannend, omdat ik altijd enige twijfel heb of we wel bij het juiste poortje gaan staan. Wellicht is dit gevoed, doordat ik enkele malen mensen heb zien stuntelen om vanuit zo’n poortje achteruit te rijden, terwijl er een rij auto’s achter hun stond. Op zo’n moment zou ik persoonlijk niet blaken van zelfvertrouwen en me verre van blij voelen. Maar goed, buiten het feit dat ik een keer tegen een onverstaanbare Italiaanse dame door een speakertje: ‘Ja, lek me reet maar.’ heb gezegd, is er nog nooit echt iets fout gegaan. Dit zal ik direct even afkloppen, want we moeten straks ook weer terug naar huis. We weten trouwens ook nog niet of het nu echt een dame was, of slechts een opgenomen stem die iets door dat speakertje boerde.

Op de A13 zagen we de aankondiging péage. De creditcard werd al ruim op tijd gepakt en we reden strak naar een poortje met een oranje t en een afbeelding van een betaalkaart. Dit bleek een recept dat ook in eerdere jaren al meermaals tot succes had geleid. We hadden geluk, want er stond op deze zwarte zaterdag slechts één auto met vouwcaravan voor ons.
Het raampje deed ik alvast open, ik pakte de creditcard aan en reed door tot naast het loketje. Het raampje bleek hermetisch gesloten, zelfs dusdanig dat het duidelijk was dat deze onbemand was en nooit meer open zou gaan. Nu wisten we natuurlijk al dat we de kaart dan zelf in een gleufje mochten dauwen, maar naast een aankondiging welke kaarten er allemaal geaccepteerd werden, was er geen gleuf te bekennen.

Langzaam zag ik de rij auto’s achter me groeien, maar getoeterd werd er niet en er kwam ook geen Franse Rambo aanmarcheren. Gelukkig zat mijn vrouw naast mij, normaal gesproken mijn steun en toeverlaat in lastige situaties, maar die keek zo mogelijk net zo onnozel als ik zelf hoogstwaarschijnlijk deed. Dit alles stelde mij allesbehalve gerust en ik kreeg al een naar gevoel in mijn maag.

Ondertussen de conclusie getrokken hebbend dat er echt geen mogelijkheid was om de kaart aan te bieden, vroeg ik me af of ik een poortje had gekozen waar je alleen met automatische herkenning zou kunnen passeren. Achteruit rijden, zoals de ongelukkigen probeerden waar ik hiervoor al gewag van maakte, was gezien de gestaag groeiende rij geduldige automobilisten achter mij beslist geen optie.

Hopeloos geworden richtte ik mijn blik naar voren en zag de slagboom vlak voor ons open staan, terwijl er iets verder een slagboom dicht stond. Tussen beide slagbomen bevond zich aan de bestuurderskant, behalve voor Engelsen dan, een duidelijk zichtbaar geel kastje. Al snel werd het me duidelijk dat ik me blind had zitten staren op een niet bestaande gleuf, terwijl de oplossing duidelijk zichtbaar enkele meters verderop stond. Waarom we het zelfs beiden niet zagen, vraag ik me maar helemaal niet af. “Kut Fransen, waarom veranderen ze de boel steeds.”, moest ik nog wel even kwijt.

Na voor mijn gevoel een minuut of tien reden wij vrolijk lachend om zoveel stommigheid verder. Zo lang zal het daadwerkelijk niet zijn geweest, want er heeft niemand achter ons enig ongeduld laten blijken.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Rechts, rechts, rechts en rechts

Na een voor ons gevoel lange rit kwamen we aan op ons overnachtingsadres in Saint Martin du Vivier. De eigenaren van de Chambre d’Hôtes Le Phénix verwelkomden ons allerhartelijkst en we zaten al snel aan de koffie. Na het pakken van onze overnachtingsspulletjes nestelden we ons op het terras en namen een biertje. Lui geworden spraken we af dat we ’s avonds ter plekke zouden eten. Zo gezegd, zo gedaan.

De van oorsprong Italiaanse eigenaren schotelden ons een prima maal voor, vergezeld door een goede fles vin rouge. Dat voelden we wel na een dag reizen, zeker toen we na afloop nog een glaasje eigengemaakte limoncello soldaat mochten maken . Het was rond half negen, we zaten vol en voelden de drank, dus besloten we maar een wandeling te maken.

We liepen de buurt door, in goed Frans ‘immer gerade aus’, en belandden in een bosrijk gebied. Dan vraag ik je: Wat is er nu leuker dan even door een vreemd bos te wandelen? We kozen een leuk bospaadje, liepen een stuk door en kwamen uiteindelijk bij een weg uit. “Wat doen we nu?”, was de vraag die we onszelf stelden. Ik nam de vrijheid om dit te beantwoorden met: “Als je rechts, rechts, rechts en rechts loopt, dan gaat dat meestal goed.” Gelukkig vulde ik dit nog wijselijk aan met: “Soms gaat het fout.”

We liepen gezellig door, sloegen rechtsaf, even later gevolgd door rechtsaf. De lucht betrok en het begon te spetteren, niet veel later gevolgd door iets dat toch echt op een regenbui begon te lijken. Op zich wel lekker verfrissend, maar het werd ook wat schemeriger. We sloegen weer rechtsaf, maar enige twijfel sloeg toe. Een nogal beboste heuvel stond ons niet direct in het geheugen gegrift.
“Ik denk dat het vier maal rechtsaf slaan niet helemaal opgaat. We moeten waarschijnlijk aan de andere kant van de heuvel zijn.”, zei ik voorzichtig.

Google Maps is dan toch best handig. We bleken een aardig eindje van het beginpunt af te zijn, maar werden in ieder geval ergens heen gestuurd. Het duurde niet lang, of we stonden weer aan het begin van een bospad. Echt schemerig was het niet meer, eerder donker. Gelukkig wonen we zelf in de buurt van een bosrijk gebied en veel bossen lijken best op elkaar. Vol goede moed liepen we het donkere bos in, min of meer met de verwachting dat Bor wel ergens om de hoek zou opduiken. Het pad liep behoorlijk stijl omhoog, waarbij de regen een leuke extra hindernis had opgeworpen door het lekker glibberig te maken.

Ongemerkt liepen we steeds sneller, waarbij ik zelfs de vrijheid nam om even op te biechten dat ik er al wat moe van begon te worden. Ik bleek niet de enige te zijn. Van enige opluchting was beslist sprake toen we het eind van het pad ontwaarden en zelfs enige herkenning hadden bij het punt waar we op uit kwamen.

Opgefrist kwamen we na nog een kwartiertje terug bij ons beginpunt. Het eten was gezakt, evenals het alcoholpercentage, dus: missie geslaagd.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het huwelijksaanzoek

“Henk, wil je even mee naar buiten komen?”, vroeg de jongeman aan de vader van zijn vriendin. Ja, zo wordt een oudere jongere tegenwoordig door een net snotneus af aangesproken. Nou ja, mits die wat rijpere persoon Henk heet natuurlijk.

Buitengekomen stelde de jongeman trappelend van ongeduld direct een tweede vraag: “Mag ik je dochter ten huwelijk vragen?”
“Nee.”, luidde het antwoord van zijn beoogd schoonvader; kort, krachtig en aan duidelijkheid niets te wensen overlatend.

Het bleef een ogenblikje stil.
“Ik maak geen grapje.”, probeerde hij nog maar eens, niet van plan zich voor één gat te laten vangen.
“Dat weet ik…”, kreeg hij daarop te horen, gevolgd door: “…maar ik wel.”
“Jongen, ik vind het alleen al heel erg leuk dat je het vraagt. Wat mij betreft ben je van harte welkom in de familie, mits mijn dochter je aanzoek met ja beantwoord natuurlijk.”

Hij wilde zijn vriendin zo’n veertien dagen later vragen, bijna aan het eind van hun vakantie. Enkele dagen later klonk een geluidje uit de telefoon van de moeder van de jongedame. Het bleek een video-oproep in WhatsApp. In beeld verscheen een ring aan een vinger, met een zonsondergang over een prachtige zee als achtergrond. Romantiek ten top.

“Kon je niet langer wachten jongen?”, klonk het plagerig uit de mond van de vervelende schoonvader. De aanstaande bruidegom gaf ruiterlijk toe dat hij dat inderdaad niet kon opbrengen, maar gaf als doorslaggevend argument dat ze tijdens hun vakantie wellicht niet meer zo’n mooi plekje tegen zouden komen. Daar had hij natuurlijk een punt, en welgemeende felicitaties van trotse ouders volgden aan het kersvers verloofde paar.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen