Een bekende Apeldoorner

Dit jaar mocht ik op een enigszins alternatieve wijze deelnemen aan de Midwinter Marathon Apeldoorn. Nu eens niet de 10 EM van de Mini Marathon, de 25 km van de Asselronde, maar de Acht van Apeldoorn in teamverband met een rolstoel; zes lopers, en één deelnemer met een beperking in de stoel. Het was echt een fantastische ervaring, met een heel blij persoon in de stoel.

De lopers liepen twee aan twee, afwisselend voor, achter en aan de rolstoel. Ik liep samen met een man, die ik verder niet kende. We konden het goed met elkaar vinden en hadden plezier onderweg. De kilometers vlogen voorbij en de finish werd gepasseerd voordat we er erg in hadden.
“Ik vond het hartstikke leuk om samen met een bekende Apeldoorner te lopen.”, zei hij direct na de finish tegen mij. Daar moest ik even over nadenken, al wist ik dat hij mij voor het lapje hield.

Ik ben vrij prominent met een verhaal op radio- (Normaal) en tv-Gelderland (Dauwtrappen) geweest, maar bekend ben ik daar allerminst door geworden. Met mijn speed pedelec heb ik uitgebreid een magazine en de krant gehaald, waardoor ik weliswaar meermaals ben herkend, maar ook dat heeft geen significante bijdrage aan plaatselijke bekendheid geleverd. Bij een bezoek aan de kerstmarkt in Aken werd ik wel tweemaal herkend, één maal zelfs enthousiast aangesproken en de andere maal werd er vrolijk gezwaaid, maar die mensen kende ik zeer beslist niet en zij mij bij nader inzien idem dito. Wellicht kwam dat omdat ik op een gemiddelde Duitser lijk, behalve dat ik een bokworsthoofd en bierbuik ontbeer? In Aken kwam ik toevallig wel een echt goede bekende van mij tegen, maar dat terzijde en bovendien zag ik hem.

Ik had dus geen idee waarom hij het zei, maar hij gaf zelf de oplossing: “Man, man, man, wat had jij enorm veel bekenden onderweg.” Nou ja, inderdaad heb ik wel wat mensen gegroet en klonk er zo nu en dan spontaan mijn naam.
Nu ik erover nadenk, bleef ik wel zo ongeveer de hele route aan het groeten. Maar ja, we waren in Apeldoorn, alwaar ik meer dan een halve eeuw geleden ben geboren en vervolgens getogen. Hij woont ook in Apeldoorn, maar ik heb hem er onderweg niet op betrapt dat hij een bekende gedag zei. Mmmm, het verschil is zo bezien wel opmerkelijk en dat was vast de reden van zijn grappige opmerking.

Bij evenementen of anderszins krijg ik nog “weleens” het verwijt dat ik te vaak een praatje met deze of gene maak. Het heeft dus niets met mijn bekendheid te maken, maar ik herken gewoon makkelijk mensen en ouwehoer soms wat (te)veel. Sorry.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Wasbordje

“Je zou eens een wasbordje moeten kweken.”
“Ik heb een wasbordje. Twee zelfs!”
“Dat zijn je ribben, je moet eens wat meer eten.”
“Kniesoor.”

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 1 reactie

Met het mannetje van de radio

Wij waren op bezoek bij mijn vader, die dementie heeft en op de gesloten afdeling in een woonzorgcentrum woont. Vaak nemen we hem even mee naar buiten en maken een wandelingetje. Nu het zo koud is, gaan we in het restaurant beneden zitten. Alhoewel hij nog wel kan praten, behoort een gesprek aangaan tot de verleden tijd. Het is soms moeilijk om de tijd te vullen en er zijn ogenblikken waarin het stil blijft. Tijdens dit bezoek dommelde hij af en toe weg, vooral op momenten dat wij echt niet meer wisten waar we het over moesten hebben. Later bleek dat hij die dag ook gewoon moe was, en voor zijn doen lang op bed was blijven liggen.

Een vrouw kwam het restaurant binnen wandelen; uiterst behoedzaam achter haar rollator. Wij kenden haar als een altijd nors kijkende oude vrouw. Ze liep langs de tafeltjes, stopte even en zei: “Hallo.”
De meeste mensen aan de tafeltjes groetten terug, zo ook wij toen ze bij ons halt hield. Ze liep tegen onze verwachting in niet naar een vrij tafeltje, maar ze liep het restaurant rond en begon na een minuut of vijf wandelen aan haar tweede rondje. “Hallo.”, zei ze wederom bij iedere tafel die ze passeerde en ook deze keer groetten de meesten terug. Bij ons aangekomen antwoordde mijn vrouw: “Lekker aan het wandelen? Het is een regenachtige middag.” De vrouw lachte vriendelijk, zo kenden we haar helemaal niet, en stiefelde voort. “Hallo, het is een regenachtige zondagmiddag.”, zei ze bij de volgende halte.

Wederom bij het eerste tafeltje na de ingang aangekomen, bracht ze deze boodschap ook aan de man die daar zat. “Mooi.”, reageerde hij enigszins chagrijnig. Hij was haar ge-hallo blijkbaar zat. De vrouw liet zich niet uit het veld slaan en ging gewoon verder: “Hallo, het is een regenachtige zondagmiddag.”
De meeste mensen keken haar ondertussen een tikkeltje meewarig aan en zouden het zo te zien niet erg vinden als dit haar laatste ronde zou zijn.

Bij het tafeltje voor de onze aangekomen, begon ze weer: “Hallo, …”
“Met het mannetje van de radio.”, zei mijn vader uiterst lollig.
“Wat zei die?”, vroeg een vrouw aan een andere tafel. “Met het mannetje van de radio, zei die.”, antwoordde haar tafelgenote, die overigens nog bij Jan Fillekers in de klas heeft gezeten. Deze twee oude dames deden mij altijd denken aan Statler en Waldorf, de twee ironische mannen op het balkon in het Muppet-theater.

Wij moesten er erg om lachen; mijn vader vroeg zich zo te zien af wat er ineens zo leuk was.
Grof geschat liep de vrouw een rondje of zes, waarna ze eindelijk bij het eerste tafeltje na de ingang ging zitten. De man die als eerste liet merken dat hij haar gegroet zat was, bleek ondertussen ingedommeld.
Toen wij bij het verlaten van het restaurant haar tafeltje passeerden, zeiden we haar vriendelijk gedag. Ze keek ons met haar aloude norse blik aan en liet het daar verder bij.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Weej wel

Zeer regelmatig spreek ik iemand die ten eerste nogal breedsprakig is, en ten tweede om de paar zinnen de woorden ‘weej wel’ gebruikt. Weej staat voor weet je, dus eigenlijk zegt hij veelvuldig weet je wel.

Deze man is autistisch en werkelijk een wandelende encyclopedie (om er maar eens een ouderwets woord tegenaan te gooien). Het gebeurt regelmatig dat iemand over een bepaald onderwerp begint, hij zich vervolgens in het gesprek mengt en een reeks aan feiten begint te benoemen. Intrigerend is het wel, maar het komt niet altijd even goed uit en een rem op zijn spraakwater heeft hij niet. Daarbij gebruikt hij weej wel dus om de paar zinnen. Soms heb ik de neiging om die woorden als vraag op te vatten en deze te beantwoorden, maar ik onderdruk die neiging.

Deze stopwoordjes, want dat zijn het, zijn niet alleen aan deze autistische man voorbehouden. Ik ken ook een niet autistische vrouw die minimaal net zo vaak ‘weet je wel’ zegt, terwijl zij ook maar door blijft rebbelen. Je komt er gewoon niet tussen, en dan heb ik het echt over haar geklets.

Dit zijn godzijdank twee uitzonderingen, zowel qua spraakwatervallen als het extreem vaak gebruik van weet je wel. Ik hoor daarnaast regelmatig mensen met een wat bondiger taalgebruik, die ook vrij frequent weet je wel in hun verhaal gebruiken. Het is dan vrijwel nooit een vraag en het slaat ook bijna nooit op het voorgaande wat ze hebben verteld.
Zo ken ik ook iemand die nogal vaak ‘op een gegeven moment’ zegt, zonder dat dit ergens op slaat. Een persoon die ook regelmatig ‘weet je wel’ bezigt, moet daar dan juist weer om lachen. Aan een man die om de haverklap ‘is het niet’ zei, wil ik niet herinnerd worden. Ach, verdikkeme…

Omdat ik het op zich wel interessant vind, wil ik ze eigenlijk wel eens vragen of ze zelf in de gaten hebben dat ze dit zo vaak zeggen. Eerlijk gezegd durf ik dat niet echt, omdat ik ze niet voor het hoofd wil stoten en al helemaal niet boos wil maken. Wat zal mijn stopwoordje eigenlijk zijn? Als ik vaak een woordje onnodig schrijf op uitspreek, laat het mij dan gerust weten. Op z’n hoogst ga ik dan stiekem ergens grienen, weej wel.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 4 reacties

Jouwn

De kans dat je de volgende vraag volmondig met “Ja.” beantwoord, acht ik behoorlijk groot: Ken jij iemand die het verschil tussen jou en jouw niet weet?
Antwoord je met “Nee.”, dan is de kans zo maar aanwezig dat je zelf zo iemand bent; je staat dan bij lange na niet alleen, laat dat een schrale troost zijn.

In geschreven tekst is vaak zichtbaar dat mensen niet het verschil weten tussen jou en jouw. Zelfs in gesproken tekst hoor je het regelmatig. Als het zo in het gesprek uit komt, geef ik ze als ezelsbruggetje mee dat ze voor dat woord gewoon even u in de plaats kunnen zetten. Dan krijg je bijvoorbeeld: “Is die koffie van u? en “Is dat uw koffie?”
Dat wordt dan als vanzelf: “Is die koffie van jou? en “Is dat jouw koffie?”
Er zijn mensen die ook het verschil tussen u en uw niet weten te onderscheiden; de hopeloze gevallen. Die schrijven dus steevast u en jou.

Kortgeleden sprak ik iemand die ik verder niet kende. Toen we even in gesprek waren, vroeg ik hem: “Kom jij toevallig uit Raalte?”
Hij keek mij verbaasd aan en vroeg: “Hoe weet jij dat?”
Ik wist helemaal niet dat hij uit Raalte kwam en was zelfs verrast dat mijn aanname klopte. De vraag kwam in mij op door zijn gebruik van slechts één woord, terwijl hij verder niet duidelijk met een accent of dialect sprak. Hij gebruikte het in mijn oren wat merkwaardig klinkende woord jouwn.

Iemand die ik wel redelijk goed ken en zeer regelmatig spreek, gebruikt dit woord veelvuldig. Deze jongeman zou zo maar kunnen vragen: “Is die koffie van jou?”
“Wat is daar dan mis mee?”, zou je nu kunnen vragen. Nou, helemaal niets. De kans dat hij de vraag als volgt zou stellen is echter vele malen groter: “Is dat jouwn koffie?”

Zo kwam ik op Raalte, want de persoon die ik ken komt daar vandaan. Ik ken verder helemaal niemand die het woord jouwn gebruikt, en had dat woord voor zover ik me herinner ook nog niet eerder gehoord dan van hem. Hij bleek het bij navraag in ieder geval een volslagen normaal woordgebruik te vinden.

Deze twee personen kennen wel degelijk het verschil tussen jou en jouw, met dien verstande dat ze achter de w een n plakken. Ik vind het op zich wel geinig, alhoewel ik niet van plan ben om het ook te gaan doen; ik heb zelf al voldoende eigenaardigheden.
Is het toeval dat beiden uit Raalte komen? Ik heb werkelijk geen idee, maar als je iemand een keer jouwn hoort zeggen, vraag het dan eens.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Soms blijkt de oplossing zo eenvoudig

“Mijn horloge staat stil, wil je er een nieuw batterijtje in laten doen?”, vroeg haar vader. Het bleek al een tijdje stil te staan.
Ze ging naar de juwelier en vroeg om een nieuwe batterij in het horloge te plaatsen.
“Dit horloge kunt u gewoon opdraaien mevrouw.”, was de reactie.

Dit veroorzaakte in de familie natuurlijk grote hilariteit.
Haar vader kreeg in ieder geval keurig een werkend horloge terug. Nu maar hopen dat hij onthoudt dat het gewoon opgedraaid kan worden.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Treinen reiden

De eerste keer dat ik bij mijn schoonfamilie Sinterklaas vierde, werd er smakelijk om mijn verlanglijstje gelachen; ik had er namelijk sportzokken op staan.

Het is een beetje gênant om te bekennen, maar tegelijkertijd had een regelmatige lezer van mijn schrijfsels het al een enkele keer kunnen ontdekken. Een aantal maal ben ik er gelukkig op gewezen, waarna ik het aan kon passen. Nu zal ik maar uit het toetsenbord klappen: ik maak regelmatig fouten bij het schrijven van woorden met letters die erg op elkaar lijken, met name qua klank. Dat zijn de woorden met een ei of een ij, een s of een z, een f of een v. Soms gebeurt het met een woord met een c of een k en heel sporadisch zelfs een g of een ch. Tsss, het moet toch niet gekker worden hè?

Of er een bepaald patroon in zit weet ik eigenlijk niet, en ik heb ook geen idee wat de oorzaak is. Nu is het wel zo dat ik bijvoorbeeld een blog over het algemeen in één ruk intik en daarbij niet per se let op spelfouten. Deels is het dan in eerste instantie slordigheid, maar dat is dan toch ook weer niet per definitie een reden om die fouten te maken. In de meeste gevallen gaat het overigens wel goed, of kan ik het tijdens een controle corrigeren. Toch maak ik die fouten volgens mij bovengemiddeld vaak.

Neem nu twee delen uit zinnen uit mijn laatste twee blogs:
….. de slappe lag…..
….. dan had de totale boete vors kunnen zijn.

Lach of lag weet ik wel; dit was echt een tikfout. Maar toch maakte ik ‘m en kwam er bij het nalezen niet achter, hetgeen ik meermaals doe voordat ik iets plaats.
Dat een boete fors is in plaats van vors, dat wist ik echt niet.

Om maar even terug te komen op die zokken, daar ken ik de reden wel van. Het was gewoon mijn uitspraak van dit woord. Mijn uitspraak is wellicht in meer gevallen de oorzaak van dit fenomeen, zoals bij vors, maar beslist niet in al de voorkomende gevallen. Soms weet en zie ik het gewoon niet. Gelukkig twijfel ik regelmatig en zoek het dan voor de zekerheid maar even op .

Het is een vervelend gebrek, zeker omdat ik gek ben op onze mooie taal en er graag mee probeer te spelen. Tot mijn vreugde ontving ik gisteren echter een berichtje over een artikel in de Stentor. In dit artikel stond het volgende: De NS verwacht dat er minimaal tot 21.30 uur geen treinen reiden op beide trajecten.
treinen reiden

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen