Ansichtkaarten

In het jaar tweeduizendtwintig zaten mijn ouders in een verzorgingshuis. Beiden in een ander, beiden vanwege een andere reden en beiden al enige tijd. Mijn vader had dementie, mijn moeder was na een hersenbloeding uiteindelijk gekluisterd aan een rolstoel. Mijn vader overleed op 3 juli van dat jaar, nota bene op zijn vijfentachtigste verjaardag. Mijn moeder overleed enkele weken terug, op 16 oktober 2022, ruim zesentachtig jaar oud.

Hoe klein haar kamertje ook was, er viel toch nog heel wat op te ruimen.
Vanmorgen nam ik de ansichtkaarten door die wij zo her en der op haar kamer aantroffen. Het waren er nogal wat; ze bleek gelukkig niet vergeten. In plaats van de kaarten in één keer weg te gooien, heb ik ze stuk voor stuk doorgelezen. Veel kaarten las ik met een lach, maar van meerdere kreeg ik een brok in de keel. Wat een ongelooflijk achterlijke periode is het vanaf 2020 toch geweest, zeker voor mensen in omstandigheden zoals mijn ouders, met name vanwege corona.

Verjaardagen konden steeds niet worden gevierd, zelfs niet in klein gezelschap. De zestigste trouwdag, op 2 juni 2020, hebben alleen mijn zus en ik onze ouders bezocht. Wij buiten, zij binnen; er was weinig feestelijks aan. Elkaar hebben ze zelfs helemaal niet gezien of gesproken. Een maand later was de laatste hele dag van mijn vader, ook al heeft hij daar niet veel meer van mee gekregen.

Deze herinneringen kwamen naar boven door die kaarten. Opstekers en bedroefde teksten omdat er geen bezoek mocht komen. Veel fotokaarten die ze veel persoonlijker maakten. Condoleances aan mijn moeder en ons van mensen die niet naar de condoleance van mijn vader konden of durfden te komen. Gelukkig kon die condoleance in die week net, ook al was het met beperkingen.
Kaarten van onszelf, kleinkinderen, neven en nichten, zus en zwagers en oude bekenden. Heel lief, maar veelal ook wel triest omdat ze mijn moeder volgens de geschreven teksten veel liever hadden opgezocht.

Uiteindelijk maakt dit het weggooien van die kaarten voor mij toch wat lastiger dan ik had verwacht, er worden immers ook herinneringen mee weggedaan. Maar goed, ik kan niet alles bewaren en anders staan mijn kinderen ooit voor hetzelfde dilemma; ik hoop maar dat zij daar te zijner tijd wat minder moeite mee zullen hebben.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

De Vieze Dixies

Mijn zus was op bezoek en we haalden met z’n drieën wat oude herinneringen op. Zo kwamen we op een concert dat wij op Hemelvaartsdag 1987 bezochten in het Goffertpark. Het was de eerste keer dat ik met mijn vriendin, nu mijn vrouw, zo’n groot openluchtconcert bezocht.

Met wie waren we daar eigenlijk? Nou, wij drieën in ieder geval plus een goede vriend van mij. Eerlijk gezegd had ik zelf geen idee meer wie er buiten mijn vrouw en mij bij waren geweest, maar gelukkig werkte ons collectieve geheugen op dat gebied goed.

Dat Tina Turner daar één van de hoofdacts was, of wellicht dé hoofdact, dat herinnerden wij ons alle drie heel goed.
‘UB40 was er ook.’, zei mijn zus. Ook dat was bij ons allen blijven hangen.
‘Robert Gray.’, vulde ik aan. Dat was in ieder geval geen herinnering van ons alle drie, maar waarom ik dat heb onthouden is me eigenlijk ook een raadsel.
‘De vieze dixies.’, zei mijn vrouw.
‘De Vieze Dixies?’, zei mijn zus uiterst verbaasd: ‘Daar heb ik nog nooit van gehoord. Was dat een band?’

Mijn vrouw en ik rolden bijna van de bank van het lachen. Het was geen band, maar die dixies waren wij beiden zeer zeker niet vergeten.
We kenden elkaar net nog geen twee jaar en ik was zo galant om met haar mee te lopen toen zij de genuttigde drankjes even kwijt moest. Dat kwam mij op zich ook niet ongelegen, maar zelf zou ik normaal gesproken niet in de ellenlange rij zijn gaan staan. Zo stapte ik voor het eerst van mijn leven een dixie binnen en had direct spijt. Recht voor me zag ik een soort van open toilet, links gelukkig een pisbak. De aanblik van wat in het toilet zichtbaar was staat me helaas nog scherp op het netvlies, ook al keek ik er een fractie van een seconde naar. Bleuh…

Dat waren dus de vieze dixies. Wat we niet eens wisten, maar bij het nazoeken vonden, was dat dit het eerste grote openluchtconcert in het Goffertpark was. Dat is dan toch een mooi historisch feitje waar wij getuige van zijn geweest.
Naast de reeds genoemde artiesten en de vieze dixies traden Paul Brady, Curiosity Killed The Cat en The blow Monkeys op. Alleen bij Curiosity Killed The Cat had ik nog een o ja momentje.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Ik kan niet huilen

Het is vandaag een jaar geleden dat ik mijn eigen boek in handen kon houden; voor mij was dat een mooi en bijzonder moment.

Nu ben ik zeer erkentelijk dat er mensen zijn die een exemplaar hebben aangeschaft en blij met de mooie reacties die ik heb mogen ontvangen. Maar bovenal ben ik enorm dankbaar dat mijn moeder het heeft kunnen lezen, eigenlijk tegen mijn verwachting in, het erg mooi vond en er zelfs ontroerd door was.

Vandaag een jaar terug schreef ik het volgende:

De bel ging, ik denderde met enkele treden tegelijk de trap af, opende de deur en kreeg een doos overhandigd. De doos met vijfentwintig exemplaren van mijn boekje “IK KAN NIET HUILEN”.
De titel suggereert wellicht een heel droevige inhoud, maar dat valt reuze mee. Het slaat op een uitspraak die in één van de verhaaltjes wordt beschreven. Het is ook geenszins een klaagzang over de gevolgen van dementie, want daar is al heel veel over geschreven.

De eerste exemplaren zijn ondertussen uitgereikt aan mensen die nauw bij mijn vader betrokken zijn geweest, en ik ben reuze benieuwd wat zij ervan vinden. ‘Hè, het is een echt boekje!’, kreeg ik al te horen. Inderdaad, dat klopt, maar de inhoud is natuurlijk hetgeen dat telt. Al met al heb ik het van de inhoud tot en met de kaft met veel liefde en zorg samengesteld.
Een reactie die ik ontving van mijn zus op het digitale concept deed mij in ieder geval goed: “Hoi, heb het gelezen en heb er van genoten. Werd er soms verdrietig van, maar heb er ook om gelachen. Echt knap gedaan.”

Als voorbeeld een deel van een verhaaltje, waarin mijn vader helpt een kerstboom op te tuigen en daartoe een kerstbal krijgt overhandigd:
……
‘Hang maar in de boom Henk.’, zei de dochter geduldig. Mijn vader stond met zijn gezicht recht naar de boom toe, maar hij keek rustig naar links en hij keek rustig naar rechts.
‘Welke boom?’, vroeg hij haar.
Ze wees de boom recht voor zijn neus aan, maar mijn vader bleef roerloos naar de boom staan kijken. Enige tijd later boog hij naar voren; hij had kennelijk een plekje gevonden in de tot op dat moment nog volslagen lege boom. Deze verrichting herhaalde zich meermaals en hoe voller de boom kwam te hangen, hoe langer het duurde voordat hij een geschikt plekje vond.
……
Een tweede gedeelte van een verhaaltje, met een voor ons wonderlijk voorval:
……
Toen wij het kruispunt overstaken, mijn vader licht gebogen en wat sloffend, zagen we wat bewegen in een auto die voor het stoplicht stond te wachten. Het bleek een oud collega van mijn vader.
‘Kijk, daar heb je Harry.’, wezen wij mijn vader. Ineens leek hij bijna een metamorfose te ondergaan. Hij stond rechtop, liep vlotjes richting de auto en zei met duidelijke stem: ‘Ha kerel, hoe gaat het?’ Ergens in de donkere krochten van zijn oude lichaam zit mijn echte vader blijkbaar opgesloten; het was wonderlijk om te zien.
Helaas moesten wij spelbreker zijn, omdat ons licht rood werd. Mijn vader liep vlotjes naar de overkant en zwaaide enthousiast. Toen de auto, met vrolijk zwaaiende mensen aan boord, weg reed en wij verder liepen, zag ik mijn vader weer de iets gebogen houding aannemen en wat sloffend gaan lopen.
……

Dit pocketboekje met tweeënvijftig verhaaltjes en 129 pagina’s, heb ik primair samengesteld als herinnering voor mijzelf, mijn gezin, moeder, zus, en verdere familie van mijn vader.
Eventuele belangstellenden kunnen het boekje plus een bijpassende boekenlegger bij mij bestellen, mondeling, via een appje, e-mail of een PB. Vanwege de kleine oplage is het wellicht relatief duur: € 15, 00 exclusief eventuele verzendkosten, maar ik maak er geen winst op en wil dat ook niet. Binnen Apeldoorn wil ik het ook nog wel zonder bezorgkosten langsbrengen, mits het – vanwege de wandeltocht of fietsrit – niet regent.

Mijn moeder voorop de kaft, net na het uitstrooien van de as van mijn vader
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Verwarring

De loopgroep waarin ik mee mag lopen bestaat uit een leuke, gezellige groep mensen. Naast de normale trainingen, lopen we af en toe ook elders. De laatste keer was het bij Het Leesten, nu ontstond het idee om op 11 december een tocht uit te zetten in de omgeving van Beekbergen. Leuk om dit idee in onze groepsapp te zien, minder leuk dat ik nog steeds met de breuk in mijn vijfde middenvoetsbeentje zit en dus niet mee kan doen.

In de groeps-app verliep het gesprek grofweg als volgt, waarbij ik gefingeerde namen (handig op alfabetische volgorde) heb gebruikt en al tussenliggende reacties plus de emoticons achterwege heb gelaten:
Anne: Inventarisatie voor 11-12: wie loopt er mee? Misschien kunnen we doortellen. Ik ga iig dus: 1
Bas: Ik doe mee
Celine: 3
Daan: Ik
Anne: 4
Ellen: Waarschijnlijk nr 5
Frits: Zes
Gea: 7!
Anne: Wie sluit nog meer aan 11 december?
Harrie: 8
Ian: Ik moet nog even kijken op het lukt
Kim:
Ik ook
Ik: Ik hoef niet te kijken of het lukt. Euh…, moet ik er nu weer één vanaf trekken (7)?
Het was natuurlijk gewoon vragen naar de bekende weg, maar toch even kijken of er een reactie los te peuteren valt. En jawel:
Anne: Nee het blijft nog 8. Alleen doortellen als je wel komt
Ik: Ingewikkeld hoor. Ik zaai toch geen verwarring hè?
Zou ik in mijn opzet zijn geslaagd?
Anne: Nou wel een beetje
Ik: Gelukkig. Fijn weekend allemaal.
Ellen: Spuit 11!
Ik: Ik woon op nummer 11. Niet geheel toevallig waarschijnlijk.
Jens: Ik ben erbij nr 12.
Mark: Ik ook, nr 13…
Ja, het is me gelukt en niet in de laatste plaats vanwege de bijdrage van Ellen met haar spuit 11!
Anne: We slaan een paar over ha ha. Ellen met haar spuit 11. Harrie was 8 dus Jens 9 en Mark 10.
Zie je nu wel, het is de schuld van Ellen. Tsss, ik wist het wel.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Lekker fris

Met een rustig vaartje fietste ik onze wijk in. Normaal fiets ik sneller, maar omdat ik vanwege de breuk in mijn voet momenteel te weinig buitenshuis vertoef, wilde ik iets langer van het korte fietstochtje genieten.
Een jongedame, ik denk nog iets onder de twintig jaar, fietste mij eveneens in een rustig tempo voorbij. Nagenoeg direct rook ik een lekkere frisse geur, waarvan het niet anders kon dan dat zij die verspreidde. Nu houd ik er helemaal niet van als iemand mij passeert en daarbij een enorme walm van parfum achterlaat, soms zelfs bijna de adem afsnijdend. Nee, dit rook gewoon echt lekker fris, zoals ze er eerlijk gezegd ook wel uit zag.

Bijna kreeg ik de neiging om te vragen wat er zo lekker rook. De juiste formulering om dit vraagstuk op te lossen zou dit waarschijnlijk al helemaal niet zijn geweest. Wat had ze kunnen denken, een oude viezerik met een gebroken poot die ongewenste vragen stelt?
Iets anders dan een vorm van nieuwsgierigheid, dat wellicht zelfs als een complimentje opgevat had mogen worden, zou de vraag beslist niet zijn geweest. Misschien zou ze gewoon met een vrolijke lach hebben verteld welk goedje ze opgespoten had, maar tegenwoordig weet je maar nooit; ‘Smeerlap!’ Voor hetzelfde geld zou er niet veel later een bonkige vader met een verhit gezicht voor me hebben gestaan met de ongenuanceerde stelling dat ik met mijn vieze poten van zijn dochter af moest blijven, met alle mogelijke gevolgen van dien.

De jongedame fietste tot bijna bij mijn huis steeds iets verder voor me. De lekkere frisse geur bleef ik die ruim driehonderd meter ruiken, maar voor mijn vrouw kan ik het niet kopen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Oude herinneringen komen boven

Afgelopen winter ben ik begonnen met het slikken van vitamine D3, op aanraden van de huisarts. Van de week zat ik me rot te prakkiseren waarom dat eigenlijk ook alweer was en ineens hoopte ik van harte dat het niet voor mijn geheugen zou zijn. Niet veel later schoot het me toch weer in gedachten: een winterteen.

Rond diezelfde periode moest mijn vrouw aan de calciumtabletten, waar ook vitamine D3 in zit. Afgelopen week werd haar na een gezondheidsonderzoek, waar ze gelukkig met een heel goede uitslag weg kwam, aangeraden om meer vette vis te eten of om als alternatief visolie als supplement te nemen.

Ze bestelde een potje visolie capsules, maar kwam er bij levering achter dat er ook D3 in zit, net als bij haar calciumtabletten. ‘Zal ik het terugsturen, of wil jij het hebben?’, vroeg ze. Eigenlijk had ik geen idee waar dit goedje goed voor zou zijn, dus eerst maar even opgezocht” Dit is goed voor:
– De hersenen
– Hart- en bloedvaten

Tot zover klink het goed…
– Voldoende DHA
Kijk, daar word ik wijzer van…
– De hormoonhuishouding
Een bewezen gunstige invloed op hormoonschommelingen, zoals tijdens menstruatie, zwangerschap en de overgang.
In deze tijd van genderdiscussie dus ook niet verkeerd. Wat specifieker zoekend blijkt het ook goed voor het gezichtsvermogen te zijn. Altijd al een hekel aan een bril gehad, dus mooi zo.

De volgende morgen schroefde ik het dekseltje van het potje en ontwaarde tot mijn schrik enorme capsules. Ik schudde er één op mijn hand en stelde mijn vrouw de vraag of ik ze echt in moest slikken, of dat het toch zetpillen waren. ‘Je moet ze inslikken.’

Na even naar het onding op mijn hand gekeken te hebben, alle moed bij elkaar geraapt, stopte ik de capsule in mijn mond. “Da’s een hele mond vol.”, wist ik nog net uit te brengen.
‘Stel je niet aan!’
Ik nam een slokje water en voelde de capsule door mijn keel dalen, althans een klein eindje. Toen bleef het gewoon hangen in mijn keel!
Direct kwamen de herinneringen boven aan die kleine, verder best op deze capsules gelijkende, balletjes die ik als kind moest slikken: levertraan. Wat had ik daar altijd een hekel aan.
Een tweede slok leek de capsule verder mijn lichaam in te dwingen, maar de plek waarop het bleef hangen voelde ik nog steeds; net als bij die vermaledijde levertraan.

Die capsules zijn dus echt goed voor het geheugen, zelfs al direct bij het (proberen te) slikken.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Zelfmedelijden

Zondag 9 oktober vond de Hoge Veluwe Loop plaats. ‘Ga je ook mee Henk?’, is mij meerdere malen door medehardlopers gevraagd. De halve marathon hadden ze in gedachten, en hebben ze ondertussen gelopen. Deze loop heb ik aan me voorbij laten gaan, omdat we een dag ervoor een neven en nichten uitje hadden in Rotterdam. Op het moment van inschrijven wist ik nog of we zouden overnachten of hoe laat we thuis zouden zijn. Al met al zag ik het niet als een goede voorbereiding, maar achteraf had het met een wat korte nachtrust net gekund. Gemiste kans.

Zondagmorgen 16 oktober stond de Spelderholtloop op stapel, waar ik me al voor de langste afstand had ingeschreven; dat was de tien kilometer, door geaccidenteerd bosterrein.
Op het moment van inschrijven had ik niet kunnen bevroeden dat ik op het moment dat mijn afstand van start ging aan het sterfbed van mijn moeder zou zitten. Deze prioriteit was uiteraard niet lastig te stellen. Enkele uren later blies ze in ons bijzijn haar laatste adem uit.

Natuurlijk wel vanwege het verlies, maar verder niet getreurd, want er stond immers nog veel moois op stapel. Zoals maandag 17 november de eerste van mijn veertien weken schaatsles bij De Scheg in Deventer. Een deel hiervan had ik voor mijn verjaardag in februari cadeau gekregen van mijn vrouw en kinderen, mijn schaatsen had ik laten slijpen door Van Benthem – de broer van… – en ik verheugde me er al die tijd enorm op.
Daarnaast had ik me ingeschreven voor de Asselronde, een loop van vijfentwintig kilometer als onderdeel van de Midwintermarathon in Apeldoorn, op 5 februari 2023. Eindelijk weer eens de Midwintermarathon, een heerlijk vooruitzicht.
In de week van 24 oktober, na het afscheid van mijn moeder op zaterdag 22 oktober, wilde ik me nog inschrijven voor Isokin Orderbostrail op zaterdag 12 november, twintig kilometer door het voor mij zo vertrouwde bos bij mijn atletiekvereniging. Meer dan voldoende mooie vooruitzichten.

Toen kwam maandag 24 oktober, de dag waarop de renovatie van ons toilet begon. Het was fijn om de man weer voor de deur te zien staan die een kleine twee jaar terug onze badkamer had gerenoveerd. Een bijzonder geschikte kerel, een vakman met oog voor detail en bovendien een leeftijdgenoot van mij waar zowel mijn vrouw en ik direct een klik mee hadden. Na een bakje koffie ging hij voortvarend van slag en ten tijde dat ik dit schrijf hebben wij een perfect afgewerkt hagelnieuw toilet; echt op en top vakwerk!

Hij begon zijn werk met het afschermen van de omgeving, onder ander door middel van het plaatsen van dunne afdekplaten op de vloer en tegen de gangwanden. Dit plakte hij allemaal keurig vast, zodat er niets kon beschadigen. En inderdaad, achteraf hebben wij geen beschadigd plekje ontdekt.
Voor de verbouwing moest hij ook onder de vloer zijn, door het luik bij onze voordeur, onderaan de trap. De bewuste dag werkte ik thuis en hoorde zijn vraag of ik even wilde kijken of er nog water uit een buisje in de meterkast kwam als hij het aan de andere kant leegblies. Ik liep de trap af, zag een afdekplaat over het kruipluik liggen, stapte over een duidelijk zichtbare stofzuigerslang op die plaat en voelde mijn voet volledig omslaan. ‘Ho, voorzichtig!’, hoorde ik vanuit de toiletruimte, maar ik voelde al een behoorlijke pijn in mijn voet. Wat bleek? Het luik lag wel op z’n plaats, anders was ik nog een stuk verder naar beneden verdwenen, maar de dikke kokosmat lag niet op het luik. Daardoor stapte ik enkele centimeters dieper dan verwacht, maar stond met een deel van mijn voet ook net op de rand.
Het water was zo uit het bewuste buisje en ik ging weer aan mijn werk, wat lastiger de trap oplopend dan dat ik er af was gekomen.

Het keurig afgedekte luik

Ach, ik heb mijn voet wel vaker wat gezwikt en dat voel je dan even. Maar in dit geval voelde ik het niet even… De volgende dag was mijn voet gezwollen en verkleurd. Mijn vrouw was de hele dag op haar werk, ik werkte thuis, overwoog de huisarts te bellen, maar realiseerde me dat ik geen idee had hoe ik daar zou moeten komen. Bovendien, wat doen ze aan een verzwikking? De volgende dagen nam zowel de zwelling als de pijn wat af en ik had het gevoel dat het de goede kant op ging.

Het leek een soort van babyvoetje

Afgelopen zondag aan het eind van de dag en bijna een week later realiseerde ik me dat er sinds vrijdag niets meer was verbeterd. ’s Middags besloot ik om mijn wandelschoenen aan te trekken, maar kwam er achter dat het blokje om van nog geen driehonderd meter eigenlijk zo’n driehonderdmeter ongemak en te ver was. Maandagmorgen de huisarts gebeld, waar ik ’s middags terecht kon. De malle molen was al snel in beweging, ik mocht door naar het ziekenhuis voor een foto, alwaar mijn vijfde middenvoetsbeentje bleek te zijn gebroken.

Het is even zoeken, maar inderdaad…en breuk

Onderweg naar de gipskamer daalde het nieuws in. Had ik nog steeds de hoop dat het geen breuk zou zijn, ik bij de fysio mijn voet zou laten tapen en toch nog net mijn eerste schaatsles kon halen, nu vervloog die hoop ineens. Bij een breuk in het eerste, tweede, derde en vierde middenvoetsbeentje krijg je gips, bij de vijfde een brace. Nou, wat zat het mij ineens mee. Toen ik na het “aanmeten” van de brace hoorde dat ik pas na acht weken weer voorzichtig zou mogen beginnen met sporten “op geleide van de pijnklachten”, zag ik in dat ik zelfs de Midwinter op mijn buik kon schrijven.
Het klinkt wellicht kinderachtig, maar ik was er – al was het figuurlijk – behoorlijk ziek van toen ik mij onhandig lopend naar de uitgang van het ziekenhuis begaf. Heen was ik overigens nog gewoon het behoorlijke eind vanaf de parkeerplaats naar de afdeling in het ziekenhuis gelopen, al was het wat ongemakkelijk, met een breuk in mijn voet. Wat niet weet, wat niet deert.

Op de stoep van het Gelre

De Orderbostrail en het uitje dat ik die vrijdag met drie maten zou hebben kon ik ’s avonds met de poot omhoog zittend nog wel accepteren. Zelfs de Midwinter ging er nog wel in, al vond ik het lastig.
Maar, die schaatslessen. Man, man, man, wat had ik daar veel moeite mee. Mijn geboorte vond enkele weken na de glorieuze overwinning van Reinier Paping plaats. Echt goed schaatsen heb ik echter nooit geleerd. Tja, op 14 januari 2021 heb voor het laatst geschaatst, “ruim” tien kilometer op het kanaal in een kleine vijftig minuten; waar hebben we het in vredesnaam over?

Eerlijk is eerlijk, ik had behoorlijk last van zelfmedelijden. Het neigde kortdurend wellicht zelfs naar zwelgen in zelfmedelijden. Maar goed, daar had ik voornamelijk mijzelf mee en ik schoot er niets mee op; integendeel.
De volgende dag heb ik contact opgenomen met de schaatsbaan, waar de dame die ik aan de telefoon had het bijzonder vervelend voor me vond. Op mijn vraag of er, buiten een jaar wachten, nog alternatieve mogelijkheden zouden zijn, kwam ze met goed nieuws. In januari 2023 start een extra cursus van negen lessen, nog niet op de site, waarvoor binnen enkele weken ingeschreven kan worden.
Tegen die tijd mag ik het sporten net weer oppakken. In de hoop – ik ga er vooralsnog maar van uit – dat mijn voet dan voldoende herstelt is, is dit een fantastisch lichtpuntje aan het begin van het volgende jaar. Bovendien heb ik, ijs en weder dienende, dan toch mijn eerste schaatslessen voor mijn zestigste verjaardag. Ik zie er nu al enorm naar uit!

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 1 reactie

Afknallen dan maar

Op de Veluwe – laat ik me daar eerst even tot beperken – is een overschot aan wild, zoals wilde zwijnen en herten. Daar is behoorlijk wat weerstand tegen, want zwijnen vernielen tuinen en sportvelden en dat wild loopt zomaar de straat op, hetgeen met enige regelmaat niet goed voor een auto en het betreffende dier zelf blijkt te zijn. Het teveel aan die dieren moet dus maar afgeschoten worden.

Nu is ondertussen ook de wolf met een opmars bezig en het zijn er zelfs in een beperkt aantal al teveel. Dat zien we aan de gedode schapen en onlangs ook een oude pony. De eigenaren van die dieren zijn wanhopig, verdrietig, des duivels. Afschieten die wolven, de wolf hoort hier niet!

Het verdriet van de eigenaren begrijp ik wel, maar ik vraag me af waarom de wolf erin slaagt zoveel dieren te doden. Waarom lopen die dieren niet hard weg? Dat zie ik in natuurfilms vaak met succes gebeuren, hetgeen een stuk zou schelen in het aantal “onnodig” gedode dieren.
Ach ja, dat is waar ook! Die dieren konden helemaal niet vluchten, maar op z’n hoogst een beetje rennen in de beperkte ruimte die ze ter beschikking hebben. Tja, zo is ieder dier ineens zwak en de hongerige wolf pakt nu eenmaal de zwakste dieren die niet kunnen vluchten. Wat beperkt die bewegingsvrijheid eigenlijk?

Al krijgt de wolf al snel de beschuldigende vinger toegewezen, ook de hond is overigens niet van onbesproken gedrag bij het verwonden of zelfs doden andere dieren. ‘Doet ie anders nooit.’, is de uiterst sullige reactie die de bezitters van de betreffende honden dan hoogstens geven. De roep om ook die honden maar af te schieten is overigens niet zo luid, terwijl je daar ook gerust van een overschot zou kunnen spreken, evenals de poesen en katers die vogeltjes doden omdat “het hun natuur is.”

Er is in Nederland één diersoort waar echt een overschot aan is en dat aantal groeit als een kwaadaardig gezwel. Het aantal neemt ongebreideld toe tot ongehoorde proporties. Nee, ik heb het niet over de veestapel, die opgehokt in Nederland weliswaar ook te groot is.
Bij de diersoort waar ik het over heb is er is geen sprake slacht of afschot, terwijl dit de meest desastreuze diersoort is voor ander leven en zelfs de gehele de natuur. Alhoewel, merkwaardig genoeg zorgt deze diersoort wereldwijd gezien veelvuldig voor “slacht” en “afschot” van de eigen soort. Als er een god bestaat, dan is deze diersoort haar grootste vergissing geweest gezien vanuit het welzijn van al het leven op aarde.

De oorzaak dat dieren niet kunnen vluchten voor de wolf en dat wild op “ongewenste plekken” opdoemt is natuurlijk de mens. De Veluwe is, net als Nederland en in feite nagenoeg de hele aarde, volledig naar de hand van de mens gezet. Andere diersoorten horen ineens niet meer thuis op de plaats waar ze al heel lang wonen, vaak zelfs al voor de mens er was. De mens heeft al die ruimte ingenomen, ten koste van de oorspronkelijke bewoners. De mens hokt dieren op en beperkt hun leefruimte. Wie hoort er dan niet? Moeten de dieren dan afgeschoten worden, zoals de wolf die na zo’n honderdvijftig jaar weer terugkeert in Nederland na hier eerst door de mens te zijn uitgeroeid? De wolf kent geen grenzen.

Uitspraken als overschot en afschieten zijn mij net wat te makkelijk, zeker omdat wij mensen de bron van het probleem zijn en niet het zwijn, het hert of de wolf. Misschien moeten wij ons maar eens wat meer aanpassen en wat meer doen aan ons eigen overschot. De natuur reguleert zich verder zelf wel, als het tenminste de kans krijgt zonder de bemoeizucht van de mens.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | 5 reacties

Ei

‘Koken kan ik helemaal niet.’, zei een verpleger in het verzorgingshuis waar mijn moeder woont. ‘Nou ja, een ei wel.’, vulde hij aan, met als kers op de taart: ‘Dat doe ik gewoon in de airfryer. Voorverwarmen, zestien minuten in de airfryer en dan heb ik een hardgekookt eitje.’

‘Weet je wel wat dat momenteel kost?’, reageerde ik. ‘Op zondagmorgen eten wij altijd een gekookt ei bij het ontbijt. Tot voor kort gebruikten wij een eierkoker, maar dat is mij nu te duur. Pas geleden heb ik mijn vrouw vanaf zaterdagavond op twee eieren laten zitten, maar dat werkte niet goed.’
‘Gingen ze zeker kapot?’, raadde hij.
‘Nee, aten we de volgende morgen ineens kip in plaats van een gekookt ei.’
Hij keek me nogal ongelovig aan.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Belletje

Soms komt er iets na lange tijd tevoorschijn, zoals dit…
Sjonge, als ik nog zoveel jaar mag leven als het geleden is dat ik deze dingen droeg, dan heb ik nog wel even te gaan en word gewoon honderd. Als ik tegen die tijd de laatste twee jaar niet meer hard kan lopen, dan ben ik toch nog best tevreden. 

Wat kwam tevoorschijn? Een klein, grijs, plastic opbergdoosje van een juwelier. Hierin zitten al decennia lang kleine oorbelletjes opgeborgen; mijn oorbelletjes. Ja, het is bijna niet meer voor te stellen, maar ik had ooit een klein gevlochten staartje in mijn nek en een oorbelletje in – waar anders – mijn rechter oor; links voor de kijkers. 

Zou ik nog een oorbelletje in kunnen doen?
Grappig dat het staafje aan het oorbelletje vrij makkelijk door het gaatje in mijn oor ging, dat dus gewoon open is gebleven. Hoezo groeien die gaatjes in de loop der jaren dicht?

Onze dochter die op bezoek was vond het maar niets, die ouwe met een oorbelletje. Onder het uitspreken van de woorden: ‘Ah bah.’, heeft ze me nog wel even uitgelachen toen ik met het oorbelletje binnen kwam, Maar goed, beter om me lachen dan om me huilen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen